De bezem gaat door Zaanstad

Zaanstad zal de komende tien jaar ingrijpend veranderen. Het gemeentebestuur gaat van de oude industriestad een oord maken waarin de moderne dienstverlenende economie centraal staat....

'Goedjaarseind', heten de uitbouwsels die de Zaankanters aan hun houten woningen plachten toe te voegen als de zaken weer eens goed waren gegaan. Architect en stedenbouwkundige Sjoerd Soeters, bekend van het Java-eiland (Amsterdam), Mariënburg (Nijmegen) en de Resident (Den Haag), verwijst ernaar als hij uitleg geeft over zijn plan om het centrum van Zaandam ingrijpend op te knappen.

'In de bouwcultuur van de Zaanstreek', zegt Soeters, 'heeft nuttigheid altijd vooropgestaan. Als ze ruimte nodig hadden, haalden de Zaankanters hun timmerkist te voorschijn en stond er weer een gebouw.'

Toen er nog kleinschalig werd gebouwd, leidde dat tot aardige resultaten. Maar sinds de ambachtelijke houtbouw moest plaatsmaken voor het moderne industriële bouwen, is Zaandam er niet mooier op geworden.

Terwijl andere Hollandse stadjes over een prachtige historische kern beschikken, wekt het centrum van Zaandam de indruk alsof er ooit een bom is gevallen. De herbouw moet daarna voortvarend ter hand zijn genomen, maar zonder aandacht voor stijl, harmonie en samenhang.

Tegenover het station aan het Ankersmidplein, staan betonnen kolossen schots en scheef door elkaar. Aan de Gedempte Gracht in de richting van de Zaan heeft de gemeente uit arren moede ooit grond uitgegeven om de kas te spekken. Het resultaat was een treurig stemmende koopgoot.

Daarin gaat de komende tien jaar verandering komen. In de Gedempte Gracht komt weer water. In de buurt van het station wordt onder supervisie van Soeters stapsgewijs een nieuw centrum opgetrokken waarin de gebouwen een onderlinge samenhang vertonen.

Zaanstad, vertelt burgemeester Ruud Vreeman die verantwoordelijk is voor 'strategische visievorming', moet weer een voorstad van Amsterdam willen zijn. Die boodschap heeft de voormalige PvdA-politicus en vakbondsbestuurder er bij zijn ambtenaren en de Zaankanters ingehamerd, sinds hij in 1997 uit de Tweede Kamer in Zaanstad belandde.

'Het gaat ons niet alleen om de leefbaarheid en schoonheid van het nieuwe centrum. Wij willen een oude industriestad transformeren tot een stad waarin de moderne dienstverlenende economie centraal staat. Daarvoor zullen we gebruik moeten maken van onze gunstige ligging, op tien minuten sporen van Amsterdam, waar die omslag zich de afgelopen decennia al heeft voltrokken.'

Historisch gezien is Zaandam, de belangrijkste kern van het huidige Zaanstad dat in 1974 ontstond uit een fusie van zeven gemeenten, altijd een voorstad van Amsterdam geweest. Maar de verhouding tussen de steden was vaak ongemakkelijk, al heeft dat de Zaanstreek lang geen windeieren gelegd.

Zo kwam de industriële ontwikkeling van de Zaanstreek op gang doordat het Amsterdamse houtzagergilde aan het eind van de zestiende eeuw de introductie saboteerde van de door windenergie aangedreven houtzaagmolen.

Uitvinder Cornelis Corneliszn besloot daarop uit te wijken naar de Zaanstreek, waar het gilde niets had te zeggen. Toen Amsterdam even later ook de verkoop van hout naar de Zaanstreek verbood, had dat een paradoxaal effect. De Zaankanters namen de houtimport zelf ter hand en bouwden hun eigen schepen. Voordat de hoofdstad er erg in had, ontstond een voor die dagen modern industrieel complex, waarin met behulp van duizenden molens alles werd gemaakt wat maar in de verste verte met de scheepvaart en molens had te maken. Gerstpellerijen, olieslagerijen, zeepziederijen, papier-, en zeilmakerijen.

Zaanstad is nog altijd een typische industriestad. Terwijl elders in Nederland gemiddeld 22 procent van de beroepsbevolking in industriële bedrijven werkt, is dat in Zaanstad ruim 28 procent. Maar net als elders daalt ook in de Zaanstreek de werkgelegenheid in de industrie gestaag. Vreeman: 'Veel bedrijven zitten aan het eind van hun levenscyclus of zijn overgenomen door multinationals. Ze worden gerationaliseerd of naar elders verplaatst.'

Tot nog toe bleven de sociale consequenties beperkt. Dat komt, volgens Vreeman, doordat de Zaanse werknemers net als hun ondernemers van oudsher behept zijn met een sterk ontwikkelde arbeidsmoraal. 'Als ze hier hun werk verliezen, gaan ze gewoon elders aan de slag.'

Maar het hoeft met de conjunctuur maar even tegen te zitten en er dreigt in de Zaanstreek een penibele situatie te ontstaan, ook al omdat een groot deel van de beroepsbevolking laag is opgeleid. Vandaar dat in het nieuwe centrum behalve voor nieuwe werkgelegenheid (kantoren) ook veel ruimte wordt gereserveerd voor onderwijsinstellingen.

De sociaal-economische trends zijn niet de enige reden om het centrum op de schop te nemen. Ook de ruimtelijke problemen mogen er zijn. Toen Zaanstad begin jaren zeventig ontstond was het idee dat de gemeente zich tot een echt grote stad zou ontwikkelen, een soort Almere boven het IJ.

De eerste nieuwe woonwijken waren gepland in het Guisveld, een veenweidegebied tussen Wormerveer en Zaandijk. Door de oliecrisis en de golf van milieubewustzijn die daarop volgde kwamen de Zaanse bestuurders van een koude kermis thuis. De veenweidegebieden in het groene hart van de nieuwe stad werden onder druk van de natuurbeweging uitgeroepen tot beschermd natuurgebied.

De grond was toen al aangekocht door de nieuwe gemeente, die daardoor met een geweldige financiële strop (en een jarenlange artikel 12 status) werd opgezadeld. En met een enorme beperking van haar ontwikkelingsmogelijkheden, want in natuurgebieden mag niet worden gebouwd.

Hoewel sommige ambtenaren er nog verbitterd over spreken, lijkt de tegenslag van destijds inmiddels ook zijn voordelen te hebben. 'Want waar', zo vraagt Sjoerd Soeters, 'vind je in de Randstad nog een woonomgeving waar je per fiets of in een bootje in vijf minuten midden in een prachtig natuurgebied bent?'

Door het bouwverbod werden de Zaanse bestuurders gedwongen hun blik te verleggen naar de levensader van de streek: de Zaan. 'Geef de Zaan terug aan de Zaankanter', luidde het motto van het eind jaren tachtig opgezette Zaanoeverproject. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan, want juist langs de oude veenrivier zijn de gevolgen waarneembaar van de wijze waarop de Zaanstreek vanaf de zeventiende eeuw als 'vrije economische kansenzone' tot ontwikkeling kwam.

Terwijl Amsterdam vanaf de zeventiende eeuw min of meer planmatig werd uitgebreid met woonwijken (de grachtengordel) en bedrijventerreinen voor de VOC (Kattenburg en Wittenburg) verliep de ruimtelijke ontwikkeling langs de Zaan volgens een andere logica: molens, werven en nog eens molens, waar vervolgens woonwijken werden aangeplakt.

Het gevolg was, en is nog altijd, een bebouwing die alle wetten en regels tart. Woonwijken en industriële bebouwing, vaak van vervuilende, brandgevaarlijke en in elk geval stinkende bedrijven, staan bovenop elkaar. Daartussenin staan romantische houten huisjes en dito 'Vermaningen', de doopsgezinde kerken die met hun anti-staatse en vrijzinnige geloofsbeleving een zwaar stempel hebben gedrukt op de Zaanse mentaliteit.

Nergens, bijna nergens althans, is de rivier zichtbaar vanuit de stad die in de loop der eeuwen achter de industriële lintbebouwing werd opgetrokken. Tijdens een boottocht over de Zaan vertellen Vreeman en de gemeentelijke stedenbouwkundige Hans Staller over de moeite die het kost daarin verandering te brengen. Staller: 'Vier eeuwen industriële ontwikkeling kunnen nu eenmaal niet in een paar jaar worden teruggedraaid.'

Sinds 1989 probeert de gemeente ondernemers over te halen, de Zaanoevers te verlaten. Staller: 'Als een bedrijf van plan is grote investeringen te doen, gaan we praten of het niet beter kan worden verplaatst.' Zo komen er oude werven, fabrieksterreinen en pakhuizen vrij. Tegen hoge kosten, want de grond is meestal zwaar vervuild. Als het de grond niet is, speelt de stankoverlast de plannenmakers parten.

Niettemin hebben forse stukken van de Zaanoevers de afgelopen jaren een stevige transformatie ondergaan. Op het oude haveneiland in de Voorzaan is een prachtige woonwijk gebouwd . Her en der worden promenades aangelegd zodat ook Zaankanters die geen plaatsje kunnen verwerven in een nieuw appartementencomplex, wat vaker van de Zaan kunnen genieten.

Het nieuwe centrum heeft nu de hoogste prioriteit. Soeters' plan heeft van de gemeente de doopnaam 'Inverdan' gekregen. Dat is een mooi oud begrip waarmee de ietwat teruggetrokken ligging van veel Zaanse gebouwen op hun kavel wordt beschreven. Toch is die naam ook een beetje curieus, want Soeters wil nu juist dat de kantoren, woningen en winkels in het nieuwe centrum een gevarieerd maar gesloten stadsfront gaan vormen.

'Alleen de heel belangrijke gebouwen staan los van elkaar', schrijft hij in zijn plannen. Mogelijk heeft hij daarbij aan Albert Heijn gedacht. Dat komt dan mooi uit. Want toen de gemeente de Zaankanters de gelegenheid gaf een 'referentiebeeld' te noemen voor het nieuwe centrum van de stad, verwezen die niet naar de fraaie Zaanse houtbouw, maar naar het moderne kantorencomplex van de grootgrutter en multinational naast het station aan de Provinciale Weg. Vier eeuwen ondernemingszin, verloochent zich nu eenmaal niet zo snel.

Meer over