zomerseriehanden uit de mouwen

De crisisopvang voor daklozen ziet er dankzij vrijwilliger Marinka Heijm weer fris uit

Het liefst had vrijwilliger Marinka Heijm nu in Ethiopië gezeten, maar de coronacrisis zette een streep door de plannen. Nu neemt ze in Utrecht tien dagen een crisiscentrum onder handen. ‘Ik dacht: wauw, wat een tof project.’

Marinka Heijm plakt de kozijnen van de Tussenvoorziening af, terwijl colla-vrijwilliger Micha de muren al aan het verven is. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Marinka Heijm plakt de kozijnen van de Tussenvoorziening af, terwijl colla-vrijwilliger Micha de muren al aan het verven is.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Als er geen wereldwijde pandemie was geweest, dan had Marinka Heijm (19) op dit moment in Ethiopië gezeten, metselend aan een muurtje dat uiteindelijk een multifunctioneel trainingscentrum - ‘een soort lokale mbo’ - had moeten worden. Maar in plaats daarvan staat de pabostudent (vlotte babbel, open blik, losse knot in de haren) met een roller in haar handen een muur te witten.

We bevinden ons in Overvecht, de wijk in Utrecht die bekendstaat om zijn grote aandeel lelijke flatgebouwen. De moderne blokkendoos waar Marinka zo vlijtig bezig is, steekt er gunstig bij af. Ze heeft zojuist flink wat trappen moeten beklimmen om op etage vier uit te komen: de crisisopvang van de Tussenvoorziening, een organisatie die zich inzet voor dak- en thuislozen. ‘Kort verblijf’, staat er op een bordje bij de vuistdikke toegangsdeur.

Aan weerszijden van de lange gang bevinden zich 18 sober ingerichte kamers voor bewoners die om allerlei redenen stante pede op straat zijn komen te staan. Echtscheiding bijvoorbeeld, of geldproblemen. Aan Marinka de taak om de gebruikssporen op de geel uitgeslagen muren achter een laag hagelwitte verf te laten verdwijnen. ‘Dit geeft wel voldoening’, stelt ze opgetogen vast. ‘Je ziet meteen resultaat.’

Tof project

Ja, het was best even slikken toen ze hoorde dat Ethiopië voor de tweede zomer op rij niet door zou gaan. Maar toen World Servants, de christelijke jongerenorganisatie die de werkreis naar Afrika organiseerde, met dit alternatief in Utrecht op de proppen kwam, twijfelde ze geen moment. Samen met haar zusje keerde ze eerder terug van haar vakantie in Spanje om aan de opdracht te voldoen. Die luidde, heel simpel: twee intensief gebruikte locaties van de Tussenvoorziening opknappen. In tien dagen tijd.

‘Het voelt gewoon goed om zoiets in de vakantieperiode te doen’, antwoordt Marinka op de vraag wat haar motiveert. Bovendien sprak de doelgroep van dak- en thuislozen haar meteen aan. ‘Ik dacht: wauw, wat een tof project.’

Zomerserie ‘Handen uit de mouwen’


Wie zijn de mensen die, mogelijk aangespoord door de coronapandemie, de drang voelen om zich nuttig te maken? Wat motiveert hen? Welke lessen trekken ze eruit? Het zijn vragen in de zomerserie Handen uit de mouwen.

Niet iedereen was even positief: van de 35 jongeren die naar Ethiopië zouden vertrekken, bleven er 14 over voor het klusproject in Utrecht. We treffen ze deze maandagochtend, op dag twee van het project, blijmoedig aan in rode shirtjes met het World Servants-embleem.

Slapen doen ze in ‘t Bokkie’, een van de kantoren van de Tussenvoorziening. Op luchtbedjes. ‘Een luxe vergeleken met Afrika’, zegt Marinka, verwijzend naar twee eerdere reizen naar Oeganda en Malawi die ze met World Servants maakte. Een overeenkomst is er ook: de vrijwilligers hebben geen douche tot hun beschikking. ‘We stinken dus allemaal een beetje’, verontschuldigt Micha (21) zich, de vrijwilliger die samen met Marinka in het verfteam zit.

Het geloof

De twee kennen elkaar van de kerkgemeenschap in Monnickendam. Dat brengt het gesprek op het geloof, want in hoeverre speelt dat een rol in hun overweging om vrijwilligerswerk te doen? Je zult hen niet snel over ‘de Here’ horen praten, zegt Micha. Ze staan er, met andere woorden, relaxed in. ‘Maar’, zo voegt hij daaraan toe, ‘we zijn wel met bepaalde normen en waarden opgevoed.’

Marinka: ‘Je kunt wel bijbelteksten of liederen uit je hoofd leren, maar je kunt het geloof ook in werkwoordsvorm beoefenen. Zoals ze bij het Leger des Heils zeggen: doen wat we geloven.’

Voordat Marinka aan dit project begon, zag ze dak- en thuislozen als ‘een onzichtbare groep’. ‘Je ziet ze wel, maar als ze om geld vragen, zeg je toch vaak dat je niets hebt.’ Inmiddels zou ze eerder een praatje maken, of een appel of broodje delen. Een door World Servants georganiseerde ontmoeting met een ex-dakloze en een bezoek aan een opvang voor ongedocumenteerden maakte diepe indruk. ‘Dat er ook gezinnen in de crisisopvang moeten wonen, vind ik toch wel schrijnend. En wist dat je dat ongedocumenteerden niet eens vrijwilligerswerk mogen doen?’

Tijdens de verfwerkzaamheden leert ze de doelgroep nog wat beter kennen. Sommige bewoners slaan de bedrijvigheid nieuwsgierig gade. Marinka, van het type dat het met iedereen goed kan vinden, luistert geduldig naar een toevallige passant die een onsamenhangend verhaal ophangt over duiveneieren die hij in een vlaag van woede van zijn balkon heeft gegooid.

Lelijke kleur

Even later begroet ze bewoner Geo, een rijzige gestalte met twee door piercings uitgerekte oorlellen, die met veel bombarie de kamer komt binnengestormd. ‘Zeg, zijn jullie nou serieus nog steeds bezig met afplakken’, roept hij grappend, terwijl hij semi-afkeurend de gebruiksklare pot lila verf in zich opneemt. Lelijke kleur, constateert hij. Ook over de kleur die zijn eigen kamer krijgt, geel, is hij niet te spreken. Maar ach, wat maakt het ook uit. ‘Ik woon hier niet hè, ik logeer hier.’

Hop, daar gaat de roller weer met een kordate haal over de muur. Woonbegeleider Guevara neemt de vorderingen tevreden in zich op. ‘Top man’, mompelt hij. ‘Echt top.’ Tot afgelopen vrijdag verbleef hier een vrouw met kind, vertelt hij. Binnenkort zal zich een nieuwe bewoner aandienen. Gezien de wachtlijst (met daarop zo’n 31 cliënten, onder wie 15 gezinnen en 16 individuen) duurt dit nooit lang.

‘De volgende die hier komt, kan ik verrassen’, zegt Guevara. ‘Het eerste waar nieuwe bewoners op letten, zijn de muren. Aan de hand daarvan checken ze hoe vies en smerig het is.’

Hoewel het project in Utrecht voor Marinka nog maar net is begonnen, heeft ze al kunnen vaststellen dat het in zekere zin ‘confronterender’ is dan de eerdere projecten die ze in Afrika deed. ‘Want daar ga je heen met de verwachting dat de mensen niets hebben. Terwijl dit project in Nederland je juist bewuster maakt van de verschillen in onze samenleving. Dan komt het opeens heel dichtbij.’

Meer over