De broze beloftes van Dayton

DE NAVO-troepen die voor een periode van een jaar naar Bosnië vertrekken, staan voor de taak een adempauze te creëren waarin de vrede een kans krijgt....

ANTHONY LEWIS

Een absolute voorwaarde om hiervan iets terecht te laten komen is herstel van het respect voor de normen van recht en menselijkheid. En op dat punt zijn de eerste tekenen niet bemoedigend.

Sinds de ondertekening van de akkoorden van Dayton zijn er zorgwekkende symptomen zichtbaar geworden, die erop duiden dat de beloftes om te komen tot herstel van het recht worden veronachtzaamd. Bosnische Serviërs gaan door met het 'etnisch zuiveren' van de omgeving van Banja Luka, de belangrijkste stad in het door hen beheerste noorden van Bosnië.

Gedurende de oorlog hebben de Serviërs in deze streek zich bezondigd aan uiterst wrede moorden en terreur-campagnes. De meeste overlevende Moslims en Kroaten zijn uit Banja Luka en de omliggende dorpen weggevlucht. De twaalfduizend achterblijvers worden stukje bij beetje, een paar gezinnen per dag, van huis en haard verjaagd. Hun woningen worden in brand gestoken of ter beschikking gesteld aan Servische vluchtelingen.

Bosnische Kroaten hebben verleden week Ivica Rajic vrijgelaten, een Kroatische officier die was aangeklaagd door het Joegoslavië-Tribunaal. Dat was een schaamteloze schending van een van de beloftes van Dayton. Tegen Rajic liep voor een plaatselijke rechtbank een proces wegens moord. In Dayton hadden Kroatische functionarissen beloofd dat hij, ongeacht de afloop van het proces, zou worden uitgeleverd aan het Tribunaal. Maar vorige week werd hij door een Kroatische rechter vrijgesproken en op vrije voeten gesteld.

Een groter vertoon van minachting voor Dayton is nauwelijks denkbaar. Een andere wegens oorlogsmisdaden aangeklaagde officier was overigens al eerder door president Franjo Tudjman gepromoveerd. Kroatische militairen voeren een politiek van de verbrande aarde in gebieden die ze volgens het

akkoord van Dayton moeten ontruimen en aan de Serviërs overdragen.

Een nog duidelijker punt van zorg betreft de benoeming van Carl Bildt tot 'hoge vertegenwoordiger', met als taak het houden van toezicht op de uitvoering van de vredesovereenkomst voorzover die betrekking heeft op het leven van de burgers. Bildt, de voornaamste Zweedse oppositieleider, was in de laatste fase van het Bosnië-conflict bemiddelaar voor de Europese Unie. Als zodanig had hij de naam dat hij de Servische agressors naar de mond praatte.

Er was met name kritiek op Bildts optreden tijdens de Servische verovering van het zogeheten 'veilige gebied' Srebrenica in juli, waarbij niet minder dan zesduizend mannen zijn vermoord. Volgens de lezing van sommigen was Bildt tegen NAVO-luchtacties om Srebrenica te redden. Na de val van het stadje liet hij weten dat hij overeenstemming had bereikt met de Bosnisch-Servische commandant Ratko Mladic over het toelaten van het Rode Kruis tot de gevangenen. Het Rode Kruis heeft nooit de gelegenheid gekregen de 'gevangenen' te bezoeken, erger nog, alles wijst erop dat ze in werkelijkheid dood waren. Drie maanden lang heeft Bildt zich vervolgens onthouden van elke kritiek op het Servische optreden in Srebrenica.

Hij heeft bovendien aangekondigd dat hij ook als hoge vertegenwoordiger actief wil blijven in de Zweedse politiek en in Stockholm wil blijven wonen. Het is moeilijk voor te stellen hoe iemand op zo'n grote afstand met succes toezicht zou kunnen houden op de uitvoering van Dayton. Maar wie weet zal Bildt het in zijn nieuwe functie beter doen dan als bemiddelaar.

Het moeilijkste en meest delicate deel van Bildts opdracht is het uitoefenen van druk op de partijen om zich te houden aan hun belofte medewerking te verlenen aan het Tribunaal voor voormalig Joegoslavië. Dat is van cruciaal belang. Want tenzij de slachtoffers van de in Bosnië gepleegde gruweldaden met eigen ogen zien dat de daders daarvoor persoonlijk ter verantwoording worden geroepen, zullen ze de schuld aan groepen geven. In dat geval blijft de vicieuze cirkel van haat en wraak bestaan.

Vanuit dit perspectief geven de jongste gebeurtenissen in Bosnië aanleiding tot bezorgdheid. Chris Janowski van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties heeft in verband met de 'etnische zuiveringen' in Banja Luka uiting gegeven aan die zorg. De overeenkomst van Dayton heeft volgens Janowski geen einde gemaakt aan die zuiveringen. 'Zo houden we in Bosnië dezelfde bitterheid en vijandschap, en dezelfde Servische autoriteiten, die beweren dat ze al het mogelijke doen om een einde aan de misdaden te maken, terwijl ze in werkelijkheid niets doen.'

Anthony Lewis

The New York Times

Meer over