Column

'De behoefte van Turken om bij Europa te willen horen, heeft iets ontroerends'

Thomas von der Dunk bezocht voor de eerste keer Turkije. Istanbul, om precies te zijn. 'Het bleek nog gecompliceerder in elkaar te zitten en een nog groter vat van tegenstrijdigheden dan ik reeds dacht.'

De Bosporus Beeld ap
De BosporusBeeld ap

Anderhalve maand geleden heb ik voor het eerst een voet in Azië gezet. Geen grote voet, voor alle duidelijkheid: ik zal in oostelijk Istanbul niet meer dan vijf kilometer voorbij de Bosporus zijn gekomen. Het was tevens de eerste keer dat ik in Turkije was, wat misschien verbaast, omdat ik mij herhaaldelijk over dit land en zijn Europese perspectieven heb uitgelaten.

Moet je er niet eerst geweest zijn, om erover te oordelen, is dan een vaak gestelde vraag. Wel, Emanuel Kant heeft van zijn leven nooit zijn woon­plaats Königsberg - toen de hoofdstad van Oost-Pruisen, nu als Kaliningrad een Russische exclave - verlaten, en desondanks zijn filosofische opinies over het hele wereldraadsel ten beste gegeven.

Zelf ben ik ook nooit in het Romeinse Rijk geweest, en heb ik ook nooit Napoleon ontmoet. Toch schrijf ik erover - als historicus ben je bij uitstek geëquipeerd om over plaatsen en personen te oordelen die je nooit in het echt hebt gezien.

Spanning
Niet dat er iets op tegen is, om wèl ter plekke te gaan kijken. Daarom heb ik ook direct ja gezegd tegen een georganiseerde werkexcursie naar Istanbul medio februari, om daar met een aantal Turkse en Nederlandse journalisten, alsmede met de leden van enkele etnische en religieuze minderheden over de politieke situatie te praten. Daarvoor bestond alle reden, met het oog op de Turkse ge­meen­te­raadsverkiezingen van afgelopen weekend, die met spanning tegemoet werden gezien.

Eerst mijn indrukken van het land, althans van de heimelijke hoofdstad ervan, als zodanig. Is mijn beeld van Turkije door mijn bezoek wezenlijk veranderd? Dat niet. Maar wel bleek het nog gecompliceerder in elkaar te zitten en een nog groter vat van tegenstrijdigheden dan ik reeds dacht.

Istanbul oogt Europeser dan ik had verwacht, waarbij natuurlijk bedacht moet worden dat we hoofdzakelijk in het centrum zijn geweest, en Anatolië ongetwijfeld anders is. De archi­tec­tuur doet sterk Europees aan; je zou je ook ergens in een uit rond 1900 daterende rommelige voorstad van Brussel kunnen wanen. Mannen zijn westers gekleed, en er lopen in het centrum niet meer vrouwen rond met een (meest felge­kleurd) hoofd­doekje (een kwart schat ik) dan in De Pijp of de Schil­ders­wijk. Dat zal in volks­buurten wel iets anders zijn. De enkele boerka die je ziet behoort toe aan Arabieren.

Sprookjessfeer
Alleen de moskeeën en sultantombes tussen de gewone 'Europese' huizen en kantoren zijn natuurlijk architectonische Fremdkörper. Zie je vanaf de Aziatische zijde de zon achter de koepels van de oude stad ondergaan, dan is je eerste associatie daardoor niet meer Brussel maar Bagdad: geen afstotelijke EU-burelen maar de sprookjessfeer van Duizend-en-één-nacht. Zowel de bazaars als de muziek in een moskee en de oproep tot gebed vanaf de minaretten maken je dan weer van de enorme distantie bewust: een totaal andere cultuur, die niets met Europa heeft uit te staan.

Het is daarmee een land met twee tegenovergestelde gezichten: een modern, westers seculier, en een conservatief, oosters religieus. De nadruk­kelijk behoefte van de seculieren om bij Europa te willen horen, heeft daarbij iets ontroerends.

Nationale gezindheid
Veelzeggend: niet alleen is sinds Atatürk zondag de officiële vrije weekdag (en niet de religieuze dag van de moslims, de vrijdag), zelfs doet men, om 'Europees' te zijn, aan kerstbomen. Precies zoals mijn Duits-joodse familie in de negentiende eeuw ook op die wijze kerstmis vierde - met weglating van Christus en consorten uiteraard - omdat het inmiddels als een Duits volksfeest gold en men zo zijn nationale gezind­heid bewees.

In de Turkse schoolatlas die ik de laatste dag kocht, volgen op de kaarten van Turkije eerst die van Europa, Engeland en Frankrijk - pas veel verder­op komt Azië aan de beurt. Vanzelf­sprekend is Turkije in het landenover­zicht per werelddeel ook zelf bij Europa ingedeeld. Bij de zeer overvloedi­ge straatre­cla­mes voor westerse auto's, kleding, cosmetica etc. worden steevast de modellen uit dié minderheid van Turken gekozen die ook in hun fysio­nomie voor blanke Europeanen door zouden kunnen gaan.

Huispersoneel
Tegelijk bevindt Turkije zich in andere opzichten mijlenver van Europa vandaan. Het is nog een zeer hiërarchi­sche samenleving. Een van onze ge­sprekspartners was een wegens te veel kritiek op Erdogan ontslagen colum­niste, een sjieke dame op leeftijd, die een fraaie villa vol met Griekse, Romeinse, Turkse en Indische kunst boven de Bosporus bewoonde. In alles modern, in haar feminis­tische opvattingen, kleding en sigarettenpijp­je - maar er slopen wel onhoorbaar twee man huis­personeel om ons heen op een slaafse wijze die in Nederland anno 2014 ondenk­baar zou zijn.

Wat de politieke situatie en de toenemende autocratische tendensen betrof, liep de analyse van onze gesprekspartners uiteen van 'volstrekt hopeloos' tot 'in een paar jaar zijn alle problemen opgelost'. Een van de journalisten die wij spraken vreesde, indien Erdogan nog lang aan de macht zou blijven, voor Turkije zelfs een toekomst als Noord-Korea.

Dat lijkt mij schromelijk overdreven. Voor Turkije geldt wat voor Oekraïne geldt, in contrast met Egypte respectieve­lijk Rusland. De civil society is er weliswaar te zwak ontwikkeld om op korte termijn een goed functio­nerende democratie en rechtsstaat te creëren, maar tegelijk al te sterk om door tyrannen in spe geheel onderdrukt en genegeerd te kunnen worden.

Intussen weten we natuurlijk wel hoe de gemeenteraadsverkiezingen zijn afgelopen: de AKP heeft die ondanks alle corruptieschandalen gewon­nen, omdat Erdogan - anders dan zijn elitaire seculiere voorgangers - het afgelopen decennium voor zorg en onderwijs voor de hele bevolking heeft gezorgd. Zijn aan­hang dankt aan hem haar maatschappe­lijke emanci­patie, die zij bij een zege van Erdogans tegenstanders weer vreest te verliezen.

Thomas von der Dunk is columnist voor Volkskrant.nl

Jongens springen op een tram in het centrum van Istanbul Beeld reuters
Jongens springen op een tram in het centrum van IstanbulBeeld reuters
null Beeld ap
Beeld ap
Meer over