bericht uit

De boom die al 400 jaar toekijkt, en zo wijs is te zwijgen

Geschiedenis met een glimlach: heel vaak komt het op Curaçao niet voor. Bij het teruggaan in de tijd komen littekens van strijd en verdriet bloot te liggen en kunnen zelfs wonden weer opengaan. Maar soms, merk ik, overheerst een gevoel van historisch plezier, van genoegen over het verleden.

Kees Broere
Deze kapokboom, in de westpunt van Curaçao, is ongeveer 400 jaar oud. Beeld Kees Broere
Deze kapokboom, in de westpunt van Curaçao, is ongeveer 400 jaar oud.Beeld Kees Broere

Zoals bij Hòfi Pastor. Alleen de naam al heeft iets vrolijks. Het woord ‘pastor’ verwijst inderdaad naar de katholieke geestelijke die in het Nederlands nog een extra ‘o’ heeft gekregen. En bij ‘hòfi’ mag u denken aan de Hof van Eden, zolang u zich daarbij maar realiseert dat het om een boomgaard gaat.

Curaçao heeft als Caribisch eiland iets anti-tropisch. Ja, er zijn palmbomen en andere aangename clichés die passen bij zon, zand en zee. Maar als ‘droge klip’ of ‘barre rots’, zoals de inwoners hun eigen stek soms noemen, vormen de vele soorten cactussen toch de overheersende flora, juist omdat die zo goed tegen droogte bestand zijn.

Een boomgaard, een hòfi, is dan welhaast een sappige lustplaats en zeker iets om te koesteren. Gelukkig gebeurt dat laatste ook. Toeristen zullen de meeste hòfi’s achter hun muren nooit ontdekken. De Curaçaoënaars, zeker de wat oudere, kunnen er terecht om het glas te heffen, sierlijk te dansen en elkaar liefdevol of schalks in de ogen te kijken.

Zij het weer niet bij Hòfi Pastor. Het is een plek bij het dorpje Barber, niet ver van de meest westelijke punt op het eiland, die zowel bewoners als bezoekers de kans geeft pakweg een uurtje te vertoeven in een natuurparkje dat zijn charme voornamelijk aan twee zaken ontleent. Aan het feit dat er nauwelijks gekapt wordt en alles er dus schots en scheef mag groeien. En aan, wat ik noem, ‘de boom die alles zag’.

Als soort gaat het hier om de kapokboom. Ik ben die eerder tegengekomen in West-Afrika, de plaats waarvandaan ooit, om maar eens een litteken van de geschiedenis te benoemen, zoveel mensen tegen hun zin naar de nieuwe wereld van Latijns-Amerika en de Cariben zijn verscheept. Maar de kapokboom in Hòfi Pastor heeft juist iets triomfantelijks en vrolijks.

Volgens de kenners is de boom zo’n 400 jaar oud. Wie weet dat in 1634 de Nederlanders het Benedenwindse Eiland Curaçao veroverden op de Spanjaarden, weet dus ook dat deze boom alles en iedereen uit de relatief recente geschiedenis van deze bijzondere Caribische plek voorbij heeft zien komen – en heeft overleefd. Deze boom heeft alles gezien (en gehoord) en is zo wijs daar voor altijd over te zwijgen.

Is het een mooi oudje, deze kapokboom? Bepaald niet, maar dat hoeft uiteraard ook helemaal niet. Hij staat daar gewoon te staan en in al zijn knoestige (en hier en daar geknotte) lelijkheid zichzelf te wezen. Ik denk aan al die mensen in de afgelopen vier eeuwen die het goed dan wel slecht met andere mensen op Curaçao voorhadden, die hier hebben gestreefd en zijn gesneefd. Zij kwamen en gingen. De boom bleef.

Dit keer kwam ik, samen met een dierbare vriend, op een zondagochtend. Al meer dan vierenhalf jaar woon ik op dit eiland en nog nooit had ik de boom die alles zag ook zelf gezien. Na mijn bezoek heb ik stiekem een flintertje van de kapok gepulkt en mee naar huis genomen. Om mijzelf op te nemen in de geschiedenis. Met een glimlach.

Meer over