De concrete utopie van Karin Adelmund

Karin Adelmund sprak over haar geloof in een 'concrete utopie'. En wat dat dan wel was, probeerde zij uit te leggen in de kantine van woningbouwvereniging Smallingerland in Drachten....

PETER BRUSSE

Waarom? Want Karin Adelmund vertelde toch prachtige verhalen uit het ware leven, en zij kon zo spottend uitleggen dat het hoog tijd is het sociale stelsel aan te passen aan de moderne tijd. Die wetten met hun vaak verstikkende bureaucratie gaan nog altijd te veel uit van het ouderwetse gezin. Met één kostwinner die zijn leven lang bij één vrouw en één baas blijft, of zou willen blijven. Maar, zei Adelmund, mannen gaan tegenwoordig wel op herhaling, er komt een tweede leg en alles komt op losse schroeven te staan. En wie wil er nu zijn eigen huis opeten?

Het was een bizar genot om te zien hoe Adelmund daar te midden van de oude getrouwen stond te vechten voor de tijdgeest, langs tijdpaden liep en anderhalf- en tweeverdieners handen en voeten gaf. 'We hoeven niet helemaal terug naar Adam en Eva. Er zijn genoeg resten van het verleden, afgedankte ideeën die we weer goed kunnen gebruiken in combinatie met nieuwe opvattingen.'

Ze was in Engeland geweest en had er in een verpauperde wijk een school bezocht die 24 uur open was. In datzelfde schoolgebouw zat een opvangcentrum, waren artsen, maatschappelijk werkers en politie altijd aanwezig.

Ze sprak over leefbaarheid en hangjongeren. Ze had gezien dat het in de Groningse Oosterparkbuurt niet alles kommer en kwel was. Zij was zich ervan bewust dat met renovatie de problemen van een buurt niet werden opgelost. 'Fijn als je er weer mooi bijzit, maar bakstenen garanderen geen geluk.'

Zij wervelde door het land, nam je mee naar hoge verzorgingsflats waar de oudjes in de lift bleven steken, naar getraliede woningen in Dordrecht, tuintjes in Utrecht en speculanten in de Jozefstraat in Venlo. Vanochtend had ze in Assen gezien hoe een sociale werkplaats door het oerwoud van wetten een gat in de markt had ontdekt, en als een echte onderneming big business werd.

En 's middags was ze bij Philips, de grootste werkgever van Drachten, geweest. Ze had er, zei ze, gesproken over employability, de groeiende behoefte om jongeren op te leiden nu de arbeidsmarkt weer krapper werd. Toen stond een oud-vakbondslid op en waarschuwde dat de werkgevers er voor zorgen dat werkloosheid blijft bestaan, omdat ze zo de lonen laag houden.

Adelmund herhaalde wat ze die ochtend in de Volkskrant had geschreven: het gaat prima met de partij en straks gaat het beter. Ze zag de concrete utopie aan de horizon verrijzen en ik begreep dat ze het echt meende. Maar ik begreep ook dat te veel mensen er geen boodschap aan hebben. Toen zij vertrokken was, praatte ik nog wat na met een bestuurslid. Hij zei dat mensen soms leken te denken dat de partij alleen bedoeld was voor zwakken en ouderen. Ze worden beroerd door wat Bolkestein zegt, niet omdat ze het met hem eens zijn, maar omdat hij weet wat er leeft.'

Ik vertelde hoe Margaret Thatcher bij de oude Italiaanse communist en filosoof Antonio Gramsci te rade was gegaan. Hij had geschreven hoe belangrijk het was om altijd zelf de politieke agenda te bepalen. Tony Blair, zei ik, heeft het van Thatcher geleerd.

'Misschien moeten wij het weer van Bolkestein leren.'

Peter Brusse

Meer over