De Bluffer doet het wat rustiger aan

Robin Korving (26) maakt dit weekeinde zijn rentree op de atletiekbaan. Hij verdedigt in Tilburg zijn nationale titel op de 110 meter horden....

door Rolf Bos

DE RITSSLUITING op de linkerknie mag er zijn. Het is het ongewenste souvenir dat hordenloper Robin Korving overhield aan zijn eerste Olympische Spelen. Geen meter liep hij in september 2000 in het Homebush-stadion, al bij het inlopen in Sydney klonk het krakende geluid. Het draaide uit op een zeer ingrijpende operatie.

Negen maanden na dat bizarre ongeluk zit Korving op een bankje langs de atletiekbaan van AAC in het Amsterdamse Ookmeer en hij zegt: 'De knie zit weer goed in het systeem. Ik voel 'm alleen als ik wandel. Als ik train, dan word ik afgeleid, dan denk ik er helemaal niet meer aan.'

Dat blijkt later, onder het toeziend oog van trainster Ineke Bonsen ramt de atleet over de gele oefenhorden. Dat gaat gepaard met veel gevloek, maar daar moeten we vooral niks achter zoeken, zegt ze. 'Zo is Robin. De buitenstaander denkt dan dat er van alles aan onze relatie schort en daar krijg je weer rare berichten van in de krant.'

Maandagmiddag, tijdens een gezamenlijke training met Marcel van Westen, Gregory Sedoc en meerkamptalent Virgil Spier, had Korving (26) nog niet besloten of hij mee zou doen aan de NK atletiek. Zelf wil hij dolgraag, hij heeft zijn zinnen gezet op zijn negende achtereenvolgende titel.

'Ik hecht veel waarde aan die winning streak. Ik wil straks, als ik 38 ben en stop, twintig nationale titels op zak hebben. Dat ze later zeggen: die Korving, dat was de beste hordenloper van Nederland aan het eind van de 20ste en aan het begin van de 21ste eeuw.'

Bonsen, nuchter mens dat ze is, schudde maandag nog het wijze hoofd. 'Laat-ie dat maar zeggen. Maar ik zie hier Marcel lopen, die gaat met een tijd van rond 13,70 nationaal kampioen worden. Was dat een tijd rond 14 seconden geweest, dan gaf ik Robin nog een kans. Nu weet ik het zo net nog niet.'

Een zware fysieke en mentale test wees donderdag uit dat deelname aan de NK toch haalbaar is. Na ruggespraak met bondsarts Els Stolk besloot het tweetal dat een start in Tilburg verantwoord is. Korving, donderdag na de test: 'Laat het duidelijk zijn: ik ben er nog niet klaar voor, maar ik wil het gewoon proberen. De stabiliteit is er nog niet, dus is er een kans dat ik niet hard loop. De moeilijkheid wordt het laatste stuk, maar niet geschoten is altijd mis.'

Eigenlijk komt dat NK een maand te vroeg, mijmert de hordenloper. 'Maar als sporter heb je nooit geduld. Het is na een blessure altijd dat gevecht met de ratio. Je wilt dolgraag weer wedstrijden lopen, maar vaak is het beter om nog even te wachten.'

Of hij opnieuw kampioen wordt of niet, het gaat ook om het afgeven van 'een teken van leven'. 'Just to be out there with the boys and do battle, that's what it's about. Die titel komt dan sowieso volgend jaar wel weer, als Marcel niet nog veel harder gaat lopen tenminste', zegt de Heerhugowaarder die onlangs in Alkmaar een appartement heft gekocht.

Hij heeft de afgelopen periode overigens nimmer verstoppertje gespeeld. Bij wedstrijden in Lisse en Leiden stond hij langs de baan, ook reisde hij als supporter met de Europa Cup-ploeg als supporter mee naar Boedapest. 'Atletiek is nu eenmaal mijn leven, mijn alles.'

Op 15 december werd het ijzerdraad uit de knie gehaald, daarna ging het eigenlijk 'wel weer snel'. Begin april sprong hij op Tenerife al weer voorzichtig over de horden, die 'voor de zekerheid' wel op juniorenhoogte waren afgesteld. 'Het leek nog niet op hordenlopen, maar de eerste stap was wel weer gezet.'

Daarna bleef de knie zich 'goed gedragen', nimmer kwam er vocht in, ook niet na pittige trainingen. Natuurlijk is de souplesse nog niet terug, om maar te zwijgen van de snelheid, die in de topjaren goed was voor snelheden tot 13,15. Het gewicht nam ook af, van 91 naar 85 kilo. 'Daar zitten ook spieren bij, ja. Vroeger was ik echt een tank, deerde wind-tegen me niet.'

Het jaar 2001 wordt een overgangsjaar, hoogstens in het naseizoen volgen misschien nog wat grote wedstrijden. Half augustus wordt in het Olympisch Stadion de internationale meeting Amsterdam Athletics gehouden, daarna zijn er nog enkele Grands Prix.

Volgend jaar moet hij weer op het oude niveau presteren. Lukt dat niet, ja, dan wordt het allemaal een stuk moeilijker: 'Dan komt m'n bestaan in gevaar. Mijn hele leven is gestoeld op sport, alles is daaraan gerelateerd, m'n geluk, m'n status, m'n financiën.'

Korving heeft dit jaar geen inkomsten uit wedstrijden, maar hij klaagt niet. Hij behield zijn A-status van NOCNSF, Delta Lloyd, Adidas en Ben bleven hem sponsoren. 'Ik had blijkbaar toch wel een aardige staat van dienst opgebouwd.'

Er is in 2002 geen mondiaal kampioenschap, tijdens de EK in München zal Korving als Nederlander (en hij niet alleen) moeten laten zien wat hij waard is. In 1998 won hij op de EK in Boedapest een bronzen medaille, volgend jaar neemt hij alleen genoegen met een mooier gekleurde medaille.

Hij vreest zijn mogelijke tegenstanders niet: 'Er is niet zo heel veel Europese aanwas op de 110 meter horden. De Duitser Falk Balzer is geschorst wegens nandrolongebruik en Colin Jackson loopt geen kampioenschappen meer. Althans, dat zegt hij. Hoe dan ook, Colin wordt ook een jaartje ouder. Als ik mijn oude niveau weer kan bereiken, dan kan ik iedereen aan.'

In die laatste zin klinkt de oude Korving weer, de atleet die vaak als 'bluffer' werd bestempeld, de atleet die echter ook in zijn eentje de kwakkelende vaderlandse atletiek op zijn schouders nam, de atleet die in zijn goede jaren als enige Nederlander welkom was bij de wedstrijden om de Golden League.

Zijn uitspraken waren vaak gepeperd, zoals in Sydney, toen hij, koud geopereerd, met zijn krukken door Joop Alberda als zijnde 'niet functioneel' uit het olympisch dorp werd gezet. De atleet moest eerder naar huis, hij miste de sluitingsceremonie, het optreden van Midnight Oil, en voelde zich 'stevig genaaid'.

Over die actie van Alberda is hij nog steeds boos: 'Natuurlijk is topsport keihard, maar een stukje menselijkheid is soms ook wel op z'n plaats. Een sporter is geen machine.' Verder over Alberda geen kwaad woord meer, 'ik ben sinds Sydney wat diplomatieker geworden'.

Bovendien, onlangs had hij de technisch directeur van NOCNSF nog aan de lijn. 'Ik heb een monoloog gehouden van een half uur. Het ging over de complexiteit van de atletieksport, over hoe moeilijk het is om binnen deze tak van sport de wereldtop te halen. Dan luistert Joop goed naar je, dan neemt hij echt de tijd voor je. Dat waardeer ik in hem.'

Van het nieuwe technisch kader van de KNAU verwacht hij veel. 'Ik kende Henk Kort, de nieuwe technisch-directeur, nog niet. Maar hij laat zich zien, staat veel langs de baan. Onlangs, bij de Europa Cup in Boedapest, kende hij alle atleten al bij naam. Dat vond ik een goede binnenkomer. De plannen die nu gepresenteerd zijn, ogen goed. En er is ruimte voor dialoog.'

Kort, Peter Verlooy, Honoré Hoedt en Gerard Nijboer zijn voorstanders van vergaande samenwerking. Het bondskwartet neemt graag het woord 'synergy' in de mond. Atleten dienen elkaar meer op te zoeken tijdens trainingen, coaches moeten van elkaar leren. Korving: 'Ik houd wel van die teamspirit, al zie ik gezamenlijke stages niet altijd zitten. Van wie moet ik in Nederland iets opsteken als hordenloper?'

Henk Kort schoot onlangs een zeer prikkelende opmerking de wereld in. De technisch-directeur had in een kristallen bol alvast naar de Spelen van 2004 gekeken en daar drie Nederlandse olympische atletiekmedailles ontwaard.

Korving grijnst: 'Toen moest ik toch wel even lachen. Het lijkt me niet al te realistisch. Kijk, die ene medaille, die ga ik natuurlijk winnen, daar doen we niet moeilijk over, maar wie haalt die andere twee?'

Meer over