Column

De demon zat naast me in Tuschinski

De hel, daar woont de buurman.

null Beeld anp
Beeld anp

Een echte toplocatie voor een aanslag met kalasjnikovs is natuurlijk de foyer van Tuschinski op een drukke IDFA-avond, zei ik tegen Suzy, zeker als de zaal nog dicht zit. Moet je zien hoe mudjevol, en hoe goed verlicht, en zo'n handige brede trap, zodat ze ons vanaf de baseline - ik wees naar de entree - heel relaxed zouden kunnen neermaaien.

We gingen naar een film over Jheronimus Bosch, de Vlaamse meester die al geradicaliseerd was toen ze in Molenbeek nog gewoon op straat scheten. Touched By The Devil, heette hij, wat ik veelbelovend vond. Na al het positieve wereldnieuws van de afgelopen tijd was ik wel toe aan wat hel en verdoemenis.

We hadden uitstekende plaatsen, vrijwel in het midden van de zaal, zodat je wanneer de gewapende jihad uitbrak geen kant op kon. 'Lekkere stoelen', fluisterde ik in Suzy's oor, 'hierop hou ik het wel 48 uur vol in mijn eigen urine.'

De film was ook naar wens, we volgden een gedreven kunsthistoricus die alle schilderijen van Bosch naar Nederland probeerde te krijgen, natuurlijk ter ere van de 500ste sterfdag van de schilder, mijn condoleances. Mooi was ondertussen, mijmerde ik geëngageerd, dat Bosch' hallucinante hellevaarten extra actueel zijn, nowadays - zeker met WO III op de agenda. Je zou dus hopen dat al die psychotische duivels me aan de belhamels van IS deden denken, of aan het platgebombardeerde Raqqa waarvan Bosch wel chocola had kunnen maken.

Maar helaas, metaforen zijn eigenwijze beestjes, we zaten nog niet half of ik was de jihad vergeten. De demon die bezit van me nam, zat naast me, het was mijn buurman, op het oog de betrouwbaarste christenbroeder in heel Tuschinski.

Hij at nacho's. Veel nacho's. Op zijn schoot stond een enorme kartonnen bak helemaalgevuld met grote, krokante, zwaar-gekruide, oranje-gele maïssnacks.

'Hoor je dat gevreet?', fluisterde ik tegen Suzy.

De jongen - jaar of 30, zwarte spencer met rode biezen, designerbril waarmee je naar een architectenbureau treint - had grote, sterke volleyballershanden waarmee hij voor zijn jonge gezin waarschijnlijk het hele weekend klusjes in huis had opgeknapt, want hij had honger, onstilbare honger. De hele film groef hij, als Lee Towers in de haven van Rotterdam, die bak af: kolenschop naar beneden, met beheerste precisie rondgraaien, nacho's optakelen en vervolgens met kracht in de grinder proppen.

Malen maar!

Wat er in die halve minuut gebeurde, daarvoor heeft de taal geen woord, het aloude 'skroinsjen' voldoet niet, te mild, te weinig auditief, te sympathiek ook, en bovendien zonder verdiscontering van andere sensaties, zoals: spettertjes en nacho-essence.

Onze hoofden staken in los-gepulverde E-nummers die als een smog om ons heen hingen, en die ik nu, drie dagen later, nog steeds opburb. Wanneer er naast mij was geslikt, volgde een korte periode van rust waarin de architect de pulp die zich tussen zijn tanden had verzameld probeerde weg te zuigen, waarmee hij slissende, sprietsende signalen afgaf.

Gelukkig bood de film troost. Prachtige close-ups van Bosch' panelen, en juist toen ik bijna moest overgeven, zagen we twee joekels van oren waaruit een groot mes tevoorschijn stak. In een van de oren zonder hoofd zat een duivel iets te doen.

Maar wat?

'Nacho's kanen', zei Suzy heel hard.

Meer over