ReportageBijlmerfanfare

De Bijlmerfanfare laat zien dat er meer is dan drillrap, met dank aan het buurtfonds

De Bijlmerfanfare in actie: Gloria in Excelsis Deo blijkt al genoeg om bewoners heupwiegend naast hun stoel te krijgen.  Beeld Sabine van Wechem
De Bijlmerfanfare in actie: Gloria in Excelsis Deo blijkt al genoeg om bewoners heupwiegend naast hun stoel te krijgen.Beeld Sabine van Wechem

In Amsterdam geeft een groeiend aantal buurtfondsen geld aan bewoners om projecten op te zetten met buurtgenoten. Zoals de Bijlmerfanfare die oefent onder een viaduct en langs scholen gaat om jongeren te betrekken bij hun buurt.

De sfeer is verre van feestelijk voor de deur van Wi Kontren, een woonvoorziening voor oudere Surinamers in Amsterdam Zuidoost. Het is koud, het regent en de meeste inwoners zijn niet komen opdagen. Maar zodra fanfareleider Jos Zandvliet zijn hoge hoed met feestverlichting opzet, zijn banjo pakt en vol overgave roept: ‘Dit is de mooiste dag van mijn leven!’ – dan gebeurt er wat. Dan voel je zelf ook zomaar euforie opwellen.

Op een overdekte binnenplaats tussen twee gebouwen begint de Bijlmerfanfare – twee trompetten, drie saxofoons en een tuba – rustig met wat kerstliedjes en zet dan een swingende Gloria in Excelsis Deo in. Dat blijkt al genoeg om bewoners heupwiegend naast hun stoel te krijgen, ritmisch klappend alsof ze in een gospelkerk staan.

De Bijlmerfanfare is een van de 196 projecten in Amsterdam die afgelopen jaar zijn gefinancierd uit een buurtfonds. Een laagdrempelige manier om samen met buurtgenoten dingen te organiseren ter verbetering van de leefbaarheid. Sommige buren dienen een plan in om samen een plantsoen te onderhouden, anderen verzamelen voedseloverschotten bij winkels en restaurants om die weer weg te geven, organiseren een balkonbingo in de straat of geven extra Nederlandse les aan nieuwkomers. Amsterdam wil de buurtfondsen komende jaren helpen uitbreiden als geschenk aan alle bewoners ter viering van het 750 jarig bestaan van de stad in 2025.

‘Een fanfare brengt mensen bij elkaar’, zegt tubaspeler Vincent Henar. De 62-jarige zorgmedewerker is een van de mede-oprichters van de Bijlmerfanfare die 19 leden telt. ‘Je hebt geen conservatorium nodig, iedereen is welkom: zwart, wit, rijk of arm. Je leert luisteren naar elkaar, rekening te houden met elkaar en je leert het belang van de groep waarderen boven dat van het individu. Henar verheugt zich op het geplande bezoek aan scholen dit jaar. ‘Het is belangrijk dat we ook jongeren erbij betrekken. Dat ze zien dat er meer in het leven is dan drillrap.’

De tamboer annex banjospeler zet de fanfare in beweging richting de overdekte wintertuin vol yucca’s en cactussen. Zodra het Surinaamse liedje Ala Presi klinkt, zingen bewoners uitbundig mee en dansen de salsa. Het is feest in de tropische kas, ook al is maar een handjevol bewoners komen opdagen. ‘We hebben niet veel nodig’, grinnikt de 78-jarige Peggy Gits die een leven lang als onderwijzer werkte in de Bijlmer – makelaars en politici zeggen Amsterdam Zuidoost, bewoners zeggen Bijlmer. Veel bewoners zijn volgens haar te oud voor dit bezoek. Als de fanfare het Surinaamse deuntje Bigi Kaiman inzet, gaat de 78-jarige Ruud Schmidt (piekfijn pak met dasspeld, vilten hoed) voorop met elastieken heupen.

Suriname

‘Geweldig toch!’ zegt fanfareleider Zandvliet (66). ‘Ik hoor dat ze mijn arrangementen nu ook in Suriname spelen.’ De voormalige artistiek directeur van theatergroep Dogtroep had al een 45-koppige fanfare in Amsterdam (begonnen als familieband), maar bouwt op verzoek van bewoners sinds 2019 ook de Bijlmerfanfare op. Met een paar duizend euro steun van het Fonds voor Zuidoost. Daar zijn onder meer de nieuwe vestjes van betaald met zelfontworpen logo: een zwierige samensmelting van vogels, blaasinstrumenten en drie Andreaskruizen op een trom. ‘Komend jaar staan veel scholen op het programma. We willen jongeren betrekken bij de fanfare.’

‘Een fanfare brengt mensen bij elkaar’, zegt tubaspeler Vincent Henar.  Beeld Sabine van Wechem
‘Een fanfare brengt mensen bij elkaar’, zegt tubaspeler Vincent Henar.Beeld Sabine van Wechem

De jongste speler is vandaag Mirjam Bloemendaal, een 35-jarige neurowetenschapper die sinds twee jaar in de Bijlmer woont. ‘Dit is een heel leuke en interessante plek om te wonen’, zegt de trompettist. De fanfare is voor haar een manier om de buurt te leren kennen. ‘We repeteerden deze zomer onder het viaduct bij de Arena. Dan blijven voorbijgangers niet alleen staan, ze trommelen mee op de prullenbakken.’ Deze winter mag de fanfare repeteren in een voormalige brandweerkazerne.

Op het hoofdkantoor van Mensen Maken Amsterdam (MMA), de stichting waarin de buurtfondsen samenwerken, vinden ze de Bijlmerfanfare een geslaagd project. Het eerste buurtfonds begon in 2014 met een gift van 1.500 euro voor het gezamenlijk beplanten van een pleintje in Amsterdam-Oost. ‘Toen viel het kwartje’ zegt directeur Eefke van Nuenen. ‘Dat simpele project zorgde voor zóveel verbinding in de buurt.’

Laagdrempelig

MMA wil de leefbaarheid vergroten in de stad, maar ook laten zien dat bewoners in staat zijn veel zelf te bedenken en te organiseren. ‘Dat lukt prima als we dat geld laagdrempelig beschikbaar maken, zonder de ingewikkelde en langdurige aanvraagprocedures bij loketten van de gemeente of de grote, gevestigde fondsen.’

Amsterdam telt inmiddels zes buurtfondsen en komend voorjaar komt daar de binnenstad bij. De organisatie streeft naar een budget van 60.000 euro per buurt, wat voorlopig wordt opgebracht door grote fondsen, bedrijven en gemeente. Van Nuenen: ‘Ik droom ervan dat iedere Amsterdammer in de toekomst een euro per jaar aan zijn buurtfonds geeft. Dan worden we echt van en voor de buurt.’

Van Nuenen noemt de Canadese stad Toronto als positief voorbeeld. ‘Daar groeiden de buurtfondsen uit tot serieuze spelers in de stad.’ In Amsterdam beslissen circa 70 vrijwilligers onder meer over de 377 aanvragen die afgelopen jaar zijn ingediend.

Publieke familiariteit

Volgens stadsplanoloog Nanke Verloo (Universiteit van Amsterdam) stimuleren initiatieven als buurtfondsen de publieke familiariteit in een stad. ‘Je herkent je buurman, je zegt gedag, maar je vraagt elkaar niet om op de kinderen te passen.’ Die alledaagse vertrouwelijkheid, stelt Verloo, maakt dat burgers zich veilig en thuis voelen.

De onderzoekster hoopt dat MMA de laagdrempeligheid kan volhouden als de gemeente zich ermee gaat bemoeien en er financiering door burgers moet komen. ‘Het kost de stad nagenoeg niets, ik begrijp wel dat bestuurders het interessant vinden.’

Fanfareleider Zandvliet wil na een kopje thee graag door met het optreden, maar dat is buiten de 81-jarige meneer Derby gerekend. De bewoner en voormalige onderwijzer vindt het tijd voor een gedicht in het Sranantongo, de creoolse taal van Suriname. Hij draagt voor in een huiselijk vest met een gebreide must op, versbundel in de linkerhand en zijn rechterwijsvinger hoog in de lucht. Daarna volgt een lang pleidooi voor een culturele herwaardering van het Sranantongo, totdat een medebewoner meneer Derby voorzichtig maant af te ronden.

De muzikanten wachten geduldig, hun instrumenten liggen op tafel, en dat vinden ze niet erg. Deze fanfare is immers bedoeld om te verbinden.

Meer over