De brandweer schreeuwt, reactie blijft uit

De eerste brandweerwagen strandt bij een poort, later in een verkeerssluis. Vluchtdeuren kunnen niet ontgrendeld worden. Vrijwel alles liep mis tijdens de Schipholbrand....

Ergens rond middernacht, waarschijnlijk vijf minuten voor twaalf, gaat de brandmelder af. Niet bij de brandweer. De beveiligers van het cellencomplex op Schiphol-Oost proberen zelf het vuur te blussen, bewijzen de uitgerolde brandslangen die de eerste brandweereenheid later die nacht vindt.

Zeven minuten nadat de melder is afgegaan, wordt de brandweer gealarmeerd. Kostbare minuten tikken weg, het vuur grijpt om zich heen terwijl de beveiligers probeerden ‘te redden wat er te redden valt’.

Vermoedelijk ging eerder die nacht al een keer de brandmelder af op het cellencomplex. Want volgens de logboeken is de brandweer zeker één keer afgebeld. Dat blijkt uit een reconstructie van de commissie-Hendrikx die onderzoek deed naar de Schiphol-ramp, waarbij eind oktober elf vreemdelingen om het leven kwamen.

Ruim veertien minuten na de melding van vijf voor twaalf staat de eerste bluswagen, de TS641, bij het detentiecentrum. De wagen rijdt volgens de instructies naar poort 1, maar die zit op slot. Samen met een andere brandweerwagen en een ambulance, rijdt de TS641 naar een andere poort en komt vast te staan in een sluis.

Er ontstaat verwarring. De hekken van de sluis kunnen niet tegelijk open. Een beveiliger meldt dat te weinig personeel aanwezig is om de gedetineerden te bewaken en dus kunnen de hekken niet open. Hij kan de brandweer niet uitleggen hoe ze het cellencomplex kunnen bereiken.

De bevelvoerder van de brandweerwagen ziet vlammen uit het centrum slaan. In de luchtruimte van vleugel J staan tientallen gedetineerden. Ze willen weg en schreeuwen. Politie met wapens houden ze tegen. De sfeer is grimmig.

Als brandweerwagen TS641 aankomt bij vleugel J (naast de brandende afdeling K) blijkt de deur op slot. De blusploeg moet de tralies openknippen, de medewerkers van het detentiecentrum kunnen de sleutels niet vinden.

De vluchtdeuren van de vleugels J en K, waar 52 gedetineerden vastzitten, zijn niet automatisch ontgrendeld waardoor de brandweermannen moeilijk het complex kunnen binnenkomen. Bij een goed functionerend systeem zouden deze deuren bij brand open moeten gaan. Bewaarders hadden een paar weken voor de brand schriftelijk geklaagd bij de directie over deuren die zouden zijn ontkoppeld van het alarmsysteem.

Om 00.16 komt de ‘aanvalsploeg’ van TS641 de brandende vleugel K binnen. Er hangt zeer veel rook en vanwege de hitte moeten de brandweermannen zich terugtrekken. Ze schreeuwen om te kijken of er nog overlevenden zijn. Er komt geen reactie.

De tweede brandweerploeg lukt het wel vleugel K binnen te komen. De eerste tien cellen zijn leeg, maar verder komen de hulpverleners niet. Wegens een enorme hitte en bluswater dat kookt moet de ploeg zich terugtrekken.

Rond half een ’s nachts is onduidelijk of alle gedetineerden uit vleugel K zijn geëvacueerd. Het blussen wordt vertraagd. De ondergrondse brandkranen hebben onvoldoende water. Met speciale pompen halen de brandweerwagens, inmiddels is een groot aantal gearriveerd, water uit een nabijgelegen sloot.

Een wagen uit Amsterdam slaagt er om 01.38 uur in vleugel K te betreden. Alles, ook stoelen, brandt. In een van de cellen treft de brandweer het eerste slachtoffer aan. Rond drie uur ’s nachts wordt het sein brand meester gegeven. Dan begint de bergingsactie en worden nog eens tien lichamen geborgen.

Meer over