Reportage

De clochard van Parijs is gemondialiseerd

Hing aan de Parijse clochards vroeger nog een zweem van romantiek, hoe onterecht ook, nu zie je de vluchtelingenproblematiek in persoon: de helft van hen komt uit het buitenland. Wat maakt Parijs toch zo aantrekkelijk voor daklozen?

De Egyptenaar Saad (30) bij het tentenkamp onder de bovengrondse metro, waar honderden vluchtelingen verblijven. Beeld Bart Koetsier
De Egyptenaar Saad (30) bij het tentenkamp onder de bovengrondse metro, waar honderden vluchtelingen verblijven.Beeld Bart Koetsier

Radek (36) heeft een huisje gemaakt van een poort op de hoek van de Boulevard de Magenta en de Rue des Vinaigriers. Inclusief toilet, te oordelen aan de penetrante lucht die opstijgt achter de matras en de boodschappentassen.

Hij komt uit Berlijn, reisde via Frankfurt en Straatsburg naar de Franse hoofdstad. Kun je beter in Parijs dakloos zijn dan in Berlijn? Radek haalt zijn schouders op. Hij is nogal summier met informatie. 'Ik raakte mijn baan kwijt, mijn huis, toen ben ik maar op stap gegaan. Maar het is overal hetzelfde', zegt hij mismoedig. Had hij ook een probleem met alcohol? 'Nee, ik had een probleem zonder alcohol.'

Voor zijn voeten staat een plastic bakje met kopergeld. Een erg talentvolle bedelaar lijkt hij niet, zoals hij met een stuurs gezicht voor zijn bakje zit te rillen. Er zijn veel mannen als Radek in Parijs. Je ziet ze bedelen voor de supermarkt, de boulangerie, onder een geldautomaat. Ze slapen onder afdakjes en bruggen, in telefooncellen of gewoon op de stoep, bij voorkeur op een rooster van de metro waardoor warmte opstijgt. Sommigen maken vriendelijk een praatje, anderen liggen slechts in een slaapzak met een bordje 'ik heb honger', als een vuile, stinkende bult waar je slechts met moeite een mens in kunt herkennen.

Radek, die uit Berlijn naar Parijs kwam. Beeld Bart Koetsier
Radek, die uit Berlijn naar Parijs kwam.Beeld Bart Koetsier

Fikse groei

Tussen 2001 en 2012 nam het aantal daklozen in Frankrijk met 44 procent toe, becijferde onlangs het Insee, het Franse CBS. Het werkelijke aantal zal aanzienlijk hoger liggen, want het Insee telde slechts de mensen die bij hulpverleners bekend zijn. Van het totaal aantal daklozen slaapt 10 procent op straat. De rest verblijft in opvangcentra, snurkhuizen of hotels.

De clochard hoort een beetje bij de Parijse folklore, zoals de Moulin Rouge of de schilders van Place du Tertre. Een figuur waar een zekere romantiek vanuit ging, schrijft de historicus André Gueslin in D'ailleurs et de Nulle Part ('van elders en nergens'), zijn geschiedenis van vagebonden, bedelaars en daklozen. De clochard was straatarm, maar vrij, een doorgaans zachtaardige man, wars van geld, status en andere bekrompen eisen van de burgerlijke samenleving.

In werkelijkheid waren de meeste clochards eenzame oudere mannen, laagopgeleid, vaak zwakbegaafd, aldus Gueslin. Ze kwamen naar Parijs op zoek naar marginale klusjes, zoals het sjouwen van koopwaar op de markt van Les Halles. Ze schuimden de vuilnisbakken af op zoek naar voedselresten en andere spullen die nog opgepoetst en verkocht konden worden. In 1933 schetste George Orwell het portret van de zwerver Roucolle in Down and Out in London and Paris: 'Elke ochtend ging hij naar de Hallen om bedorven groenten op te halen, hij voedde zich met kattenvoer, omwikkelde zich met oude kranten als ondergoed, droeg een broek die hij van een oude zak had gemaakt.'

Gemondialiseerd

Zo arm zijn hedendaagse zwervers niet meer. De Roma Gheorghe (30), die voor een supermarkt aan de Quai de Jemmapes bedelt, draagt schoenen van Puma. Maar waarom zijn er nog altijd zo veel bedelaars in Parijs? Waarom schuimen mensen nog altijd de vuilnisbakken af, net als in de tijd van George Orwell? Na de Tweede Wereldoorlog werd lange tijd gedacht dat de clochard zou uitsterven, omdat de verzorgingsstaat het kwetsbare individu zou beschermen tegen de hardheid van de wereld.

Maar de clochard is gemondialiseerd. Meer dan de helft van de Parijse daklozen, 56 procent, komt uit het buitenland. Zoals arme sloebers vroeger uit Bretagne of Auvergne naar Parijs trokken, zo komen nu mensen uit de hele wereld naar een rijke stad waar je kunt leven van de kruimels die van tafel vallen.

Onder de stalen brug van de bovengrondse metro bij La Chapelle hebben honderden vluchtelingen een kamp opgeslagen. Lange rijen identieke tentjes in misplaatst vrolijk groen, verstrekt door een moskee. Voor zijn tentje houdt een Soedanees zijn conditie bij op een hometrainer die hij ergens op de kop heeft getikt.

De Swiebertje-romantiek is hier ver te zoeken. Het kamp is een spiegel van een wereld in beroering: de meeste bewoners komen uit landen als Soedan, Irak of Eritrea.

De Roma Gheorghe. Beeld Bart Koetsier
De Roma Gheorghe.Beeld Bart Koetsier

Aantrekkelijke stad voor daklozen

'Ik denk vaak: wat is er met mijn leven gebeurd? Ik had nooit gedacht dat ik op straat zou belanden', zegt de Egyptenaar Saad (30), terwijl om de minuut de metro van lijn 2 boven ons hoofd dendert. 'Veertien jaar geleden ben ik uit Egypte vertrokken, omdat ik een ander leven wilde. Ik heb lang in Griekenland in de bouw gewerkt. Veel geld verdiend, ik reed zelfs in een Toyota Corolla', zegt hij. Toen stortte Griekenland in. Hij wilde niet terug naar de armoede van Egypte en bovendien waren zijn ouders inmiddels overleden. Hij probeerde zijn geluk in Italië, Engeland en Duitsland. Sinds een half jaar zit hij in Parijs. 'Af en toe heb ik een klusje in de bouw, dan ik kan weer even vooruit', zegt hij.

Parijs is een aantrekkelijke stad voor mensen die de bodem van hun bestaan hebben bereikt, denkt de socioloog Julien Damon. De stad is tolerant voor daklozen, omdat zij deel uitmaken van de Franse traditie. In Berlijn of Londen zijn de autoriteiten veel strenger, als je op straat een tentenkamp wilt opslaan, meent Damon.

Fransen denken anders over zwervers dan Nederlanders, blijkt uit Europees onderzoek. 9 procent van de Fransen vindt het niet ondenkbaar om zelf ooit zwerver te worden, tegenover 1 procent van de Nederlanders. Bovendien wijten Fransen dakloosheid aan maatschappelijke factoren als werkloosheid en woningnood, terwijl Nederlanders eerder aan persoonlijke oorzaken als verslaving aan alcohol of drugs denken. Kortom: het evangelie van de eigen verantwoordelijkheid kent in Frankrijk minder aanhangers.

Subproletariaat

In die tolerante omgeving vormen zwervers een subproletariaat dat zichzelf in stand houdt. Volgens onderzoekers levert bedelen 10 tot 30 euro per dag op, afhankelijk van het communicatieve talent van de bedelaar. Daarnaast krijgen daklozen vaak eten en kleding van buurtbewoners en hulpverleners. Gezonde zwervers klussen af en toe bij in het zwarte circuit.

Zo blijven veel daklozen in leven, zonder dat ze genoeg verdienen om aan de straat te ontsnappen. Waarom kan een rijk land als Frankrijk geen einde maken aan deze misère? In 2007 formuleerde de toenmalige presidentskandidaat Nicolas Sarkozy de ambitie om het aantal zwervers tot nul te reduceren. Sindsdien zijn het er alleen maar meer geworden.

Dat is niet in de eerste plaats een kwestie van geld, stelt socioloog Damon. Frankrijk geeft juist veel geld uit aan allerlei vormen van sociale bescherming. Zo worden veel daklozen in hotels gehuisvest, een dure oplossing. De hulpverlening is echter versnipperd, aldus Damon: de staat, departementen, gemeenten, sociale instanties en particuliere hulpverleners werken langs elkaar heen.

Het grote aantal buitenlandse daklozen bemoeilijkt een oplossing. Het is politiek onhaalbaar om illegaal in Frankrijk verblijvende Soedanezen of Roma een huis met uitkering te geven, zoals hulpverleners willen. Maar ook de Franse zwerver zal nooit helemaal worden uitgebannen, denkt historicus André Gueslin. Elk systeem, hoe sociaal, creëert zijn eigen frictie. Er zullen altijd mensen zijn die de barre vrijheid van de straat verkiezen boven de welwillende bemoeizucht van de hulpverlening, denkt hij.

Een dakloze die op straat slaapt. Beeld Bart Koetsier
Een dakloze die op straat slaapt.Beeld Bart Koetsier

De leegte

Op straat kom je mensen tegen die door de economische crisis over de rand zijn geduwd, maar ook mensen die elke controle over hun leven hebben verloren, door verslaving of psychiatrische problemen. Onder een boog bij het Viaduc des Arts in de buurt van Bastille zit de Tunesiër Mejri (48). Naast hem staat een half leeg gedronken fles wijn, om elf uur 's ochtends. Ooit leefde hij een keurig bestaan, vertelt hij. Vrouw, kinderen, baan. 'Maar ik ben alles kwijtgeraakt door de drank. Ik werkte op vliegveld Orly, daar ben ik ontslagen omdat ik onder invloed een ongeluk veroorzaakte. Ik heb in de gevangenis gezeten wegens rijden onder invloed en huiselijk geweld', zegt hij.

Zijn kinderen wonen in de buurt, maar hij ziet ze nooit omdat hij een straatverbod heeft. Zelf verblijft hij in een tijdelijke opvang voor daklozen. 'Daar heb ik een waarschuwing gehad, omdat ik een keer dronken kwam aanzetten. Ik moet stoppen met drinken, anders moet ik daar weg.'

Voor zijn voeten ligt een plastic tas met medicamenten, die hem moeten helpen in zijn strijd tegen de alcohol. Ze werken best goed, zegt hij. 'Eerst dronk ik vijf tot zes flessen wijn per dag. Nu nog maar twee tot drie. Het is moeilijk om helemaal niet meer te drinken. De leegte die je dan overvalt. Verschrikkelijk.'

Elke winter bericht het nieuws over daklozen die op straat zijn doodgevroren. Maar volgens het collectief Morts de la Rue in Parijs sterven het hele jaar door mensen op straat, omdat ze een hard en ongezond leven leiden. Het collectief telde vorig jaar in heel Frankrijk 480 dakloze doden, met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar, tegen 453 in 2013.

Meer over