De boekenkast van Nicolaas Klei

Aan de boekenkast van Nicolaas Klei (51) is amper te zien dat hij wijnkenner en vooral wijnschrijver is. Historische werken overheersen. 'Leuke feitjes voor mijn stukjes.'

GERT HAGE

Hoe ziet de werkkamer van een wijnschrij-ver eruit?

'Schrijven gaat samen met proeven. Ik werk in de keuken in het souterrain, dicht bij de spoelbak. Per jaar proef ik zo'n zesduizend wijnen, met de nadruk op de drie maanden voorafgaand aan mijn jaarlijkse Omfietswijngids. Dan gaan er dagelijks zo'n zestig flessen doorheen. Het is als Charlie Chaplin in Modern Times: gewoon doorbuffelen. De keuken is de enige kamer in huis zonder boeken, op een paar naslagwerken na. Op de tafel met de flessen die die dag geproefd moeten worden, ligt uiteraard The Oxford Companion to Wine van Jancis Robinson, hét standaardwerk dat iedere collega binnen handbereik heeft. Een vlijtige, gedegen dame, die Robinson. Als zij het schrijft, is het waar. En het is nog leesbaar ook. Daarnaast ligt Wine Grapes, eveneens van Robinson, met een minutieuze beschrijving van zelfs de obscuurste druivensoorten. De herkomst, onder welke namen iedere druif bekend is, wie van wie familie is; alles staat erin en wat er niet in staat bestaat niet.'

Heeft u nog andere interesses dan wijn?

'Als u mee naar boven loopt, ziet u aan de inrichting van ons huis en aan de boekenkasten dat ik ook geïnteresseerd ben in geschiedenis, vooral die van interieurs en kleding. Net zoals voor wijn, geldt voor kleding en interieurs dat stijlvolle eenvoud het kenmerk van het ware is. 'Zo natuurlijk mogelijk wijn maken', zeggen de echte wijnboeren. Deze overvolle boekenkasten waren ooit gewone, open kasten met planken, die ik heb verfraaid met een ombouw van een op straat gevonden linnenkast. De kasten passen nu prima bij ons antieke interieur, nou ja, antiek, we vinden veel bij opkopers en op straat, het is geen Spiegelstraat-antiek. Uit de geschiedenisboeken haal ik allerlei leuke feitjes voor mijn stukjes. Zo las ik in een van die wonderschone dagboeken van Samual Pepys, waarin hij uiterst onderhoudend verhaalt over het dagelijks leven in het Londen van de tweede helft van de 17de eeuw, dat hij eens een wijn dronk, zo lekker als hij niet eerder had geproefd. Het ging om een Haut-Brion, een wijngoed in de Bordeaux dat nog steeds onder dezelfde naam bestaat. Dat vind ik nou leuke, gezellige kennis, en nog nuttig voor mijn werk ook.'

Uw vader, een belezen man, was kerkredacteur bij Trouw. Wat heeft u na zijn overlijden met zijn boeken gedaan?

'Net zoals ik toevallig het wijnvak ben ingerold, werd hij onbedoeld kerkredacteur. Hij was geen dominee, zoals iedereen dacht. Ondanks die berg met theologische boeken vond hij zichzelf maar matig geschoold op dit terrein. Samen met mijn vriendin heb ik hem hier tot zijn dood, nu vier jaar geleden, verzorgd. Aan de etage waar hij woonde, is sindsdien weinig tot niets veranderd, ook niet aan zijn boekenkast. Bovenaan staan de detectives die hij kocht als hij met de trein reisde. Voorin schreef hij dan waar de reis naar toe ging en waar hij het boekje had gekocht. Dan zijn daar nog al die boeken van Bomans en Carmiggelt en die prachtige 19de-eeuwse bandjes van Beets, Van Lennep en Multatuli - die boeken kan je toch niet wegdoen? Ik ben erg gehecht aan mijn omgeving, niet voor niets woon ik nog steeds in het ouderlijk huis. Anders dan veel van mijn collega's ga ik zo min mogelijk op reis. Ik krijg al heimwee als ik een koffer zie.'

undefined

Meer over