De boeiende rotzooi die God achterliet

Moeras en koraal, meer waren de Keys in Florida niet aan het begin van deze eeuw. Henry Morrison Flagler verbond in 1912 als eerste Key West met Florida....

STIEVEN RAMDHARIE

'Ben je zo ver?' Na een korte, winderige rit op de Overseas Highway, een route die vergeven is van de hamburgertenten, jachthavens en buurtwinkels allemaal volgestouwd met dezelfde duiksportartikelen, stuurt Dave Whitney zijn old timer de stalen brug op.

Het is laat in de middag, we laten het drukke Marathon achter ons. Ooit niet meer dan een gehucht voor spoorwegarbeiders, nu met zijn tienduizend inwoners en winkelcentra een van de grotere stadjes van de Keys.

Op de snelweg is het druk, de zon straalt ongenadig fel. 'Eigenlijk moet je alleen maar om je heen kijken en helemaal niet praten', adviseert onze gastheer met een grote glimlach. We doen er maar het zwijgen toe.

Het gezicht vanuit Key Vaca, waar Marathon is gevestigd, en het nabijgelegen Knights Key is inderdaad imposant. Zo niet adembenemend. Vanaf de zuidpunt van het eiland schieten twee kaarsrechte lijnen, als witte krijtstrepen op een bord, diep het oneindige in.

Een kilometers lang lint van staal en beton, omgeven door niets ander dan water. Aan de ene kant bevindt zich de Atlantische Oceaan, aan de andere zijde de Golf van Mexico. Bijna vierentachtig jaar oud inmiddels en tot 1985 de langste brug ter wereld.

Staat hier het architectonisch hoogstandje van Henry Morrison Flagler, de schatrijke hotel- en spoorwegmagnaat die in 1912 met zijn Overseas Railroad als eerste erin slaagde Key West te verbinden met Miami en de rest van Florida? Is dit hèt bouwwerk, zo'n elf kilometer lang en nog steeds één van de meest bijzondere van Amerika, waar honderden arbeiders tot 1912 hun leven voor lieten?

Waar Knights Key prompt ophoudt, begint meteen de Seven Mile Bridge. Zowel de oude, met zijn 546 pijlers ooit betiteld als 'het Achtste Wereldwonder', als de nieuwe die er evenwijdig aan loopt. Sinds in 1982 de bredere maar saaiere versie in gebruik werd genomen, kan de nieuwsgierige toerist eigenlijk alleen maar vanuit de verte staren naar de historische brug.

Of je moet naar Pigeon Key willen, het piepkleine eiland dat jarenlang dienst deed als werkkamp voor de arbeiders die Flaglers brug bouwden. De enige route naar het eiland, drie kilometer gelegen van Marathon, gaat via de oude brug.

'Als je hierop rijdt, proef je meteen de rijke historie van dit gebied', zegt Whitney (59), directeur van de Pigeon Key Foundation, een organisatie van milieubewuste vrijwilligers die het eiland beheert. 'Juist daarom willen we het voor andere generaties behouden.'

In slakkegang neemt hij het roestige gevaarte.

De bezoeker krijgt meteen het gevoel dat tienduizenden reizigers van de Overseas Railroad indertijd ook bekroop: het idee dat je een boottocht maakte, op weg naar Key West of Havanna, zonder echt zeeziek te worden. Rijden op de krappe Seven Mile Bridge was eigenlijk een beetje zweven in de lucht, met aan weerskanten de altijd aanwezige oceaan.

Het sprookje van Flagler zou echter van korte duur zijn. Op 2 september 1935, op Labor Day, vernielde een van de krachtigste orkanen die Florida ooit trof, de beroemde spoorlijn. De 230 kilometer lange Overseas Railroad, die over 38 bruggen voerde, werd zo 'de spoorweg die in zee stierf'. Het project had aan zevenhonderd mensen het leven gekost en maakte Flagler 50 miljoen dollar armer.

Hoeveel van de anderhalf miljoen toeristen die jaarlijks in een noodgang naar Key West trekken of vluchtig de tientallen andere eilanden van de Keys bezoeken, zouden op de hoogte zijn van Flaglers spoorlijn?

Wellicht maar een handjevol.

Toch legde de man die Miami en Palm Beach aan het einde van de vorige eeuw op de kaart van Florida zette, met dit unieke project de basis voor de ontwikkeling van het meest zuidelijke stukje van de Verenigde Staten.

De route van de spoorlijn werd namelijk al gauw na de orkaan door de federale overheid gebruikt voor de aanleg van een tweebaanssnelweg, de Overseas Highway. Deze maakt nu onderdeel uit van US 1, de snelweg die tot naar de noordoostelijke staat Maine loopt.

Tot het begin van de jaren tachtig waren de vele bruggen tussen de 41 eilanden bovendien gewoon in gebruik, tot ook zij plaats moesten maken voor moderne constructies met vier rijstroken. Bij Bahia Honda, aan het einde van de Seven Mile Bridge, gooien bewoners en toeristen nu hun hengel over een kleine, fragiel uitgevallen spoorbrug.

De oude snelweg is hier gewoon boven op de brug gebouwd. Meters voorbij het hagelwitte strand is een hap uit de spoorwegbrug genomen, net als overigens bij Pigeon Key, om te voorkomen dat het nog door het verkeer wordt gebruikt.

In de verte gloort het groen van de National Key Deer Refuge, het reservaat voor de nog maar vijfhonderd Keys-dwerghertjes - de beesten worden niet hoger dan zeventig centimeter - die er in leven zijn.

Flagler nam in 1904, na jaren met het idee gespeeld te hebben, het besluit zijn droom te verwezenlijken. Zijn spoorlijn hield toen op bij het plaatsje Homestead, vlak onder Miami. Een alternatieve route naar Key West, via de Everglades, bleek toen na onderzoek onhaalbaar.

Op zijn plan werd met ongeloof gereageerd. Slechts een handvol pioniers was er toen te vinden tussen Key West, dat maar 17 duizend inwoners telde, en het vasteland. Een schrijver noemde de reeks eilanden in die jaren denigrerend 'de rotzooi die God had achtergelaten nadat hij Florida had geschapen'. De Keys waren niet meer dan moeras en koraal.

Het idee achter de Overseas Railroad was echter simpel: breng toeristen vanuit New York naar het zonnige Key West en Havanna en neem op de terugweg suiker en fruit mee. Nog voor het Panamakanaal af zou zijn, wilde miljonair Flagler met zijn Extension Special naar Key West rijden.

Hoeveel het project moest gaan kosten, interesseerde hem eigenlijk niet zoveel. Flagler, zoon van een arme boer die ook nog dominee was, was toen al schatrijk. Zijn enorme vermogen had de New Yorker verdiend met de oliemaatschappij Standard Oil, als partner van ene John D. Rockefeller.

Hij had zich vanaf 1885 gestort op de aanleg van spoorlijnen aan de oostkust van Florida. Op de route, in St Augustine, Daytona en Palm Beach, werden paleizen van hotels gebouwd waar zijn passagiers konden verblijven. In Palm Beach verrees het pompeuze Breakers, bij Daytona het Ormond. In 1896 besloot Flagler de spoorlijn door te trekken tot Miami, toen niet meer dan moeras.

De bouw van de Overseas Railroad, waaraan dag en nacht werd gewerkt, was een heidens karwei. Cement moest uit Duitsland en New York komen, het staal voor de rails en de bruggen uit Pittsburgh. Het cement, zand, hout en staal dat nodig was voor slechts één pilaar van de Seven Mile Bridge, was voldoende om een vijfmaster te vullen.

Zo'n vijfduizend arbeiders, die vochten tegen muskieten, krokodillen, orkanen en de zinderende hitte, moesten bovendien regelmatig worden voorzien van vers water.

In 1908 was de spoorlijn voltooid tot vlakbij Pigeon Key, ruim honderdvijftig kilometer lang. Twee jaar later staat het grootste deel van de Seven Mile Bridge er al. Op 21 januari 1912, als het laatste deel van de brug op zijn plaats is, kan de bijna blinde Flagler eindelijk naar Key West reizen. Tot 1935 zouden een half miljoen passagiers zijn voorbeeld volgen. Reistijd: zo'n zes uur.

De 81-jarige Flagler maakte het allemaal niet meer mee. Anderhalf jaar na de opening van de spoorweg stierf hij, een vermogen van honderd miljoen dollar achterlatend.

De spoorweg zou de kosten nooit terugverdienen. Na de orkaan, die een trein met aan boord vierhonderd mensen wegvaagde, werd de lijn voor 640 duizend dollar aan de overheid verkocht. Volgens deskundigen had de lijn voor nog geen anderhalf miljoen gerepareerd kunnen worden. De droom van Flagler was nu echt voorbij.

Charlie, de enige gids op het eiland, gelooft nog in spoken. 'Hier is het allemaal gebeurd.' Bij een van de zeven houten huizen van Pigeon Key - het eiland bood op het hoogtepunt van de spoorwegbouw onderdak aan 467 arbeiders - pauzeert de lange gids even.

Ze vertelt bloedserieus over de zwarte spoorwegarbeider die smoorverliefd was op een blanke vrouw, een onmogelijke relatie in die tijd. Toch zocht het tweetal elkaar regelmatig op. Charlie: 'Hun geesten dwalen hier nog rond, ik heb ze zelf gezien. Geloof je me niet?'

Het lijkt hier inderdaad 1908. 'Dit is het laatste spoorwegeiland van Amerika', zegt Whitney apetrots. 'Het zou toch zonde zijn als we zoiets zouden opgeven?'

Wandelend op Pigeon Key, dat ingeklemd is tussen de oude en de nieuwe Seven Mile Bridge, snuif je de sfeer op van de spoorwegjaren. Omgeven door toeristische trekpleisters waar horden toeristen komen, ademt het minuscule eiland een opvallende rust uit. De wind waait zachtjes langs de vele palmbomen, bij de pier staart een handvol bezoekers naar duizenden glinsterende vissen in het water.

Op de brug, die dwars door het eiland is aangelegd, loopt een enkele jogger. Als de zon eindelijk ondergaat, verandert de oceaan, zoals eigenlijk overal op de Keys, in een rijk palet van kleuren. Behalve een politieagent woont hier verder niemand en auto's zijn er niet echt welkom.

Pigeon Key is toe aan een nieuwe jeugd. Na jaren in dienst te hebben bestaan van de spoorlijn en de Universiteit van Miami, wordt er nu driftig gewerkt aan de nieuwe toekomst van het eiland. Pigeon Key moet een ecologisch verantwoorde bestemming worden voor de leergierige mens.

Het eiland heeft de ligging mee. Vanuit hier zijn het Dolphin Research Center op Grassy Key, waar bezoekers met dolfijnen kunnen zwemmen, het Keys Museum of Natural History in Marathon en het prachtige recreatiepark van Bahia Honda nooit ver.

De sterk verwaarloosde huizen waar nu nog condemned op staat, worden door de Pigeon Key Foundation langzaam stuk voor stuk opgeknapt. De komende dertig jaar mag de organisatie het eiland van de staat beheren. En uiteraard hebben ze veel geld nodig. Heel veel geld.

Oud-journalist Whitney is een specialist op het gebied van inzamelingsaties: 'Toen ik hier een paar maanden geleden begon, stonden ze vijftienhonderd dollar in het rood. Nu hebben we ruim een ton op onze rekening.'

De enthousiaste groep leraren, milieu-activisten en bewoners won enkele jaren terug de strijd met een groep politici en zakenmensen die de paar vierkante kilometers grond wilden veranderen in een doodgewone toeristische attractie waar massa's mensen naar toe gelokt moesten worden. Oud-journalist Whitney walgt er nog steeds van.

Hij toont een van de huizen die onlangs voor driehonderdduizend dollar is opgeknapt. 'Pigeon Key wordt een kleinschalig centrum voor milieu-toerisme en onderzoek. Kinderen en studenten moeten hier naar toe komen om te leren van de natuur. En die hebben we hier genoeg. Natuurlijk zijn toeristen hier welkom. Maar het moet geen Disney worden. Zolang ik hier ben, zal dat nooit gebeuren. Daarvoor is dit eiland veel te bijzonder.'

Meer over