De behoefte aan familiale bindingen wordt groter

In de jaren vijftig werd het ideale gezin gekenmerkt door twee dingen: er was een scheiding van functies tussen man en vrouw - hij kostwinner, zij huisvrouw - en er werd gestreefd naar een warm, koesterend klimaat in huis, het gezin 'als knusse burcht in een vijandige buitenwereld'....

De verheerlijking van het ideaal staat haaks op de ervaringen van individuele 'jaren-vijftigers'. 'Menige schrijver - Reve, Wolkers, Heeresma - werd door dit gezinsleven geïnspireerd tot onvergetelijke romans over de mufheid, de benauwdheid, de bekrompenheid, de alles doordringende treurigheid en grauwte. En het isolement, het langs elkaar heen leven, het nergens over kunnen praten, de benauwdheid aan die tafel onder die tafel onder die lamp.'

Dit schrijft de sociologe Christien Brinkgreve, hoogleraar in Utrecht, in het stuk waarmee haar nieuwe bundel, Huismensen (Meulenhoff; ¿ 25,-), opent. De bundel bevat artikelen, lezingen en columns met als centrale thema's: de veranderingen die de afgelopen decennia zijn opgetreden in 'de verhouding tussen mannen en vrouwen, en tussen ouders en kinderen. 'Met de inkrimping van de verzorgingsstaat wordt het belang van en de behoefte aan familiale bindingen om op terug te vallen - in geval van ziekte, armoede, werkloosheid - alleen maar groter ('er gaat niets boven je familie').

Meer over