analyse

De bottleneck van de coronaherfst: het grote gebrek aan ic-verpleegkundigen. Waarom is er nog steeds geen oplossing?

Een coronapatiënt wordt behandeld op de intensive care van het Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg.  Beeld Arie Kievit
Een coronapatiënt wordt behandeld op de intensive care van het Elisabeth Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg.Beeld Arie Kievit

Deze coronaherfst dreigt weer een tekort aan ic-verpleegkundigen dat de zorg kan laten vastlopen. Hoe kan het dat er na anderhalf jaar pandemie nog steeds geen oplossing is? De Volkskrant deed een rondgang bij ziekenhuizen.

De vrije momenten werden afgelopen anderhalf jaar steeds schaarser voor Arjan van den Broek, ic-verpleegkundige in het Amphia Ziekenhuis in Breda. Al sinds het begin van de coronacrisis staat hij aan het bed van ernstig zieke coronapatiënten. Had hij in de eerste golf nog wel eens een vrij weekend, in de tweede en derde golf was er nauwelijks tijd om op te laden. ‘Dan had je nachtdiensten van 7 uur ’s avonds tot half 8 ’s ochtends. Ik deed er wel eens drie achter elkaar. Je slaapt, wordt wakker, eet wat en gaat weer aan het werk.’ Het werk eiste zijn tol, zegt Van den Broek. ‘Het heeft collega’s gekost. Er zijn een paar tijdelijk in de ziektewet geraakt, door de hoge werkdruk.’

Inmiddels is Van den Broek op vakantie geweest. ‘Dat was ook wel nodig. Maar ik heb er nu weer zes nachtdiensten opzitten, dus dan zit je er meteen weer in.’ Mocht er nog een golf komen, dan kan hij dat aan op zijn reserves. ‘Dat doe je op adrenaline.’

Sinds het begin van de coronacrisis is het werk voor veel ic-verpleegkundigen aanhoudend zwaar. Ze kregen er nauwelijks versterking bij. Integendeel, er zijn ziekenhuizen waar nog minder ic-verpleegkundigen rondlopen dan een jaar eerder, blijkt uit een rondgang van de Volkskrant.

Terwijl intensive care-afdelingen na anderhalf jaar coronacrisis meer bedden beschikbaar wilden maken, moesten sommige juist noodgedwongen inleveren. Zoals het UMCG in Groningen, waar in twee jaar tijd meer dan vijftig ic-verpleegkundigen weggingen. ‘We wilden onze capaciteit uitbreiden’, zegt ic-hoofd Peter van der Voort. ‘In plaats daarvan hebben we juist drie bedden minder dan vorig jaar. In totaal zitten we zo’n acht bedden onder onze streefcapaciteit.’

En dat kan vergaande gevolgen hebben. Met de besmettelijke deltavariant die rondgaat onder de bevolking, met de vermoedelijk zo’n 1,8 miljoen Nederlanders die het vaccin niet willen en met de berichten over de afnemende effectiviteit van vaccins, lijkt een nieuwe coronagolf in de herfst een steeds reëler scenario. Van der Voort: ‘In dat geval moeten we keuzen maken: de reguliere zorg afschalen en meer mensen op wachtlijsten plaatsen of covid-19-patiënten van andere overbelaste ziekenhuizen weigeren.’

Daarmee dreigt de zorg wéér vast te lopen. Dat terwijl al tijdens de eerste golf bekend was dat er zonder een toename van het aantal ic-verpleegkundigen onmogelijk meer capaciteit op de ic’s kon worden gecreëerd. ‘Met spoed gezocht: duizenden verpleegkundigen voor de tweede coronagolf’, kopte de Volkskrant al in juni vorig jaar. Nu hebben ziekenhuizen vaak nog steeds meer dan tien vacatures uitstaan, zo blijkt uit de rondgang. Hoe kan het dat er, ondanks alle signalen na anderhalf jaar pandemie, nog steeds geen oplossing is?

Wat gaat er mis?

Vooropgesteld: het verpleegkundigentekort is geen typisch Nederlands probleem. In heel Europa kampen landen met te weinig menskracht op intensive cares. Zo hebben ook Britse ziekenhuizen sinds jaar en dag personele problemen, zegt Marcel Levi, voormalig directeur van een groep Londense ziekenhuizen. ‘Voor een aanzienlijk deel zijn Britse ziekenhuizen zelfs afhankelijk van buitenlands personeel. Ze hebben mensen uit Portugal, Italië en Polen in dienst’, zegt Levi. Zij wijken uit naar Engeland vanwege het hogere salaris, maar nu ook in hun eigen land de zorg ontwricht is geraakt, keren velen terug. Levi: ‘En als zij wegblijven, heeft Engeland een probleem.’

In Nederland zit het knelpunt bij het opleiden van voldoende ic-personeel. De verpleegkundigenopleidingen groeien, maar alsnog is er te weinig aanwas van ic-verpleegkundigen. Volgens het Capaciteitsorgaan, dat de landelijke zorgbehoefte in kaart brengt, zou er zeker eenderde meer opleidingsplekken moeten vrijkomen om de capaciteit in de toekomst op peil te houden.

Opvallend genoeg had covid-19 weinig invloed op het aantal ic-verpleegkundigen, zo blijkt uit cijfers van het Capaciteitsorgaan. Wel heeft de crisis het opleidingsprobleem urgenter gemaakt. Ziekenhuizen zagen het afgelopen jaar een hoger verzuim onder ic-verpleegkundigen. Als personeel zelf covid krijgt of bezwijkt aan stress, legt dat extra druk op de bestaande capaciteit. Bovendien drukken coronapatiënten flink op de al geringe ic-capaciteit.

Dat er zoveel tandjes moeten worden bijgezet heeft onder meer te maken met de steeds complexere zorg en uitstroom van vergrijzend zorgpersoneel. Door de relatief hoge leeftijd van ic-verpleegkundigen, gaan er simpelweg meer met pensioen, zien ziekenhuizen. Maar dat soort problemen zag men toch al lang en breed aankomen? Bovendien: omscholing van reguliere verpleegkundigen naar een plek op de ic duurt 18 maanden. Was er vanaf het begin van de crisis op ingezet, dan zou er binnen nu en enkele maanden een extra lichting kunnen beginnen. Hoe kan het dan dat er na anderhalf jaar pandemie nog helemaal niets lijkt veranderd?

De ziekenhuizen lopen tegen grenzen aan, ziet Hans Schoo, bestuurslid van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem en zelf opgeleid verpleegkundige. ‘We hebben veel mensen aangenomen om ons te ondersteunen. Die gaan we uiteindelijk allemaal een opleiding aanbieden’, zegt Schoo. ‘Het grootste probleem is dat ze niet allemaal tegelijk kunnen starten, we hebben maar een beperkt aantal opleidingsplekken.’

Daarnaast is tijdens de coronacrisis in veel ziekenhuizen de opleiding tijdelijk stilgezet. ‘Iedereen moest meehelpen, ook de studenten die net begonnen. Dus hebben we de opleiding met een half jaar opgeschort’, zegt het Groningse ic-hoofd Van der Voort. ‘Het kon niet anders, maar achteraf hebben we er last van. Het duurt nu langer voordat zij echt aan de slag kunnen.’

Naast de problemen met vergrijzing, de complexiteit van de zorg, verzuim door covid en de grenzen van opleidingen hebben ziekenhuizen moeite om nieuwe ic-verpleegkundigen te behouden. De nieuwe generatie blijft minder lang op de ic werken, zegt Van der Voort. ‘Vroeger was de intensive care het eindstation van de carrière. Daar bleef men soms tientallen jaren. Dat is allang niet meer zo.’ Het werk op de ic is zwaar. ‘Mensen vinden hun thuissituatie belangrijk. Daar passen nachtdiensten niet bij. Dus kiezen ze op den duur voor plekken in het ziekenhuis waar ze betere werktijden hebben.’

Dat beeld komt overeen met wat ziekenhuizen van hun vertrekkend personeel horen. ‘Een gebrek aan doorgroeimogelijkheden en uitdaging zijn de twee meestgenoemde redenen’, schrijft een woordvoerder van het Amsterdam UMC in een reactie per mail. ‘Gevolgd door de balans tussen werk en privé.’

Dat beaamt voormalig ic-verpleegkundige Jennifer Yohannes (39), die deze zomer na vijftien jaar stopte op de intensive care. Ze werkt nog wel in de zorg maar staat niet meer aan het bed. ‘Onze verantwoordelijkheid is veel groter geworden. Maar we hebben nauwelijks zeggenschap over het werk, en er staat geen passende vergoeding tegenover’, zegt Yohannes. ‘Door medische vooruitgang kunnen we meer voor patiënten doen. Maar voor de ic-verpleegkundige is dat ook een zwaardere last. Patiënten hebben complexere aandoeningen. Wij zijn de oren en ogen van de ic-arts – die staat acht minuten aan het bed van een patiënt, wij acht uur.’

Daar komt nog eens bij dat de concurrentie op de arbeidsmarkt enorm is. Ziekenhuizen zien veel ic-personeel vertrekken dat vervolgens aan de slag gaat als zelfstandige of via een detacheringsbureau gaat werken. Dat is aantrekkelijk vanwege de flexibiliteit en een hoger loon. Van der Voort: ‘Ic-verpleegkundigen zijn heel gewild. Ze zijn kordaat, hebben veel kennis. We moeten die mensen echt verleiden om voor ons te werken.’

Hoe het tekort op te lossen?

Ziekenhuizen proberen op allerlei manieren het werk zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Van speciale slaapcabines – energy pods – waar verpleegkundigen tijdens hun nachtdienst kunnen opladen, tot virtualrealitybrillen waarmee ze even kunnen ontsnappen aan de harde realiteit van de ic.

‘De coronacrisis is zwaar. In sommige gevallen ben je maandenlang voor iemand aan het zorgen en dan haalt zo’n patiënt het toch niet’, zegt verpleegkundige Van den Broek. Het is inherent aan ic-werk dat patiënten overlijden, maar dit was te veel en te lang.’ Hij en zijn collega’s kregen deze crisis vers fruit, er kwam een massagestoel en er werd een psychosociale dienst opgezet waar medewerkers konden praten. Het biedt een welkome verlichting.

Over één ding is iedereen het eens: het is onvoldoende om het aanhoudende personeelstekort op te lossen. Ziekenhuizen zijn op zoek naar structurele verbeteringen. Zo proberen ze verpleegkundigen meer zeggenschap te geven over hun werk en rol binnen het ziekenhuis, zegt ziekenhuisbestuurder Schoo. ‘We willen ze meer laten meepraten over de inhoud van de opleidingen die ze kunnen volgen en over het benutten van hun talenten. Ook laten we verpleegkundigen meebeslissen over de invulling van hun dienstroosters.’

Een ander veelgehoorde structurele oplossing is verhoging van het salaris. Pas dan wordt het beroep echt weer populair, zo klinkt het onder ziekenhuisbestuurders en verpleegkundigen zelf. Momenteel verdienen ic-verpleegkundigen maximaal tussen de 3.900 en 4.200 euro bij een voltijds dienstverband. Maar hoe hoog zo’n salaris dan moet zijn en hoeveel effect het daadwerkelijk heeft, is onzeker. Bovendien laat die oplossing mogelijk wel even op zich wachten. Zo liggen de cao-onderhandelingen tussen de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (NFU) en vakbonden al bijna een jaar nagenoeg stil.

Inspringen

Zolang structurele oplossingen uitblijven, is het onvermijdelijk om personeel zonder ic-opleiding in te zetten, zegt voormalig ziekenhuisdirecteur Levi. Een deel van het werk kan prima door ander personeel worden uitgevoerd, zegt Levi. ‘Het idee dat we op de ic alleen hbo-verpleegkundigen moeten inzetten is verkeerd. Bot gezegd zijn die mensen te slim voor een groot deel van het werk. Mensen wassen, eten geven – dat kun je ze uit handen nemen. In Engeland werkten we met teams van reguliere verpleegkundigen en verzorgenden onder leiding van een ic-verpleegkundige.’

Ook in Nederland zetten ziekenhuizen al ondersteunend personeel in of springt personeel van andere afdelingen bij als ic-zorg in de knel komt. ‘Tijdens de piek van de coronacrisis hebben we het aantal ic-bedden meer dan verdubbeld’, schrijft een woordvoerder van het Elisabeth Tweesteden ziekenhuis in Tilburg. ‘Dat was nooit gelukt zonder ondersteuning van andere afdelingen.’

Aan dat soort kunstgrepen kleven risico’s, zegt ziekenhuisbestuurder Schoo. ‘Het vraagt veel van de ic-verpleegkundigen als ze mensen moeten aansturen die minder bevoegd zijn en minder ervaring hebben. Daar moeten we goed op letten.’ Bovendien hebben ook andere afdelingen regelmatig een tekort aan verpleegkundigen- daar kun je niet blijvend personeel van wegtrekken.

Ziekenhuizen moeten ervoor waken dat onkundig personeel taken uitvoert waarvoor ze niet bevoegd zijn. Zoals in Frankrijk, waar in de regio Ile de France studenten verpleegkunde een versnelde ic-opleiding werd aangeboden. Het leidde tot chaotische taferelen. Zo vertelde een verpleegkundige tegen Franse media dat ze op de ic machines moest bedienen die ze nog nooit had gebruikt.

Om zulke scenario’s te voorkomen is het verstandig de capaciteitscrisis bij een volgende golf voor te zijn, zegt ic-hoofd Van der Voort. ‘Het lukt niet meer om dit alleen aan individuele ziekenhuizen over te laten. We moeten naar een landelijke aanpak, net zoals bij de spreiding van patiënten.’ Op die manier zou het ene ziekenhuis met relatief veel personeel enkele verpleegkundigen tijdelijk in kunnen zetten in een regio met een tekort. ‘Het maatschappelijk belang is zo groot dat we dit knelpunt landelijk moeten aanpakken.’

Meer over