De boeken open

JE KUNT ook overdreven politiek correct zijn. Zeker als je probeert de geschiedenis te beschrijven, gezien door een hedendaagse bril....

De naam Pharos is door uitgever Meulenhoff Educatief gekozen om de lesstof een lichtbaken te laten zijn bij de bestudering van geschiedenis door leerlingen in de bovenbouw van het VWO.

De verwarring die zou kunnen ontstaan bij gymnasiasten is kennelijk op de koop toe genomen. In het oud-grieks namelijk was Pharos als wereldwonder nog geheel onbekend, maar wordt de benaming gebruikt om een lap linnen of een lijkwade aan te duiden.

De methode bestaat uit een themaboek en een studiemap. Het themaboek beslaat elf hoofdstukken over uiteenlopende onderwerpen als de feestcultuur in Europa, de geschiedenis van het gevoel, de Nederlandse politiek en het armoedevraagstuk, en Oostenrijk en de diplomatie.

Het werkboek geeft daarbij vragen en opdrachten. Dit alles onder het motto 'Zicht op jezelf'. Zo moet de leerling eerst op een schaal van 1 tot 5 aangeven of het onderwerp hem interessant lijkt om te bestuderen en na afloop, nog erger, wordt de leerling gevraagd of hij mogelijkheden ziet zichzelf te verbeteren.

Samengevat komt het neer op een soort 'flower-powermethode' om geschiedenis te leren.

Van een chronologische benadering is geen sprake. Noch van een geschiedenis die wordt geschreven met als leidraad: grote mannen, grote namen. Van deze laatste, vaak terecht bekritiseerde methode zijn de auteurs niet alleen afgestapt, nee, ze doen het tegenovergestelde. Zo wordt er bijna een hele pagina gewijd aan het feit dat van masturbatie in vroeger eeuwen een probleem werd gemaakt.

De leerdoelen bij de hoofdstukken onder het kopje 'wat je moet kennen en kunnen' zijn daarvan ook een illustratie. Na het doornemen van de paragraaf over het gezin in de moderne tijd worden leerlingen geacht de begrippen Jan Steen, Tweede Wereldoorlog, feminisme en socialisten te kennen. De hoofdstukken over buitenlandse geschiedenis, bijvoorbeeld over Zuid-Afrika of Duitsland, zijn op dat punt gelukkig wat concreter.

Kosten noch moeite zijn gespaard om het geheel aantrekkelijk te presenteren. Een schril contrast met vroeger, toen we de geschiedenis van de Russische revolutie nog op stencils kregen uitgereikt. Pagina na pagina staat het boek vol met schitterende illustraties. Resultaat is een gewicht van meer dan twee kilo voor boek en studiemap samen.

De toon van de lesstof gaat te veel uit van een heden verpakt in een roze cellofaantje: vroeger was er in eigen land nog wel onrechtvaardigheid, maar nu vinden we niets meer gek. De vraag is of dat leerlingen prikkelt tot zelfstandig werken en denken. Een leerling moet van huis uit wel een flinke dosis intellectualisme hebben meegekregen om er iets moois van te maken. Dat is jammer, want daarmee ligt onbedoeld de informele ongelijkheid van kinderen in het onderwijs weer scherp op de loer.

Marja Wagenaar

De auteur is Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Daarnaast is zij als universitair docent verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Leiden.

Meer over