De Bol is niets voor droge voeten

Er is in Nederland geen vierkante centimeter die niet door mensenhand is beroerd. Maar misschien beseffen we dat we interessante aspecten uit onze ontstaansgeschiedenis verliezen als we het hele landschap in een eenheidsworst veranderen....

door Philip van de Poel

'Let op de waterstand.' Wie een bezoekje aan 'aardkundig monument' De Bol overweegt, kan rekenen op een waarschuwend woord van Anton Brombacher, ecologisch onderzoeker bij de provincie Utrecht. Tij, wind en regenval maken het riviereiland in de Lek tot een onvoorspelbare attractie. 'We hebben geregeld bezoekers gehad die er niet meer afkwamen zonder natte voeten.'

Wandelcatastrofes als deze geven een indruk van de kracht die de Lek ooit gehad moet hebben. Als vrij meanderende rivier trok de Lek eeuwenlang diepe sporen in het landschap. Waterwerken toomden de rivier na 1870 in. Daarmee verdwenen kenmerkende oneffenheden als kommen, nevengeulen en zandplaten goeddeels uit het rivierlandschap.

Ook riviereiland de Bol ontkwam niet aan menselijk ingrijpen. Door de aanleg van een strekdam veranderde de zandplaat in een schiereiland. Toch is de Bol, in tegenstelling tot andere riviereilanden, in natuurlijke staat bewaard gebleven. Door de onbelemmerde werking van de rivier is op een paar hectare grond een grote verscheidenheid aan aardkundige verschijnselen samengebald.

Aan de landzijde ligt een moerassige getijkreek, begroeid met ooibos en rietgors. Elders is een landschap van miniatuurcanyons ontstaan, de zogeheten 'steilranden'. Bij lage waterstanden reiken ze tot twee meter boven het wateroppervlak. Aan de rivierzijde bepalen rivierduinen het beeld van de Bol.

De fysische eigenaardigheden van de Bol geven bondig weer waar het om draait bij de zogeheten 'aardkundige monumenten'. 'Populair gezegd zijn het plekken in het landschap die het verhaal vertellen van de natuurlijke ontstaansgeschiedenis', licht Brombacher toe. De Bol werd in oktober officieel aangemerkt als aardkundig monument en is daarmee het zesde in een reeks van twaalf. Andere monumenten zijn ondermeer de Grebbeberg, de zwerfduinen bij Soest en het Zwerfsteneneiland Maarn. Andere provincies hebben het Utrechtse voorbeeld inmiddels gevolgd.

Onvrede over 'het getouwtrek om de vrije ruimte' vormde Brombachers motief voor het opzetten van de aardkundige monumenten. Als beleidsadviseur constateerde hij dat er bij planologische beslissingen geen aandacht was voor de in het landschap verankerde 'aardkundige waarden'.

'Bij het woord alleen begonnen beleidsmakers glazig te kijken', vertelt Brombacher. 'Natuur gaat toch vooral over bloemetjes en beesten.' De niet-levende natuur verdient minstens zoveel aandacht, vindt hij. 'Als je een bos kapt, kun je dat in theorie ergens anders weer neerzetten, maar een aardkundig verschijnsel is een eenmalig iets. Als je dat opruimt, is het weg.'

De groeiende waardering die Brombacher zegt te krijgen, staat haaks op het in wezen on-Nederlandse karakter van zijn initiatief. Als iets het Nederlandse zelfbeeld bepaalt, is het de niet aflatende strijd tegen de elementen. Sterker nog: de Nederlander is er trots op dat hij zijn land op de natuur heeft veroverd.

'Er is in Nederland geen vierkante centimeter die niet door mensenhand is beroerd', erkent Brombacher. 'Maar misschien beseffen we langzaam dat we interessante aspecten uit onze ontstaansgeschiedenis verliezen als we het hele landschap in dezelfde eenheidsworst veranderen.'

Langs de oostelijke aanlooproute naar De Bol is het gevecht om de schaarse ruimte in volle gang. Bij IJsselstein is de Vinex-nieuwbouw kilometers de polder ingerukt. Als vaandeldragers van de bouwboom staan rond de nieuwe Lekbrug bij Vianen reusachtige hijskranen.

Ter hoogte van het gehucht Uitweg verdwijnen de tekenen van grootschalige bouwactiviteit in een sluier van motregen. De uiterwaarden hier behoren toe aan buizerds en torenvalken. Rustend op de kruin van de dijk bewaken ze hun domein. Bij het passeren van fietsers of automobilisten glijden ze traag de weilanden in.

De roofvogelpopulatie vormt voer voor dichters, zo blijkt bij de entree van het buurtschapje Jaarsveld. Ter nagedachtenis aan de Canadese vliegers die in juni 1943 boven de Lek werden neergeschoten, is op de dijk een gedenkteken opgericht. In kloeke strofen wordt 'hun scherp gekloofd ideaal' bezongen. De achter glas opgestelde vliegtuigmotor houdt de herinnering aan de overledenen levend.

Als blikvanger is het monument een stuk markanter dan het informatiepunt dat sinds kort het aardkundig monument De Bol markeert. Een automobilist zou de paddestoel op een grijze herfstdag makkelijk passeren. Vanaf het markeringspunt voert een wandelroute de uiterwaarden in, om daar aan de oever van de Lek gelijk weer op te houden. De strekdam die toegang biedt tot het eiland is ternauwernood zichtbaar in het troebele water. Een paar passen richting De Bol volstaan: het rubberen schoeisel van de Schoenenreus is hier duidelijk een maatje te klein.

Lieslaarzen zouden uitkomst brengen. Bij Camping Henkie, aan de andere kant van de winterdijk, geeft het onderwerp aanleiding tot meewarige reacties. 'Lieslaarzen?', zegt eigenares Riek Versluis hoofdschuddend. 'Die gebruikt niemand in de buurt nog.' Versluis heeft weliswaar geen laarzen te leen, een kopje koffie kan er van harte af. In de keuken snort een houtkacheltje. Boven het aanrecht hangen kleine snuisterijen, waaronder een tegeltje met de tekst: 'Moeder is de allerbeste'. Terwijl 'moeder' zich over de koffie ontfermt, gaat haar ongenode gast telefonisch te rade bij Staatsbosbeheer. Terreinbeheerder Nico de Bruin staat 'in het veld', maar hij wil bij terugkomst op kantoor best even in de werkschuur kijken.

De zoekactie wordt omlijst door het verhaal van Riek en Wim Versluis. Ruim een kwart eeuw wonen ze al langs de Lek. 'Je komt er nooit uitgekeken', stelt Riek. 'Ik kwam vroeger vaak op de Bol. Het is er alle dagen mooi, alleen vandaag is het wat minder.' Sinds ze slecht ter been is, kijkt Riek vooral naar de rivier, al was het maar om vast te stellen wat het weer doet. 'De Lek is onze barometer', verklaart ze. 'We luisteren wel naar het weerbericht, maar dat klopt toch niet. Het weer gaat op en neer met de Lek.'

De onbezonnenheid van bezoekers van buiten ontlokt een knorrig commentaar. Vooral watersportrecreanten maken het bont. Komen ze met hun trailer vast te staan in het land, kunnen de boeren ze er weer uittrekken. 'Het water kan zo een halve meter hoger komen', vat Wim Versluis het onberekenbare karakter van de rivier samen. 'Zo hard kan je niet inschatten', valt Riek bij. 'Je moet het zien en meemaken', bromt Wim. 'Maar ja', besluit Riek de tweespraak. 'Als ze ons in de stad achterlaten, komen we er ook niet een-twee-drie uit.'

De bespiegelingen over de rivier worden onderbroken door een telefoontje van De Bruin. Hij heeft een paar lieslaarzen gevonden. 'Ze zijn alleen jaren niet gebruikt, dus ik weet niet of ze nog waterdicht zijn. Vandaag is het sowieso te laat om ze bij De Bol te krijgen.' De Bruin sputtert, als hij hoort dat er nog een ultieme poging wordt gewaagd om de Bol te nemen. 'Houd de mobiele telefoon droog', maant hij. 'Dan kunnen we als het moet de hulptroepen inseinen.'

Langs de rivier blijkt het tij ten gunste van de wandelaar gekeerd. De strekdam staat weliswaar nog onder water, maar verzakkingen en steunpunten zijn tenminste zichtbaar. Met een stevige stok in handen gaat het door dertig centimeter water, aan de ene hand een dichte rietkraag, aan de andere hand het loodgrijze oppervlak van de Lek. Als uit de motregen een duwboot opdoemt, wordt het plonzend zoeken naar een droge plek. Een wilgenstronk biedt bescherming tegen het opkruinende water. Na circa tweehonderd meter dient zich vaste grond aan. Het ontvangstcomité bestaat uit een paar verbaasde koeien.

Met het wegebbende novemberlicht valt een grote verlatenheid over De Bol. Maar ook op het ongenaakbare riviereiland is menselijke activiteit niet ver weg. Aan de overzijde van de rivier is de dijk over een lengte van honderden meters bedekt met donker dekzeil. De dijkverzwaring langs dit deel van de Lek is een van de laatste oprispingen van het 'Delta-plan voor de grote rivieren', dat premier Kok na de watersnood van 1995 afkondigde. De verdwaalde natuurliefhebber mag dan een nat pak willen riskeren om de rivier in het wild te zien, de rest van Nederland houdt het liever droog.

Meer over