De canon

Maakte bisschop Everard de Jong van Roermond een grapje? Ik hoop het niet. Volgens de Volkskrant mengde hij zich gretig in het debat over Educatief Nederland, en noemde hij alvast twee boeken die wat hem betreft in de voorgenomen onderwijskundige canon thuishoren: de bijbel (ik neem aan het Nieuwe Testament:...

Jan Blokker

De krant noteerde uit zijn beluste mond ook een mooi verlanglijstje voor de vaderlandse geschiedenis: 'De komst van de missionarissen Servaas, Bonifatius en Willibrord, de Beeldenstorm, de Reformatie, en 1853, het jaar waarin de katholieken hun godsdienst weer vrij mochten beoefenen.'

Zo mag ik het horen.

Kan, liefst morgen, ook de favoriete canon publiek worden gemaakt van André Rouvoet, Jan Marijnissen, alsmede van een Fries die nog altijd een warm gevoel krijgt als hij aan Dokkum 754 denkt? Die van de liberalen kenden we al: Deltawerken, Cruijff en Van Basten.

Dezelfde Volkskrant interviewde Fons van Wieringen, de voorzitter van de Onderwijsraad die mevrouw Van der Hoeven heeft geadviseerd om een nationale canon samen te stellen op een stuk of twintig deelgebieden ('van literatuur tot waterbouwkunde'), om die dan vervolgens na een brede maatschappelijke discussie ook dwingend op te leggen aan alle scholen.

'En dan', veronderstelden de verslaggevers, 'volgt in de Tweede Kamer zeker het debat of Karel de Goede, de Stoute en de Vijfde er wel of niet in moeten?'

Goeie, cynische vraag.

Maar Van Wieringen antwoordde:

'Prachtig toch? Het voortdurende debat erover is juist van belang, evenals het besef dat de lijst er over tien jaar weer heel anders kan uitzien.'

Daar gaan we weer. Net denk je dat in het onderwijsveld een redelijk iemand is opgestaan die het Ei van Columbus heeft herontdekt en de kinderen opnieuw wil onderwijzen - en dan blijkt het helaas toch weer een blije aanhanger van het postmodernisme die alles permanent tot losse schroeven wil deconstrueren.

Nee, Van Wieringen!

Misschien denk jij dat het bij waterbouwkunde wel zo zal gaan (hoewel je zou moeten weten dat de Wet van Archimedes al sinds de derde eeuw voor Christus niet meer is herroepen), maar als je je canon om de tien jaar wil veranderen, bedoel je misschien de canon van het Songfestival, of de canon van Idols of de canon van Rafael van der Vaart, maar niet een canon waar de bewindspersoon van Onderwijs mee vooruit kan.

Ik zal je trouwens wat vertellen. Vóór types als Van Kemenade, Ritzen en Adelmund en hoe ze verder allemaal hebben geheten, die de gemakzucht van de babyboomgeneratie niet alleen hebben gedoogd maar ook nog beloond, had de politiek helemaal niks bij de inhoud van het onderwijs te zoeken, laat staan dat leden van de Tweede Kamer de kans kregen om een debat te beginnen over de vraag welke Karel een plaatsje in de canon verdient.

Die dingen werden toen bij geheime, haast canon-achtige consensus afgesproken binnen het onderwijs zelf, en daar ging men van een paar elementaire principes uit. Het kind moest zowel taalkundig als redekundig leren ontleden. Het moest zowel hoofdrekenen als redeneersommen onder de knie krijgen.

Het moest minimaal de hoofdstad en het belangrijkste uitvoerproduct van alle landen op de wereld kennen. En alle graven van het Hollandse huis moesten er, met jaartal en al, ingestampt worden.

En ik zal het je nóg sterker vertellen. Je had toen - en ik spreek dus van vóór de jaren zestig van de vorige eeuw - ook nog afzonderlijke rooms-katholieke, protestants-christelijke en sociaal-liberale ('openbare') canons, zodat het ene kind van monseigneur Everard de Jong over bijvoorbeeld de Reformatie iets heel anders moest onthouden dan het andere dat een School met de Bijbel bezocht.

Ingewikkeld, hè Van Wieringen?

Maar heeft toen ooit iemand gezegd dat de samenleving 'in de war' was?

Nooit.

Meer over