DE DANS OM DE D-MARK

De Duitsers roeren zich over hun nationale symbool, de D-mark. Uit angst voor de komst van Europees 'esperanto-geld' brengen de rijken hun fortuin naar Zwitserland, en de oppositie slaat politieke munt uit het monetaire debat....

WILLEM BEUSEKAMP

IN APRIL 1989, één dag voordat hij minister van Financiën zou worden, werd Theo Waigel gebeld door de president van de Duitse centrale bank. De Bundesbank had besloten de rente te verhogen. 'Ik heb er natuurlijk niets over te zeggen, maar moet dat nou echt precies op dit moment?', zou Waigel hebben geklaagd. 'Misschien heb je wel geluk, dat het nog net gebeurt in de ambtstijd van je voorganger', klonk het vanuit Frankfurt.

Het voorval geeft aan dat zelfs een Duitse minister van Financiën wel eens moeite heeft met de strikt onafhankelijke monetaire politiek van de Bundesbank. Who is the boss, werd Waigel later op internationale bijeenkomsten wel eens gevraagd door een of andere Europese collega, die maar niet wilde begrijpen dat voor een stabiele economie niet een politicus, maar een onafhankelijke centrale bankier de prijs van het geld behoort te bepalen.

Beide anekdotes zijn niet afkomstig uit het streng vertrouwelijke achtergrondgesprek met Waigel, dat afgelopen woensdagochtend op zijn verzoek plaatsvond. Een veertigtal buitenlandse correspondenten konden met de bewindsman op zijn ministerie ontbijten indien zij beloofden beter met vertrouwelijke informatie om te gaan dan de Bondsdagcommissie van Financiën, waarvan enkele leden vanuit een besloten zitting in september ongegeneerd hun minister citeerden.

De gevolgen van dat lek zijn bekend. Omdat Italië volgens Waigel niet tijdig zou voldoen aan de toelatingseisen van de Economische en Monetaire Unie (EMU), stortte de koers van de lire naar een dieptepunt en geraakten kort daarna alle internationale geldmarkten uit balans. German bullying schreef de Amerikaanse pers, naar believen te vertalen met 'dreigen', 'intimideren' of 'tiranniseren'. Diplomatiek overleg op het hoogste niveau tussen Bonn en Rome was noodzakelijk voor het bedaren van de verhitte Italiaanse gemoederen. Aardig detail: toen Wim Duisenberg vorige week in Frankfurt, en in het openbaar, precies hetzelfde zei, gebeurde er helemaal niets.

De autoriteit en de bij wet vastgelegde onafhankelijkheid van de Bundesbank is overigens nog geen jaar na Waigels aantreden relatief gebleken. Tegen het dringende advies van Frankfurt drukten Waigel en kanselier Kohl er in de zomer van 1990 een peperdure ruilkoers door met de DDR. De waardeloze DDR-mark was ineens net zoveel waard als de D-mark, waardoor, zo kon achteraf worden vastgesteld, het Oostduitse bedrijfsleven in één klap uit de wereldmarkt was geprijsd. Over internationale reacties op deze puur politieke beslissing hoort men in Bonn nooit anekdotes.

Op weg naar Waigels bureau zien we door een openstaande deur enkele van zijn ambtenaren gebogen over hun lijfblad, Bild. In het grootst mogelijke lettertype maakt het massablad die ochtend melding van een historische gebeurtenis, de presentatie door het Europese Monetaire Instituut (EMI), de voorloper van de nieuwe Europese centrale bank, van enkele praktische mededelingen inzake de invoering van de Euro.

'1 juli 2002. Op deze dag wordt de D-mark ongeldig.' In de begeleidende tekst heet het al snel alarmerend 'dat onze mark waardeloos wordt'. De krant, die zonder twijfel onder de bevolking de toon zet, eindigt geruststellend met 's lands Vijf Wijzen, samen het hoogste economische adviescollege van de regering, die een dag eerder minister Waigel op de vingers hebben getikt. Streng toezien op de toelatingseisen is belangrijker dan de in Maastricht afgesproken kalender, zo luidt de boodschap.

De overige Duitse media leggen eveneens het accent op de rapportage van de Vijf Wijzen, maar stellen tevens vast dat EMI-president Alexandre Lamfalussy in Frankfurt een 'weldadig zakelijk fundament heeft gelegd' onder het - inderdaad, met enige jaren vertraging - in alle emotionele heftigheid losgebarsten publieke debat over het heiligste van het allerheiligste: de DM, die Deutsche Mark. Het verzet tegen het inleveren van het enige nationale symbool dat de Duitsers nog hebben, is plotseling door de oppositie ontdekt als geducht campagnemateriaal.

HET LIJKT nog een kwestie van maanden voordat ook in de centrum-rechtse gelederen van Waigel en Helmut Kohl de tegenstand openlijk zal worden. Illustratief is de al enige tijd durende hetze van enkele gehaaide beleggingsfirma's, gericht op de traditionele klandizie van Kohl, de middenstand. De komst van de EMU met een gezamenlijke munt zal volgens deze experts 'onherroepelijk leiden tot een geweldige speculatie tegen de D-mark'.

Een voorbeeld van een wervende tekst die oproept tot kapitaalvlucht in Zwitserse beleggingsfondsen, voordat de zuur verdiende D-marken worden omgezet in 'esperantogeld':

'U denkt dat u nog veel tijd hebt en dat de vierde geldsanering, dat gedoe met die ecu, u thans nog niet raakt. Wat zouden tijdgenoten in 1946 er niet voor hebben overgehad indien ze toen al hadden geweten dat twee jaar later de Rijksmark in de D-mark zou worden omgeruild. Wat had men zich kunnen voorbereiden en later mooi kunnen afrekenen. Of: als iemand ons in 1988 had ingefluisterd dat in 1990 de DDR-mark kon worden geruild tegen de D-mark in een verhouding van 1:1. Ter herinnering, kort voor de Duits-Duitse economische en monetaire unie werd de Honecker-mark nog verhandeld op 10:1'

De advertenties (halve pagina's groot) staan regelmatig in onder meer de Springer-kranten, waaruit mag blijken dat het met de veel beschreven greep van kanselier Kohl op de conservatieve media wel meevalt.

Een serieus blad als het financiële magazine DM maakt melding van een verontrustende kapitaalstroom richting Zwitserland en overzeese gebieden. In een speciale editie naar aanleiding van de plotselinge commotie toont het magazine deze maand alle begrip: 'De carrière van het symbool van het Duitse Wirtschaftswunder en welvaart, jaargang 1948, loopt ten einde. Bescheiden van afkomst schopte de mark het tot wereldster. Zij behoort tot de meest stabiele munten ter wereld, is in Europa de leidende valuta geworden en geldt in crisisgebieden, zoals de Balkan, als het enige betrouwbare betaalmiddel.'

Vier biljoen mark, een vier met twaalf nullen, ofwel bijna tienmaal zoveel als de federale begroting, bedraagt het geld dat alle Duitsers in de loop der jaren opzij hebben gelegd. Als die geldmassa eenmaal goed in beweging komt, is de ellende niet te overzien. DM: 'De meeste Duitse families zijn in deze eeuw al tweemaal arm geworden door monetaire omwisselingen'.

Ter linkerzijde deinst men evenmin terug voor populisme of ernstig gemeende waarschuwingen. Rudolf Augstein, uitgever van Der Spiegel, wordt niet moe Franse commentatoren aan te halen, die de komst van de EMU begroeten als een in Parijs bedachte meesterzet, een 'Versailles zonder oorlog'. Indien het verenigde Duitsland, de economische reus in het midden van Europa, zijn belangrijkste wapen wordt ontfutseld, is het machtsevenwicht weer hersteld. Schrijft een doorgaans toch verstandige man.

Helmut Kohl, de kanselier van de Duitse Eenheid, die pas tevreden is als hij erin slaagt geheel Europa vreedzaam te verenigen, hield vorige week in de Bondsdag bijna een smeekbede om de 'onzalige discussie' weer snel te staken. De komst van een Europese munt, gevolgd door een verdere politieke Europese integratie is volgens de kanselier 'niets meer of minder dan een vraag van oorlog of vrede'.

Waarmee tevens is aangegeven waarom de altijd zo druk bezette Theo Waigel ineens zo graag 'een vertrouwelijk achtergrondgesprek' wenste met de buitenlandse media en waarom hij in bilaterale gesprekken met zijn Europese collega's (eergisteren was Waigel bij minister Zalm en premier Kok) nog vóór de gezamenlijke conferentie van 27 november in Brussel zijn plannen voor een Stabilitätspakt für Europa wil toelichten.

Kern van het pact is het instellen van een 'stabiliteitsraad', bestaande uit vertegenwoordigers van de toekomstige EMU-landen. Deze geldfunctionarissen gaan waken over naleving van de aangescherpte begrotingsafspraken. De landen die hun financieringstekort tot 3 procent weten te beperken, en (nadat ze ook hebben voldaan aan de overige criteria) dus mogen meedoen aan de EMU, moeten volgens Waigel na toetreding het tekort proberen terug te dringen naar 1 procent.

Wie niet zijn best doet en toch boven de 3 procent blijft, wordt bestraft met een flinke geldboete in de vorm van een renteloze storting in de Europese kas te Brussel. Wie binnen twee jaar weer in de pas loopt, krijgt het geld terug. 'Een aardige poging van Waigel om de forse Duitse afdracht aan Brussel via andere middelen omlaag te krijgen', oordeelde gevat de Frankfurter Rundschau. In Groot-Brittannië en Ierland werd al snel gesproken over een 'nieuw Duits dictaat'. Maar in de meeste Europese hoofdsteden schijnt Waigels plan boven verwachting enthousiast te zijn ontvangen.

Wie eenmaal in de EMU zit, heeft er alle belang bij daar ook te blijven, zo zou nu al de consensus luiden. Mogelijke sancties zijn uitsluitend bedoeld om regeringen (van deelnemende landen) ervan te weerhouden alsnog de geldkraan open te draaien als het electoraal goed zou uitkomen. Een stabiliteitsraad zou bovendien een disciplinerende uitstraling kunnen hebben op die landen die er graag willen bijhoren, maar er door interne oppositie of wat voor reden dan ook nog niet aan toe zijn.

DE GROTE vraag, niet alleen buiten Duitsland, is of Bonn zelf de EMU wel echt wil. Een Duitse bankier vatte de twijfels onlangs in zijn stamcafé adequaat samen. Hij had een congres in Dresden bezocht, waar een lid van de centrale bankraad uit Frankfurt al ruimschoots voordat Waigel met zijn nieuwe voorstellen kwam, uitlegde dat er aanvullende maatregelen moesten komen voor het verhogen van de druk op potentiële EMU-landen. 'We gingen allemaal weg met de indruk dat we zogenaamd graag willen, maar dat de eisen zo hoog worden opgeschroefd dat in de praktijk niemand er aan kan voldoen, wellicht Duitsland zelf ook niet.'

Voor hetzelfde geld kan de manoeuvre van Waigel worden uitgelegd als een poging de binnenlandse kritiek in te dammen. Mode is het sinds kort de EMU-criteria ter discussie te stellen. De bepalingen in het Verdrag van Maastricht over de maximum toegestane inflatie, rentestand, staatsschuld, begrotings- en financieringstekorten zouden moeten worden nachgebessert. Opmerkelijk is dat ook de onafhankelijke Bundesbank zich in de discussie mengt met politieke verlangens. Geen EMU zonder Politieke Unie, meent bijvoorbeeld Hans Tietmeyer, de opperbewaker van de D-mark.

Bepaald niet overbodig was onlangs het verhaal van Helmut Schmidt in Die Zeit, waarin hij de heren uit Frankfurt erop wijst dat hun aanhoudende kritische opmerkingen over het Verdrag van Maastricht schadelijk zijn voor het aanzien van de Bondsrepubliek, omdat ze al snel anti-Duitse sentimenten veroorzaken. De EMU, aldus Schmidt, is in de eerste plaats geen monetair-technische, maar een eminente buitenlands-politieke operatie.

Op zijn beurt irriteert oud-kanselier Schmidt weer met zijn suggestie alsof zijn opvolger Kohl en Theo Waigel dat niet in de gaten hebben. Waigel wordt door Schmidt 'DM-nationalisme' verweten. En vanuit de angelsaksische hoek klinkt steeds opnieuw dat Kohl (voorzitter CDU) en Waigel (voorzitter CSU) bezig zijn 'rookgordijnen op te werpen' en de Europese partners 'met trucs te misleiden'. Misschien. Maar in alle 'vertrouwelijke achtergrondgesprekken' valt te beluisteren dat de huidige Duitse regering het land wil 'inbedden' in een stevige Europese structuur.

Monetaire eenwording is in de ogen van Kohl en Waigel pas het begin. Wat moet volgen is een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid en uiteindelijk een gemeenschappelijke buitenlandse politiek. Stap voor stap en heel transparant, zodat alle buurlanden, nee, heel de wereld, precies kan zien welke kant Duitsland opgaat. En Beieren, het graafschap Kent noch de Achterhoek hoeft bang te zijn voor verlies van de eigen culturele identiteit, want een Verenigd Europa à la de Verenigde Staten van Amerika komt er in Duitse ogen nooit.

DE ARGUMENTEN zijn dezelfde zoals Schmidt ze verwoordde: de Europese Unie zou zonder de EMU degraderen tot louter een vrijhandelszone; binnen afzienbare tijd zouden de grote Duitse geldinstituten (banken, verzekeraars, maar ook de Bundesbank) nòg meer domineren dan ze nu al doen; automatisch ontstaan er nieuwe allianties tegen Duitsland. Om het met Helmut Kohl te zeggen: Duitsland is in vrede verenigd, voor het eerst in de geschiedenis is Duitsland bevriend met alle buurlanden. Waarom zou dat in de waagschaal worden gelegd?

Anders dan de gepensioneerde Schmidt heeft Kohl echter te maken met kiezers, van wie velen een trauma hebben overgehouden aan de gevolgen van de vooroorlogse inflatie. Een in dit verband onverdachte politicus als Joschka Fischer van de Groenen noemt deze angst legitiem en vreest dat Kohl de weerstand tegen het inleveren van de harde mark onderschat. Volgens Fischer zal het hardnekkigste verzet uiteindelijk uit Kohls eigen rijen komen.

In oost-Duitsland is de band met de D-mark zo mogelijk nog sterker. In de nadagen van de DDR heette het niet voor niets: 'Als de D-mark niet naar ons komt, komen wij naar de D-mark'. Tussen haakjes was dat voor Bonn reden de monetaire unie met Oost-Berlijn destijds geforceerd in te voeren. Dat het begeerde wondermiddel al na tien jaar weer moet worden ingeleverd, begrijpen ze in de vijf nieuwe deelstaten niet.

De ervaringen van de minister van Financiën zelve spelen evenzeer een belangrijke rol; ze zouden zelfs model kunnen staan voor het Duitse dilemma. Waigel (56), in Beieren geboren in de tijd dat Hitler zijn overval op Polen voorbereidde, is een overtuigd Europeaan, 'alle anders luidende geruchten, vooral in Groot-Brittannië, ten spijt', aldus het stevige portret dat The Wall Street Journal vorige maand van hem maakte.

Waigel is opgegroeid in een familie die door de crisis in de jaren twintig en het daarop volgende Hitler-bewind zwaar heeft geleden. Zijn vader zou hem tot in den treure hebben geleerd hoe belangrijk politieke stabiliteit voor Duitsland is, en hoe levensgevaarlijk inflatie kan zijn.

Minister Waigel zou daarom behept zijn geraakt met een tik voor 'stabiliteit'. Waar eerlijksheidshalve aan toegevoegd dient te worden dat Amerikanen natuurlijk al snel onder de indruk zijn van landen waar begrotingstekorten niet de pan uit rijzen.

In ieder geval is Waigels begroting voor 1996 alles behalve solide. Om koste wat het kost te kunnen voldoen aan de toelatingseisen van de EMU - samen met Luxemburg is Duitsland het enige land dat nu reeds aan alle criteria voldoet - heeft hij een fiscale tegenvaller van ruim 20 miljard mark weggestreept tegen het afstoten van enkele staatsbelangen. Uit Frankfurt klonk dreigend dat zulke waaghalzerij beter tot een minimum kan worden beperkt.

Zo niet, dan volgen er opnieuw vervelende telefoontjes, zoals in april 1989.

Meer over