De Beatles versus de Stones

Het moet een gezellige boel zijn geweest, gisteren in Paradiso (vanavond trouwens nog een keer). ‘De Nacht van de Beatles vs The Rolling Stones’ heette het evenement, waar ik helaas niet bij aanwezig kon zijn.

Ik weet dus ook niet of er een winnaar is aangewezen. Laat het de Stones maar zijn, dan winnen die ook eens wat van The Beatles. Want in weerwil van het uitgangspunt van de avond lijkt het me een uitgemaakte zaak: The Beatles is de beste popgroep ooit. Dat is geen mening maar een feit.

Geen band is er belangrijker geweest voor de popularisering van rock ’n roll en popmuziek. Geen band heeft zich in zo’n korte tijd (7 jaar) zo vaak weten te vernieuwen. Geen band weet ook iedere nieuwe generatie zo snel te overtuigen dat er na de Beatles wel veel andere popmuziek gemaakt is, maar geen betere.

De Stones? Ze staan niet eens bij de eerste vijftig als ik een lijstje zou moeten maken met mijn lievelingsbands, en ze lijken me ook niet zo vreselijk belangrijk. Ik ken niemand van beneden de veertig die zegt door de Stones van popmuziek te zijn gaan houden. Wel kom ik nog altijd artiesten en liefhebbers tegen die met The Beatles zijn opgegroeid en daar heel blij mee zijn.

In de jaren zestig was The Rolling Stones vooral een prima singles-band, en hun 3cd-box ‘Decca Years’ is me van alle Stones platen het meest dierbaar.

Alleen de dubbel-lp ‘Exile On Main Street’ wil ik nog wel eens draaien, als het op de jaren zeventig aankomt. Van het latere werk heb ik hooguit een zwak voor ‘Tattoo You’ (1981) en dat vooral vanwege ‘Waiting On A Friend’.

Alles wat ze daarna hebben uitgebracht kan me gestolen worden. Is er iemand die ‘Dirty Works’, ‘Steel Wheels’ of ‘Voodoo Lounge’ nog wel eens voor z’n plezier opzet? Ik kan het me nauwelijks voorstellen.

Goed, geen fan dus waar het hun platen betreft.

Live is het natuurlijk een andere zaak. De Beatles waren vooral in de studio uitmuntend, als live-band kwamen ze nooit boven het geschreeuw van hun fans uit zodat ze al vroeg ophielden met concerten geven.

Waar de Beatles ongenaakbaar waren als studio-band, waren de Stones dat op het podium. Overigens pas vooral toen de Beatles gestopt waren.

Daarom is iets als The Beatles vs. De Stones onzin. Toch een beetje appels met peren vergelijken. De een glorieerde in de studio, de andere op het podium, en niet eens tegelijkertijd.

Over beide bands verschijnen nog altijd veel boeken. Zo is er over de Stones in hun jaren vanaf 1978 (‘Some Girls’) een aardig boek verschenen. Althans, als je zoals ik niet zo van de band in hun latere jaren gecharmeerd bent. Het heet ‘Under Their Thumb’ en is geschreven door Bill German.

German was 16 toen hij in 1978 een fanzine over de Stones begon, ‘Beggar’s Banquet’. Gewoon, zonder medewerking van band of platenlabel. Langzamerhand komt hij dichter bij zijn idolen van wie, u raadt het al, vooral Keith Richards en Ron Wood enige interesse voor hem tonen.

Uiteindelijk wordt het boek het verhaal van een jonge enthousiaste fan die erachter komt, dat zijn idolen op afstand beter genietbaar zijn dan van nabij. Er wordt behoorlijk wat misbruik van zijn enthousiasme gemaakt, vooral door het management, maar ook door Mick Jagger.

Germans blad wordt zelfs even overgenomen door de Stones en bij platen ingesloten, zonder dat de hoofdredacteur er maar een cent voor krijgt.

Wat vooral uit het boek blijkt is hoe in de vroege jaren tachtig de Stones er achter komen dat ze met touren schatrijk kunnen worden. Tourmanagements en publiciteitsbedrijven worden na jaren aan de kant geschoven. Alles in het belang van de commercie. German is vaak met de Stones op tour geweest en kocht zijn kaartjes gewoon zelf. Die kostten eind jaren zeventig nauwelijks wat. Ineens werden die voor hem onbetaalbaar en moest hij toch gaan bedelen bij het management. Met wisselend succes.

Platen worden alleen nog opgenomen om een tour te promoten en Richards en Jagger kunnen elkaar eigenlijk niet luchten of zien. German begint langzamerhand genoeg te krijgen van de multinational Rolling Stones. De maat is vol wanneer hij in 1995 met eigen ogen ziet dat het publiek bij de roemruchte shows in Paradiso niet bestaat uit fans, zoals was beloofd, maar voor een groot gedeelte uit fotomodellen en ander vrouwelijk schoon dat van het Leidseplein is geplukt.

Dit ervaart German als een groot onrecht voor de trouwe fans die alles voor een kaartje hadden overgehad. Voor hem is dit het definitieve bewijs dat de Stones niks voor hun fans over hebben. Aan zo’n stel egoïstische zakkenvullers wil hij zijn tijd en energie niet meer schenken.

Ontluisterend boek voor mensen die denken dat rock ’n roll in het leven van de Stones de prioriteit heeft.

Maar voor Keith Richards kreeg ik toch wat meer sympathie. Die steekt een paar keer behoorlijk zijn nek uit voor German, ten koste van zijn toch al slechte band met Jagger.

Gelachen heb ik ook om Richards in een ander boekje ‘Stone Me: The Wit And Wisdom Of Keith Richards’, een bundeling met citaten van de gitarist, verzameld door Mark Blake.

Over Stones imitatators:

‘I only listen to black music these days. I ain’t too interested in white bands who rip off white bands who ripped off black bands,’

Over Duran Duran die in 1986 in de studio langskwamen:

‘You get Duran Duran coming down for a day, and saying, ‘what are you doing in that room together?’ It’s called playing music, man. It’s the only way we record –you snotty little turd.’

Over zijn artsen:

‘I’ve had about three doctors who’ve told me: ‘if you carry on like this, you will be dead in six months'. I went to THEIR funerals.’

Zo geestig heb ik ze bij geen Beatle gelezen, of het moet Ringo Starr zijn.

Dat is dan weer een prijs die de Stones wel mag winnen: die voor de muzikant met de geestigste uitspraken. Want eerlijk is eerlijk, die Lennon was toch vooral een aansteller.

Maar ik neem toch aan dat het na vanavond officieel vaststaat dat de Beatles beter waren dan de Stones. Rick de Leeuw, Frank Lammers en Frederique Spigt zijn voor de Stones, Leo Blokhuis en Annet Malherbe voor de Beatles. Zegt dat genoeg?

Meer over