Column

De Britse 'status aparte'

De Britse premier David Cameron wil in juni 2016 al een referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk (VK).

De Britse premier, David Cameron. Beeld afp
De Britse premier, David Cameron.Beeld afp

Dat klinkt ambitieus, maar de 'Britse kwestie' kan niet te lang boven de Europese markt hangen. De migratiecrisis verscheurt Europa. Economische stagnatie in de eurozone duurt onverminderd voort. Bovendien is 2017 het jaar van presidentsverkiezingen in Frankrijk en parlementsverkiezingen in Duitsland. De crisiskalender is goed gevuld.

Troefkaart van de Britten is dat de eurozone, waartoe het VK niet behoort, streeft naar 'diepere integratie'. Dat vereist verandering van EU-verdragen. Londen is bereid verdieping niet te frustreren als de EU de Britten een 'status aparte' geeft. Ziehier de deal.

Britse politici zijn meesters in het verpakken van nationaal eigenbelang met bewoordingen die klinken alsof iedereen er belang bij heeft. Daarom geen 'opt-out' maar een verhaallijn. Cameron vindt het dogma van een 'steeds hechtere Unie' achterhaald. Dat klopt. De EU stuit op de grenzen van haar integratievermogen. Het VK grossiert in uitzonderingsregels: niet in de eurozone, niet in Schengen. Zweden en Polen zitten evenmin in de eurozone, terwijl Zwitserland, niet EU-lid, wel in Schengen zit. De steeds hechtere Unie is in feite een keuzemenu.

Britse politiek is niet vrij van luchtig gelardeerd cynisme. De Britse regering wil de eurozone 'te hulp schieten'. Maar Britse conservatieven hadden nooit vertrouwen in de euro als drijvende kracht voor politieke eenheid. Voormalig partijleider William Hague noemde de gemeenschapsmunt een 'brandend huis zonder uitgang'. Hij had een punt. Diepere integratie betekent meer financieel en politiek centralisme. Het is de vraag of dat leidt tot economische groei. Voormalig hoofdeconoom van het IMF, Olivier Blanchard, zei na zijn vertrek dat de eurozone tot mislukken is gedoemd als diepere integratie niet meer welvaart brengt. Dan ontstaat er politieke oproer binnen eurolanden en ruzies tussen eurolanden. De Britten zijn dus handig. Ze maken zich los van elk euroweefsel voordat het kaartenhuis instort.

De Britse regering wil vooral Europese beleidsterreinen bevorderen waar zij zelf belang bij heeft, zoals versterking van de interne markt. Het Europees continent is de grootste afzetmarkt van het VK. De Britse Europees Commissaris, Jonathan Hill, deed voorstellen voor een Unie van Kapitaalmarkten, waarin de City in Londen de feitelijke hoofdstad is. De Britten willen een liberaler dienstenverkeer: 80 procent van de Britse economie. En ze willen niet-eurolanden, waarvan zij de aanvoerder zijn, vrijwaren van dure regelingen in euroland, zoals hulppakketten voor Griekenland of een bankenunie met een Europees deposito-garantiesysteem. Britse spaarders willen niet garant staan voor de redding van Franse banken.

Om de macht van de Europese bureaucratie te temmen wil Cameron een 'rode kaart' invoeren die nationale parlementen kunnen geven om onnodige wetgeving uit Brussel te stoppen. Een uitstekend idee. De EU-instellingen kunnen dat zelf niet ondanks moedige pogingen van een enkeling. Een institutionele tegenmacht vanuit de lidstaten is vereist, met de Duitse Bondsdag, de Tweede Kamer en het Britse Lagerhuis in de voorhoede.

Meest heikel thema is beperktere toegang tot sociale voorzieningen voor EU-arbeidsmigranten. Cameron breekt een taboe. Het hele systeem van sociale voorzieningen en gezinshereniging wordt onhoudbaar door de huidige migratiestroom van buiten de EU. Maar Brussel beseft dat nog niet.

Het Britse EU-lidmaatschap is een wezenlijk Europees en Nederlands belang. De eurocrisis en de migratiecrisis zetten Duitsland centraal. Het Duitse verleden maakt Duitse politici onzeker. Vertrek van het VK werkt escalerend omdat Duitsland een onwillig Europees continent domineert in een rol die het niet wil. Britten zijn nodig voor een evenwicht op het Europese continent.

George Osborne, Brits minister van Financiën, herinnerde er onlangs in Berlijn aan dat sinds de crisis van 2008 het VK en Duitsland groeiden met 13 procent, de rest van Europa met 4 procent. Beide landen zorgden voor tweederde van de economische groei. Een voorakkoord tussen Londen en Berlijn over EU-hervormingen kan een oplossing versnellen. De rest moet wel volgen.

Frankrijk? Economisch is het verzwakt. Franse begrotingstekorten blijken net zo onbedwingbaar als Franse maîtresses, getuige ervaringen van de Franse president. Voorjaar 2017 wachten moeilijke presidentsverkiezingen waarin Marine Le Pen gevestigde machten uitdaagt. In de 'Britse kwestie' is er geen tijd voor procedures uit de Poolse Landdag.

Meer over