De bezem door Nashville, voor country moet je naar Austin

Gijsbert Kamer

Voor de negende keer ben ik gisteren in Austin, Texas geland om het grootste muziek showcase festival ter wereld mee te maken. Ik was er in 1998 voor het eerst en er is heel veel veranderd. Kon je toen nog spreken van een festival waar veelal kleine platenlabels hun oude en nieuwe artiesten uit de categorier singer/songwriter en americana presenteerden. De laatste jaren is dat allemaal veranderd. Sinds een jaar of zes geleden de Britten met veel steun van de overheid Austin hebben uitgekozen om hun nieuwe artiesten internationaal te lanceren raakt de traditionele muziek, de echte Texas muziek zeg maar steeds meer op de achtergrond.

Franz Ferdinand, Amy Winehouse, M.I.A., Ting Tings en Duffy begonnen hun toch aanzienlijke Amerikaanse successen hier, en ook dit jaar rukken de Britten weer uit met groot geschut. Toch zal het meeste wat ze bieden dit keer aan me voorbijgaan. Het meeste krijgen we in Nederland wel te zien of hebben we al gezien. Ladyhawke hoef ik na het debacle op London Calling de eerste jaren echt niet meer te zien, om maar eens wat te noemen.

Er zijn twee Britse attracties waar ik me op verheug: het heropgerichte That Petrol Emotion en Pete And The Pirates. Verder richt ik me vooral op de Amerikanen. Enerzijds zijn er de jonge honden van The Pains Of Being Pure At Heart en The Strange Boys. Hun platen zijn net uit en ik krijg er maar geen genoeg van.

Maar ik heb ook zin in country, eigenlijk meer dan andere jaren. Daar zijn een paar redenen voor. Allereerst las ik in het vliegtuig De Bezem Door Nashville, een net verschenen bundel met interviews van journalist Harry de Jong met 'countrygrootheden'. De Jong beoefent het vak al meer dan dertig jaar en mag gerust een expert heten.

Ik genoot van de verhalen van en over Johnny Cash, Townes Van Zandt, Emmylou Harris, Dolly Parton en Willie Nelson. Niet allemaal briljante interviews maar wel liefdevol en informatief geschreven. Het mooist vond ik het verhaal met Rusty Wier, hier in Austin gemaakt. Een treurige man van wie ik nooit gehoord had. Hij heeft leverkanker. Vroeger was hij een grote Texas maar wanneer De Jong hem in 1983 opzoekt is het al een tragische figuur. In mei 2008 spoort de auteur hem nog een keer op en beschrijft niet zonder ontroering de aftakeling van de gevallen ster.

Rusty Wier is hier niet op SXSW, ik weet ook niet of hij nog leeft. Townes Van Zandt is zeker dood maar die wordt naar verluid heel mooi vereerd op een in mei te verschijnen plaat van Steve Earle. Die is hier ook niet maar zijn zoon Justin Townes Earle wel. Van hem kocht ik vanmiddag de nieuwe cd Midnight At The Movies en die is prachtig. Die ga ik de komende dagen zeker opzoeken.

Ik heb ook veel zin in Willie Nelson, maar ik zal het moeten doen met Matthew Houck. Die maakt als Phosporescent platen en zijn laatste heet To Willie. Een prachtige ode aan Willie Nelson met toch wat onbekendere liedjes uit het immense oeuvre van de man met de vlechten.

In de weekendbijlage van de Houston Chronicle die ik maandag tijdens de vlucht naar Houston onder ogen kreeg, vertelt Houck over Nelson en vooral over zijn voorliefde voor een volledig gekraakt album van zijn held: Always On My Mind uit 1982. To Willie besluit als een soort ode met dezelfde drie liedjes als Always On My Mind indertijd. Dat maakte me nieuwsgierig naar Nelsons plaat.

Helaas, bij Waterloo Records was die niet voorradig. Maar gelukkig, bood uitkomst. En zo luister ik nu naar Nelson die zich een paar keer gruwelijk vergaloppeert (A Whiter Shade Of Pale, Bridge Over Troubled Water) maar die laaste 3 nummers zijn prachtig. Ook in de versie van Houck. Ook hem ga ik zeker zien.

De komende dagen zijn die showcases. Officieel 's avonds van 7 tot 2. In een kleine honderd zalen zullen vier avonden lang een kleine tweeduizend bands en artiesten optreden. Onmogelijk om alles te zien wat je zou willen, al is het prettig dat een R.E.M, Stooges of een Morrissey ontbreekt. Dat kost je vaak een hele avond, want ze staan altijd aan het eind van de avond geprogrammeerd en ook hier geldt vol is vol, dus je kunt bij dergelijke optredens maar beter op tijd zijn.Dit jaar verwacht ik alleen bij Devo grote drukte.

Een ander voordeel is dat veel bandjes niet 1 keer maar wel 5 tot 10 keer spelen. Overdag zijn er namelijk honderden parties in de hele stad, tot ergernis van de organisatie die graag wil dat de badgehouders het seminar gedeelte van SXSW volgen.

Ik doe dat altijd wel, want het is genieten. Zo ben ik dit jaar benieuwd naar de keynote-speech van Quincy Jones en een referaart van Steve Van Zandt.

Maar ik zal op mijn fietsje ook de stad afstruinen naar een van de vele optredens van The Pains Of Being Pure At Heart, The Strange Boys en The Low Anthem. 's Avonds ga ik op zoek naar mooie country en andere americana. De Jong maakt in zijn boek wel duidelijk dat je voor de mooiste country niet in Nashville moet zijn maar in Texas, bijvoorbeeld in Austin. Bijna alle artiesten hebben hetzelfde meegemaakt: gedumpt door Nashville na een paar platen. Niet glad genoeg geproduceerd, niet commercieel genoeg. Alles wat er sinds eind jaren zeventig uit Nashville komt klinkt mierzoet en inwisselbaar.

De mentaliteit van muzikanten hier is heel anders. Singer/songwriters hoeven zich niet te conformeren als ze maar authentiek zijn. Overigens is dat ook geen garantie voor succes, zie het verhaal van Blaze Foley. Een begenadigd zanger- liedjesschrijver uit Austin die stierf als dakloze. Postuum kwam er erkenning. Van hem verscheen een biografie, die ik hier vanmiddag gekocht heb.

Die ga ik nu lezen, 21 uur lokale tijd, dinsdagavond. Misschien dat ik daarna vannacht dan toch alvast even naar The Strange Boys ga. Spelen om 2 uur vannacht. Die plaat (And Girls op In The Red) is zo goed!

Morgen ga ik met een lijstje titels geplukt uit De Bezem Door Nashville op platenjacht. Benieuwd of hier iets van Rusty Wier te vinden is.

undefined

Meer over