De bizon als mensenwerk

Vergeet Columbus en de Pilgrim-fathers. De komst van de westerlingen in Amerika, hoe ingrijpend ook in de recente politieke wereldgeschiedenis, is amper meer dan een zuchtje in het bestaan van de Nieuwe Wereld....

Rik Nijland

Deze 'steen' met een doorsnede van zeker tien kilometer, sloeg in bij de monding van de Bearpaw-sea, een binnenzee die het continent in tweeën verdeelde. De reusachtige klap die een gat van vijf kilometer diep sloeg, sloot het tijdperk van de dino's abrupt af, maar in Noord-Amerika verdwenen ook de meeste andere levensvormen op land. Een ontvolkt continent vol omgewaaide bomen kampend met een soort nucleaire winter - een post-apocalyptische wereld, aldus Flannery - lag klaar voor evolutionaire experimenten.

Tot zover weinig nieuws onder de zon. Maar wat gebeurde daarna? Pas veel en veel later bijvoorbeeld verschenen de overbekende mammoeten en uiteindelijk ook de eerste primitieve mensen. Flannery, gerespecteeerd paleontoloog en zoogdierdeskundige, vult deze lacune in onze kennis in ruime mate op.

Met soepele beschrijvingen, waarin miljoenen jaren verschrompelen tot spannende ooggetuigeverslagen neemt hij de lezer mee in een maalstroom van oprijzende berggebieden, (sub)tropische bossen, ijsmassa's, opeenvolgende diergroepen en vegetaties. Meer dan hypotheses over hoe de wereld er toentertijd uitzag, gebaseerd op soms schaars fossielenmateriaal, zijn het uiteraard niet. Maar de auteur vertelt zo gloedvol dat een onbeholpen reus als het Uinta-beest of de de moordzuchtige Entelodont, een fors uitgevallen zwijn, op overtuigende wijze weer tot leven komen.

Aanvankelijk, zo beschrijft Flannery, was Amerika een ecologische supermacht. Diergroepen in Europa werden keer op keer verdrongen door weer nieuwe Amerikaanse levensvormen. Maar met de herschikking van de continenten veranderde de status van Amerika. De afgelopen miljoenen jaren is Noord-Amerika vooral immigratiecontinent geweest met een sterke instroom met name uit Eurazië. Die konden door Beringia, dat de continenten verbond en dat met enige regelmaat droogviel, Noord-Amerika bereiken. Amerika, immigratieland.

Pas dertienduizend jaar geleden zetten via die route ook eindelijk mensen - de Clovis-cultuur - voet aan wal, waarschijnlijk om mammoeten te jagen. Aanvankelijk zijn de immigranten van het zuiden van het continent afgesneden door het landijs. Maar als achter hen door opwarming van de aarde Beringia langzaam onder water verdwijnt ontstaat er een doorgang tussen twee ijskappen naar het zuiden. Het continent ligt eindelijk open voor de mens.

En daarmee, Flannery laat er geen twijfel over bestaan, is de ondergang ingeluid van de grote zoogdieren die het continent op dat moment bevolken: de sabeltandkatten, de mammoeten en mastodonten, reuzenluiaards en de toenmalige paarden, herten en bizons. In pakweg driehonderd jaar eten de primitieve nieuwkomers zich door de naïeve grote zoogdieren heen of drijven ze achteruit richting Zuid-Amerika.

Flannery komt hiermee op gladder ijs. In zijn eerdere boeken over de menselijke geschiedenis van Australië liet hij al geen spaan heel van de gedachte dat de eerste mensen in harmonie met de natuur leefden. Ook in dit nieuwe boek laat hij zich niet onbetuigd. De veelgehoorde visie dat de mammoet uit Noord-Amerika verdween door klimaatveranderingen, waardoor de toendra als woongebied verdween, veegt Flannery van tafel. Oorzaak en gevolg worden volgens hem omgedraaid. Doordat de mens de mammoet - een supergrazer - uitroeide, groeide de toendra dicht.

De moderne bizon is volgens hem een menselijk product. Door de jacht die de vroege mens maakte, evolueerde de langhoornbizon, die in kleine groepjes rondzwierf, in de bekende bizon met korte hoorntjes aangepast aan het veiliger leven in immense kuddes. Overigens had de met geweren gewapende westerse mens ook daar uiteindelijk geen moeite mee.

Volgens Flannery is de fauna sinds de komst van de mens sterk in onbalans. De problemen in Yellowstone met de overbegrazing door wapiti's - grote herten - is te wijten aan het ontbreken van de juiste jagers. Moeten jagers als jaguars en leeuwen niet worden geherintroduceerd?, vraagt de auteur zich af. En verdienen verwanten van diergroepen die door toedoen van de mens zijn verdwenen, zoals olifanten, kamelen en lama's niet eveneens een plaats in de de Amerikaanse natuur?

Flannery verwacht dat de mens daar wel bij zal varen. De evolutionaire geschiedenis die hij schetst, en de parallellen die hij ziet met de opkomst van de Verenigde Staten als supermacht, leert hem dat de ondergang van de uniforme Amerikaanse cultuur ophanden is.

De Amerikaanse bevolking zal door uitputting van de natuurlijke hulpbronnen en de opkomst van het broeikaseffect - klimaatveranderingen hebben in Amerika volgens Flannery extra scherpe gevolgen - de verspillende pioniersgeest moeten opgeven.

Meer over