De Bijbel en het gevoel van grote afstand

Het Evangelie van Lucas is het mooiste boek van de Bijbel; de eerste twee hoofdstukken zijn de mooiste uit dat boek en de woorden van de engel Gabriël in het eerste hoofdstuk gericht tot de oude Zacharias (die de vader van Johannes de Doper zal worden), zijn de mooiste uit...

Kees Fens In het voorbijgaan

De literaire sensaties zijn teruggekomen door een zich de laatste jaren voordoende ontwikkeling. Bij muziek heb ik de afstand in ruimte en tijd nooit gekend. Muziek moest eerder veroverd worden. Ik moest ernaar toe, ze kwam niet uit de verte op mij af. Bij de eerste grote sensaties was er ontdekking en herkenning tegelijk: ik had de muziek nooit gehoord, maar was er toch vertrouwd mee. En een hele reeks componisten was daar om de mogelijkheden van de muziek op andere wijze te realiseren. Ik maakte als iedereen een rij van voorkeuren, waaraan ik moet toevoegen dat ik lang in de muziek van Renaissance tot barok heb verbleven, totdat ik mij zo gerustgesteld voelde dat ik er onrustig van werd. De romantiek met vele nieuwe groten ging open. En de opera die ik met de hooghartigheid van de renaissance-ernst had afgewezen, kwam mijn beleving binnen.

Maar de laatste jaren herhaalt zich in de muziek wat zich bijna zestig jaar geleden bij het lezen van poëzie voordeed: wat ik hoor komt van heel ver, alweer: in ruimte en tijd, naar mij toe. Op de lange ‘overtocht’ zijn de componisten in het geheel van de muziek opgegaan. Ik hoor alleen nog muziek die niet geïndividualiseerd is. Als de muziek der sferen niet louter een schitterend idee was, zou ik er in gaan geloven. De afstand tussen muziek en mij, lange tijd vrij kort, we waren elkaar nabij, om het zo te zeggen, is groot geworden, soms zelfs beangstigend groot. Ik sta alleen en op onmetelijke afstand wordt muziek gemaakt. De grote Engelse dichter George Herbert gaf de muziek de vleugels die de mens na zijn dood haast een engel maakte; daar vloog hij heen, de hemel tegemoet. Aan dat beeld van de vleugels moet ik tegenwoordig vaak denken: gevleugeld komt de muziek van heel ver in de hoogte aan gevlogen. Als Gabriël eens.

In de concertzaal houden de componisten zich aan zichzelf en hun eigen klanken. De muziek komt rechtstreeks van het podium op de zaal af en vult die helemaal. We delen met zijn allen in hetzelfde. Alles is normaal! Is muziek dan zo’n sterke gemeenschapskunst? Als ik alleen luister, heeft de metamorfose plaats. Ik denk dat het te grote wezen van de muziek zich manifesteert. Op je eentje kan ik dat niet verdragen, de laatste tijd steeds moeilijker. De afstand wordt groter. Er is een alles overheersende vrees: voor de stilte aan het einde van de muziek.

Meer over