ReportageBosbranden Griekenland

De bijenhouders van Evia denken aan vluchten voor het klimaat

Even buiten de kustplaats Pefki is goed te zien hoe de vuurzee de bossen op het Griekse eiland Evia in de as heeft gelegd.	 Beeld  Alkis Konstantinidis  / Reuters
Even buiten de kustplaats Pefki is goed te zien hoe de vuurzee de bossen op het Griekse eiland Evia in de as heeft gelegd.Beeld Alkis Konstantinidis / Reuters

Komen de eerste klimaatvluchtelingen van Europa binnenkort uit Griekenland? Wie rondloopt op het door bosbranden geteisterde Griekse eiland Evia hoort de wanhoop onder bijenhouders: deze hitte, alleen verhuizen met de bijenvolken biedt redding.

Het heeft natuurlijk iets logisch dat het land waar de Europese beschaving ontstond, ook het land is waar die beschaving als eerste eindigt. Het probleem van Alexandros Drakoulis is alleen dat hij geen snars heeft aan die logica. Hij heeft vooral behoefte aan een nieuwe plek om zijn bijenkorven neer te zetten nadat het pijnboombos waar ze stonden volledig is afgebrand.

Want hoewel het Drakoulis lukte zijn tweehonderd korven te redden, heeft hij niets aan die korven als hij geen nieuw stuk bos vindt om ze neer te zetten. Zonder groen immers geen nectar en geen pollen en dus ook geen bijen. En voor hem vooral belangrijk: zonder bijen geen honing om te verkopen.

Al dagen rijdt Drakoulis daarom met zijn wagen door de geblakerde, brokkelige heuvels van Evia op zoek naar overgebleven stukjes bos. ‘Maar er is een enorme competitie’, zegt hij. ‘Ik denk dat de branden 80 procent van de lokale productie hebben verwoest, wat betekent dat veel bijenhouders op zoek zijn naar weinig overgebleven plekken. Het is een soort oorlog waarbij iedereen om hetzelfde grondgebied vecht.’

Na de verwoestende natuurbranden die grote delen van de geboortegrond van de 43-jarige Drakoulis in as legden, is er daarom een levensgrote vraag die hij moet zien te beantwoorden: is er voor bijenhouders als hij nog wel plek op het eiland?

6 augustus, de vuurzee bij de kustplaats Limni, Oost-Evia. Beeld Thodoris Nikolaou / AP
6 augustus, de vuurzee bij de kustplaats Limni, Oost-Evia.Beeld Thodoris Nikolaou / AP

Brandweerlieden en blusvliegtuigen

Nu loopt Griekenland natuurlijk wel vaker wat voor op de rest van Europa. De democratie werd er uitgevonden, het had eerder geldnood dan de rest van het continent, de schemer valt er zomers vroeger, zelfs de klok loopt er een uurtje voor. Maar dat de bijenhouders van Evia binnenkort wellicht behoren tot de eerste klimaatvluchtelingen van Europa, een continent dat zichzelf altijd heeft gezien als de leider in het klimaatdebat, dat had tot voor kort vrijwel niemand verwacht.

‘Jaren geleden vertelde een professor op de universiteit ons dat het zo zou gaan’, zegt Drakoulis. ‘Hij waarschuwde hiervoor, maar ik kon toch moeilijk verwachten dat het zo extreem zou zijn? Als ik niet snel een nieuwe stek voor mijn bijen vind, moet ik serieus overwegen te verhuizen. Misschien naar het vasteland, of nog verder, richting het noorden.’

Griekenland werd afgelopen zomer getroffen door de meest extreme hittegolf in decennia. De grond was bovendien zo droog dat er in een paar weken tijd honderden natuurbranden uitbraken verspreid over heel het land. Hoewel Griekenland de afgelopen jaren veel heeft geïnvesteerd in de brandweer, waren er door de hoeveelheid branden toch te weinig brandweerlieden en blusvliegtuigen voorhanden, waardoor er uiteindelijk keuzen gemaakt moesten worden: welke branden blussen we als eerste en welke laten we nog even voortwoekeren?

Ecologische ramp

Omdat er ook een grote brand woedde nabij hoofdstad Athene, vielen die keuzen desastreus uit voor het op-een-na-grootste eiland van Griekenland, Evia, waar meer dan 120 hectares in rook opgingen.

Dat was niet alleen een klap voor de bewoners van dorpen als Kokkinomilia, waar vrijwel alle huizen afbrandden en zelfs de begraafplaats zo heet werd dat sommige graven er openbarstten. Het was ook een economische klap voor het eiland. Zo’n vierduizend toeristen vertrokken per direct van het eiland (zie inzet), voor die andere belangrijke economische sector van het eiland, de honingsector, was de klap zo mogelijk nog groter.

‘Het is de grootste ecologische ramp die dit gebied ooit heeft meegemaakt’, zegt Anastasios Axiotis, de voorzitter van de vereniging van bijenhouders op Evia. ‘Door het vuur zijn duizenden bijenkorven verloren gegaan en een ontelbare hoeveelheid bomen. Ik denk dat het wel 15 tot 30 jaar duurt voordat al die bomen hersteld zijn. Ik vrees echt dat onze sector niet langer kan blijven bestaan.’

Bijenhouder Antonis Vakos (49) checkt een korf in de heuvels bij het dorp Voutas. Veel bijenkorven zijn door de brand verwoest.	 Beeld Stelios Misinas / Reuters
Bijenhouder Antonis Vakos (49) checkt een korf in de heuvels bij het dorp Voutas. Veel bijenkorven zijn door de brand verwoest.Beeld Stelios Misinas / Reuters

Honinghotspot

Griekenland is een van de grootste honingproducenten van de Europese Unie en binnen Griekenland geldt Evia als honinghotspot. De miljoenen bijen die leven in de pijnboombossen zijn volgens Axiotis zelfs goed voor bijna 70 procent van de totale Griekse honingproductie. Of beter: waren goed, want het gros van precies die ooit eindeloze pijnboombossen zijn tijdens de natuurbranden vrijwel volledig in rook opgegaan. Zelfs dagen na de brand smeult de grond nog na en stijgt er vrijwel continu een niet te verdrijven brandgeur op richting je neus.

Niet voor niets noemde de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis de natuurbranden ‘de grootste klap die zijn land in decennia te verwerken kreeg’, een opmerking die veel betekent in een land dat door vrijwel alle Europese crises van deze tijd vol in het gezicht werd getroffen. Griekenland heeft volgens Mitsotakis te maken met een klimaatcrisis (‘Ik wil graag die term gebruiken in plaats van klimaatverandering – de klimaatcrisis is begonnen’, aldus de premier). Daarom kondigde hij daags na de branden een nieuwe klimaatwet aan, evenals een uitbreiding van het brandweerkorps en een speciaal noodfonds van een half miljard euro voor de wederopbouw van alle verbrande dorpen op Evia en voor het opnieuw aanplanten van de verloren bossen, inclusief stroken vol bomen die beter tegen vuur bestand zijn, om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen.

Het klimaatrapport

De vraag blijft alleen: is dat genoeg om het tij voor Griekenland te keren? Uit het klimaatrapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de toonaangevende klimaatwerkgroep van de Verenigde Naties, bleek immers dat de opwarming rond het Middellandse Zeegebied tot wel 50 procent sneller gaat dan gemiddeld.

‘Het wordt zowel warmer als droger rondom de Middellandse Zee’, zegt Rein Haarsma van het KNMI, die als hoofdauteur betrokken was bij het hoofdstuk in het IPCC-rapport dat uitgebreid ingaat op het Middellandse Zeegebied. ‘Dat komt vooral doordat er nu al weinig vocht in de lucht en de grond zit en droge grond sneller opwarmt dan vochtige grond. Het is net zoals bij het menselijk lichaam, dat door te zweten probeert af te koelen. Als er al weinig vocht is om te verdampen, stijgt de temperatuur nog sneller, waardoor de grond weer droger wordt, enzovoorts.’

11 augustus, een blushelikopter in het noorden van Evia. Beeld AP
11 augustus, een blushelikopter in het noorden van Evia.Beeld AP

De familie Zoutsos

‘Het was ook voor de brand al een rampzalig jaar’, zegt Yannis Zoutsos (68), een bijenhouder uit het bergdorp Galatsona die het vak 37 jaar geleden van zijn vader leerde en, vlak voordat de brand een groot deel van zijn erfenis verwoestte, op het punt stond zijn tweehonderd bijenkorven over te hevelen naar zijn zoon. ‘In februari sneeuwde het, een week later was het 20 graden, begin maart vroor het weer en uiteindelijk duurde de lente maar een week omdat het heel snel heel warm werd. Er waren daardoor al veel jonge bijen gestorven. De branden zijn niet ons enige probleem.’

Maar wel een heel acuut probleem, want toen het vuur de rand van zijn dorp bereikte, lukte het Zoutsos en zijn zoon nog net om tachtig bijenkorven te redden. De vraag is sindsdien alleen: waar moeten die nu staan? ‘We hebben ze nu daar neergezet’, wijst hij, ‘aan de rand van dat verbrande stuk daar. Maar daar is nauwelijks genoeg voedsel voor de overgebleven bijen om te overleven. Laat staan dat het genoeg is om voldoende honing te produceren.’

Daarom rijdt ook de zoon van Zoutsos momenteel over het eiland op zoek naar een nieuw stuk bos waar zijn korven kunnen staan, net zoals ook bijenhouder Drakoulis uit Aidipsos vanuit zijn auto op zoek is naar nieuwe stukken bos, samen met nog zo'n drieduizend andere bijenhouders wier teer beminde pijnboombossen de komende dertig jaar onbruikbaar zijn.

‘En wie weet wat voor temperaturen er na die dertig jaar normaal zijn op Evia’, zegt Zoutsos. ‘In de 37 jaar dat ik dit werk doe, heb ik het zelf in ieder geval jaar na jaar slechter zien worden, dus ik houd er serieus rekening mee dat mijn zoon ander werk zal moeten zoeken.’

Bijenhouder Alexandros Drakoulis: 'Ik denk dat de branden 80 procent van de lokale productie hebben verwoest.' Beeld Daphne Tolis
Bijenhouder Alexandros Drakoulis: 'Ik denk dat de branden 80 procent van de lokale productie hebben verwoest.'Beeld Daphne Tolis

Toch maar verhuizen?

Hij kijkt om zich heen, naar zijn bijna verbrande geboortedorp waar zijn vader hem ooit het vak van bijenhouder leerde. ‘Of mijn zoon zal naar een andere plek moeten migreren.’

‘Ik heb al meerdere bijenhouders gesproken die nadenken om te verhuizen’, zegt ook Axiotis van de vereniging voor bijenhouders. ‘Dat doen ze natuurlijk niet binnen nu en een paar dagen. Ze moeten eerst een nieuwe plek vinden, er met hun families over praten – je kunt niet zomaar verhuizen. Maar als ik heel eerlijk ben: het is iets dat binnenkort gaat gebeuren. Het is een logische volgende stap.’

Klap na klap voor Griekse toeristensector

Hij zag ze wegvaren: vierduizend toeristen met in hun achterzakken vierduizend portemonnees vol geld dat definitief niet op zijn eiland uitgegeven zou worden. Theodoros Roumeliotis, de voorzitter van de hoteliersvereniging van Evia, kan het eigenlijk nog steeds niet geloven. Na zoveel ellende, nog meer ellende?

‘Ik had 520 boekingen staan de komende weken’, zegt hij. ‘Op 17 na heeft iedereen afgezegd.’

Er zijn weinig sectoren die de afgelopen tien jaar meer teleurstellingen hebben moeten slikken dan de Griekse toerismesector. Eerst kreeg de beroepsgroep, die goed is voor bijna een kwart van het Grieks bruto binnenlands product, een oplawaai door de financiële crisis, die niet voor niets deels bekend is gaan staan als de Griekse crisis.

Op de Egeïsche Eilanden kwam daar vanaf 2015 bovendien de migratiecrisis bij. Door de continue stroom aan beelden over aanspoelende migranten schrapten bijvoorbeeld 21 van de 30 chartermaatschappijen hun rechtstreekse vluchten naar een eiland als Lesbos, waardoor het aantal boekingen er met ruim de helft terugliep.

Thomas Cook

Tot overmaat van ramp ging in 2019 ook nog Thomas Cook ter ziele, het oudste reisbureau ter wereld waarvan de met afstand belangrijkste bestemming Griekenland was – vooral op de onder Britten zeer populaire eilanden als Kreta en Rhodos had rond de 80 procent van de hotels contracten met het reisbureau.

Toen kwam, een paar maanden later al, crisis nummer vier: de coronacrisis, waardoor het het aantal toeristen nogmaals met 75 procent terugliep ten opzichte van 2019. En net toen iedereen gevaccineerd was en er eindelijk weer eens een volwaardige zomer gedraaid kon worden, sloeg de hevigste hittegolf in drie decennia toe en vlogen grote delen van de Peloponnesos en Evia in de brand.

‘Rampzaligste jaar’

‘Ik denk zelfs dat 2021 het rampzaligste jaar tot nu toe wordt’, zegt Roumeliotis. Want inderdaad: crisis nummer vijf – de klimaatcrisis – zou wel eens de meest desastreuze van allemaal kunnen zijn. Uit het rapport van het VN-klimaatpanel IPCC blijkt immers dat het klimaat in het Middellandse Zeegebied anderhalf keer sneller opwarmt dan gemiddeld waardoor temperaturen van boven de 50 graden later deze eeuw geen uitzondering meer zullen zijn. In het beste geval schuift het toeristisch seizoen daardoor een paar weken op, in het slechtste geval schuiven de toeristen zelf op naar koelere, minder brandbare gebieden.

‘Ik maak me serieus zorgen om onze toekomst’, zegt Roumeliotis. ‘Ongeveer 50 procent van onze lokale economie is afhankelijk van het toerisme. Dus als dat ooit weg valt, wat moeten we dan? Migreren?’

Meer over