De diesel komt bij Maase moeizaam op gang

Als haas liep hij vier jaar geleden volledig onvoorbereid naar een opmerkelijke eindtijd van 2.10.08 op de marathon. Zondag startte Kamiel Maase opnieuw op de 42.195 meter....

Nagenoeg alles is te trainen voor de marathon, alleen de laatste kilometers zijn niet na te bootsen. Pas op de wedstrijddag zelf volgt de echte en harde kennismaking met de martelgang die ingaat na het 35 kilometerpunt. Het moment waarop de bodem van de tank in zicht komt en de geest leeg raakt.

De ene atleet heeft er meer last van dan de andere. Ook de vorm van de dag - een niet nader te definiëren begrip - heeft er alles mee te maken. Zondagmiddag rond half vier leverde dat een fraai tafereel op achter de tafel waar de persconferentie van de 23ste marathon van Rotterdam werd gehouden.

Geheel links Kamiel Maase, de beste Nederlander van de dag. Holle ogen, een lege blik. Naast hem de nummers een, twee en drie: William Kiplagat (2.07.42), Josephat Kiprono (2.07.53) en José Martinez (2.08.09). Mannen met een montere gezichtsuitdrukking en een parelende lach.

Ze vertelden hun verhaal. Goed, het was warmer dan verwacht, die wind was na het 35 kilometerpunt pittig, maar er was prima strijd geleverd. Wellicht hadden ze, met wat minder wind en warmte, een minuutje sneller kunnen lopen - maar verder geen klagen.

Kamiel Maase, met zijn 2.10.28 veruit de beste Nederlander, vertelde een andere geschiedenis. Het was een relaas over koolhydraten, over energie die na het35-kilometerpunt uit het lange lijf was weggevloeid.

Het was zondag zijn derde marathon, dus helemaal nieuw was het allemaal niet. Ook uit testen bij sportarts Peter Vergouwen en bewegingswetenschapper Tonkie Collée was al eerder gebleken dat het lichaam van de atleet `een extreem hoge koolhydratenverbranding' bezit. Ook op de hoge bruggen van olympisch Sydney had hij er last van gehad.

In de woorden van Maase: `Tot aan de halve marathon loop ik op superbenzine, de omschakeling daarna naar diesel, die ik nodig heb voor langere afstanden, gaat niet optimaal.'

Dat bleek gisteren, in een zonnig, winderig en misschien iets te warm Rotterdam. De eerste kilometers verliepen prima, mede dankzij het haaswerk van Luke Kaiteiny en Felix Limo. Ook toen de helpers waren uitgestapt, ging het voortvarend, er werd nog steeds voldoende gedronken.

Een tijd onder het Nederlands record van Gerard Nijboer uit 1980, dat langzamerhand een obsessie moet worden voor de jongere generatie lopers, lag voor de hand. Toch ging het na 34 kilometer mis.

Maanden had hij zich voorbereid op deze 42 kilometer, tweemaal was hij in Kenia geweest om er langdurig te trainen. Hij had er leren `drinken', kennisgemaakt met de twee hazen die hem - geregisseerd - naar een goede eindtijd, het liefst onder de 2.09, zouden gaan begeleiden.

Het mocht niet zo zijn. Maase moest op de Coolsingel nog alles op alles zetten om binnen de limiet voor de Olympische Spelen van Athene (2.10.30) te blijven. Dat lukte, al was het nipt, op twee seconden.

Hij bleef ditmaal aan de goede kant van de limiet, waar hij in 1996 ruim een seconde (op de 10.000 meter) aan de verkeerde kant van de olympische eis was gebleven. `Gefeliciteerd', luidde het bericht van NOC*NSF's keuzeheer Joop Alberda na de finish.

Er stonden na afloop vraagtekens op het asgrauwe gelaat van Nederlands beste wegatleet. Opnieuw had hij de marathon niet echt kunnen doorgronden, op de plaats waar hij kennis had willen opdoen voor de editie van olympisch Athene.

Samen met trainer Bram Wassenaar heeft Maase geen nieuwe marathons in zijn programma opgenomen tot en met Athene 2004. Bij de komende WK in Parijs loopt hij weer de 10.000 meter op de baan, de afstand die hij kent `als zijn broekzak'.

Maar moet er voorafgaand aan de start van de olympische race in Attica misschien ter nadere kennismaking toch nog een 42 kilometer op het programma worden opgenomen? In het najaar is er sowieso geen ruimte voor een marathon, zegt Maase, hij gaat verhuizen naar Zeist. Maar wellicht dan in het vroege voorjaar volgend jaar, in Japan?

Maase weet het nog niet. Eerst wil hij samen met Wassenaar de race in Rotterdam nog eens in alle rust evalueren. De atleet, die gisteren een ernstig geval van hongerklop kende: `Dat doen we in een eetcafé, en Bram Wassenaar een beetje kennende, met een paar pilsjes erbij.'

Meer over