analyseonderzoek commissie

De burgerslachtoffers van Hawija zullen Den Haag blijven achtervolgen

Onderzoek moet uitwijzen of de burgerslachtoffers door Nederlandse bombardementen in Irak te vermijden waren. Dit kan tot meer beperkingen voor militaire acties leiden. Maar gaan oorlog en controlezucht wel samen?

De overblijfselen van het gebied in Hawija na de luchtaanvallen, waarbij naar schatting zeventig burgers omkwamen.Beeld Airwars.org

Er komt een onafhankelijke commissie onder leiding van Winnie Sorgdrager die – conform de wens van de Tweede Kamer – gaat onderzoeken waarom bij de luchtaanval op het Irakese Hawija in juni 2015 burgerslachtoffers konden vallen en welke lessen hieruit te trekken zijn. Ook gaat het kabinet, als vrijwillig gebaar, de bevolking van Hawija ondersteunen met nutsprojecten en de herbouw van huizen. De projecten zullen zoveel mogelijk gericht zijn op schadeherstel.

Dat is het voorlopige resultaat van een jaar verhit politiek debat over de aanval op Hawija – waarvan de Nederlandse betrokkenheid onthuld werd door NRC en NOS. Voorlopig, want net zoals Srebrenica zal nu ook ‘Hawija’ voor altijd onderdeel blijven van het publieke bewustzijn.

Het kabinet trekt wel een streep in het zand: de luchtaanval op de IS-bommenfabriek was volgens het kabinet en het Openbaar Ministerie legitiem en conform het humanitair oorlogsrecht. Het kabinet accepteert daarom juridisch geen aansprakelijkheid voor de onvoorziene grote gevolgen van de aanval: tientallen burgerdoden. Over compensatieclaims van nabestaanden zal uiteindelijk dus de rechter moeten oordelen.

Zo ver mogelijk

Binnen deze grenzen is minister van Defensie Ank Bijleveld, die niet opstapte ondanks de moties van wantrouwen die bijna de voltallige oppositie steunde, zo ver gegaan als mogelijk. Dat vloeit logisch voort uit haar optreden in het vierde Hawija-debat, in mei dit jaar, toen ze op een vraag of, met de kennis van nu, het bombardement niet goedgekeurd had mogen worden, antwoordde: ‘Dat is achteraf kijkend. Als je kijkt naar goedkeuren op dat moment, dat is juist verlopen. Nu is het antwoord: ja.’

Deze reactie doet denken aan de woorden van voormalig premier Balkenende in 2010, na de publicatie van het rapport van de commissie-Davids over de Irakoorlog in 2003. Toen stelde hij dat het kabinet ‘met de kennis van nu’ aanvaardde dat voor de Amerikaanse inval in Irak ‘een adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest’. Hoon werd zijn deel.

Politiek bleef de terugblik op de Irakoorlog niet zonder gevolgen: de commissie-Davids klonk toekomstig Nederlands militair optreden, met steun van de Kamer, vast aan een VN-mandaat. Feitelijk is daardoor nu Russische en Chinese instemming nodig.

Nieuwe eisen

Het is goed denkbaar dat het werk van de commissie-Sorgdrager ertoe leidt dat de politiek nieuwe eisen stelt aan militaire inzet. Bij sommige militairen roept dit de fundamentele vraag op of de fog of war, de onvermijdelijke oorlogsmist, zich wel laat verenigen met parlementaire controlezucht en de acceptatiegraad van onbedoelde burgerslachtoffers. Daarin bestaan ook tussen Europese landen grote cultuurverschillen.

Niet alleen de linkse oppositie, ook de coalitiepartijen gingen in het Hawija-debat in mei ver in hun veroordeling van de luchtaanval. Joël Voordewind (ChristenUnie) sprak van een ‘niet zorgvuldige’ planningprocedure. Salima Belhaj (D66) zei dat de (Amerikaanse) planners van de aanval ‘een buitengewoon groot risico hebben genomen met hun aannamen, omdat je niet kunt inschatten wat de gevolgen zijn als je niet weet hoeveel explosieven er liggen’. Van tevoren was inderdaad niet bekend hoeveel explosieven in de IS-bommenfabriek lagen opgeslagen.

Volgens Pieter Cobelens, generaal-majoor buiten dienst, maakt de Kamer er ‘op deze manier een karikatuur’ van. ‘Het gaat wel heel erg ver als je vanuit de Tweede Kamer mee wilt denken over doelen. Moeten we in het vervolg de vijand eerst bellen om te vragen hoeveel munitie ze hebben?’ Ondanks de zorgvuldige procedures gaan er in oorlogen onvermijdelijk dingen mis, meent hij – ook omdat de informatie zelden volledig is.

Onschuldige burgers

‘Ook in Uruzgan zijn onschuldige burgers het slachtoffer geworden, ondanks onze inspanningen om dat te beperken’, zegt hij, verwijzend naar de Nederlandse inzet in die Afghaanse provincie tussen 2006 en 2010. ‘Vaak is niet eens duidelijk hoeveel. In zo’n situatie kun je op veel vragen geen antwoord geven. De Taliban hebben ook geen petjes op met ‘ik ben Talibanstrijder’.’

Militairen uitten zich er niet publiekelijk over, maar een jaar geleden tweette luchtmachtbevelhebber Dennis Luyt dat ondanks alle zorgvuldigheid bij de planning en uitvoering ‘100 procent garantie’ op het voorkomen van onbedoelde slachtoffers ‘nooit’ bestaat. ‘Deze realiteit hoort ook bij ons werk.’

Maar niet alle militairen denken hetzelfde. Oud-bevelhebber en voormalig F-16-vlieger Dick Berlijn ziet het aankomende onderzoek van Sorgdrager juist als kans om de publieke steun voor oorlogshandelingen te vergroten. ‘Ik vind niet dat zo’n onderzoek moet leiden tot verdere beperkingen aan militaire missies, maar de vraag waarom het misging is terecht en ik ben niet bang voor zo’n onderzoek. Het is juist van belang dat de samenleving vertrouwen blijft houden in dat hele proces waaraan we de zekerheid ontlenen dat iets een legitiem doel is.’

‘Vernietigd’

Commissies, rapporten en juridische procedures – het is waar Nederlands militair optreden vaker op uitloopt. Dat geldt ook voor missies die met grote steun van de Kamer worden gelanceerd. Bijvoorbeeld die tegen Islamitische Staat, die ook volgens de Kamer ‘vernietigd’ moest worden (alleen SP en Partij voor de Dieren waren tegen). 

Zo werkt de Bosnisch-Servische genocide op moslims in Srebrenica, in 1995, door tot de dag van vandaag. In juli ging nog een commissie aan de slag om schadevergoeding te bepalen voor nabestaanden van 350 mannen die in juli 1995 van de Nederlandse VN-compound werden afgevoerd en vermoord. De Hoge Raad hield Nederland daarvoor, in een knap staaltje juridische wiskunde, voor 10 procent verantwoordelijk.

Ook na ‘Hawija’ gaat de politiek zich bezinnen op haar verantwoordelijkheid voor militaire missies. En dat begint, conform Haagse tradities, met een onafhankelijke commissie.

Meer over