De bijeneter en de roodkopklauwier komen voorbij

De typisch Hollandse vogels als kievit en scholekster blijven niet hier, als het warmer wordt. En immigrerende soorten hebben hulp nodig om hier te blijven....

De dinsdag gepubliceerde Klimaatatlas van Europese broedvogels is voor de meeste vogels slecht nieuws. Door de opwarming schuiven de leefgebieden van vogels 550 kilometer op naar het noordoosten tegen het eind van deze eeuw.

Hoe moet een Provençaalse grasmus zich redden? In de streek rond Bordeaux, waar zijn habitat, de duinen, nu nog leefbaar is, wordt het te heet onder de poten. Er zit niets anders op dan verhuizen naar het noorden, waar het warmer is. België bijvoorbeeld.

De Belgische kust is één groot lint van bebouwing. Hier en daar nog wat duinen in een woestijn van beton. Daar komt bij dat de Provençaalse grasmus niet elk stekje goedkeurt: het beest wil per se tussen stekelbrem verkeren.

Dus zou de Belgische kust én meer duinen moeten hebben én meer stekelbrem, zodat de vogel op deze vluchtheuvels nieuwe territoria kan bezetten in de steeds verdere verschuiving naar het noorden.

Restpost

Heeft België oog voor de noden van de Provençaalse grasmus? Waarschijnlijk is daar niet over nagedacht. Dit land zal geen uitzondering vormen op de West Europese regel: kustgebieden zijn er om te bewonen, havens aan te leggen en te recreëren. Natuur is restpost.

Maar er gloort hoop: Natura 2000, het netwerk van Europese natuurgebieden dat de Europese Unie met de lidstaten heeft afgesproken. Dit ecologisch netwerk bestaat uit beschermingszones voor planten, dieren en vogels.

Vogels en meer nog de zich over de grond verplaatsende dieren hebben ook verbindingsroutes nodig om van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied te kunnen gaan.

In die verbindingen heeft Nederland zich enigszins gespecialiseerd, met de aanleg van houtwallen, poelen en bosjes. Maar, zegt Ruud Foppen van de Samenwerking Vogelonderzoek Nederland (Sovon), in de toekomst zullen die verbindingszones hoe dan ook veel robuuster moeten worden.

In Nederland betekent dit dat het Horsterwold de verbindingsschakel wordt tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe. ‘In zo’n grote verbindingszone is ook ruimte voor vogels om te broeden’, zegt ornitholoog Foppen.

De roerdomp zal waarschijnlijk uit Nederland verdwijnen en zijn habitat in Zuid-Zweden zoeken. De roerdomp is een moerasvogel en de nu nog in Nederland verblijvende roerdompen kunnen niet in een slag Zweden bereiken.

Foppen: ‘Er zijn tussen Nederland en Zweden dus moerasgebieden nodig waar de vogel een tussenstation heeft.’

We zullen dan ook veel meer moeten gaan denken hoe de natuurgebieden in Natura 2000 moeten samenhangen, oordeelt Foppen. Vogels overbruggen enkele tientallen kilometers per jaar en daarom zijn er ook tussenstations nodig op dergelijke afstanden.

Nederland zal veel meer een doorgangsland worden voor vogels. Verwacht wordt dat vogels deze eeuw 550 kilometer opschuiven.

Verdwijnen

In Nederland krijgen de moeras-, zoetwater-, kust- en weidevogels het moeilijk. Op de lijst van verdwijnen uit Nederland staan weidevogels als scholekster, kievit, watersnip en kemphaan.

Voor de kustvogels zoals de strandplevier en bontbekplevier is er in Nederland eveneens weinig toekomst. En voor de zoetwatervogels staan de bergeend, de knobbelzwaan en de grauwe gans op de nominatie om te verdwijnen.

De zuidelijke soorten zoals de bijeneter en de roodkopklauwier zijn de nieuwkomers uit de mediterrane gebieden. ‘We verliezen kilo’s en we krijgen er kleine vogels voor terug’, zegt Foppen.

Als Nederland warmer wordt en daardoor in principe gunstiger voor zuidelijke soorten, is ook een andere habitat vereist.

Vogels die aan loofbos zijn gebonden, willen ook loofbos in hun nieuwe klimaatzone aantreffen. Loofbos heeft echter honderd jaar nodig om te groeien. Dus is het ook zaak dat de nieuwe habitat klaar is voor de nieuwkomers.

Meer over