ReportageCuraçao

De atypische politicus Miles Mercera geeft Curaçao zijn dromen terug

De jonge politicus Miles Mercera (32) vertegenwoordigt de hoop op een ander Curaçao. Als in Nederland geboren, openlijk homoseksuele man is hij een atypische politicus. Hij wil premier worden en ‘10-10-10’ toch nog laten slagen.

Miles aan het werk in zijn nieuwe kantoor die ze aan het verbouwen zijn.Beeld Sabine van Wechem

Handen in de zij, de blikken strak vooruit, de tere lijfjes trots en heerlijk onhandig: de piepjonge meisjes in de studio van Akisha Albert marcheren op naar de toekomst. Bij de enorme spiegel houden ze even stil, en keren dan om. ‘Dream Big’, het bordje met die tekst staat hier niet voor niets.

De docente, de vrouw van 25 jaar die twee jaar geleden Miss Curaçao was, kijkt tevreden toe. ‘Een applaus voor jullie zelf’, zegt Akisha Albert, terwijl de pakweg twintig kinderen in een kring op de geboende tegels gaan zitten. Want na deze voorzichtige schreden op de catwalk is het tijd voor een gast.

Miles Mercera staat al een poosje in de zaal. Hij is druk met zijn laptop, want hij gaat eerst de openingswoorden spreken voor een webinar. De naakte waarheid over het onderwijs is de titel, en Mercera (32) spreekt via het scherm de deelnemers toe, op een toon die al bijna even opgewekt is als de muziek die eerder klonk onder het loopje van de modellen in spe.

Het is een bijzondere cocktail van activiteiten, in een cocktail van drie talen gepresenteerd, en niemand hier in de studio kijkt er vreemd bij op. De kinderen zijn nog ver van de kiesgerechtigde leeftijd, maar vandaag maken ze kennis met de jongeman die de wens heeft hun premier te zijn. Liefst al na de verkiezingen in maart volgend jaar. ‘Ambitie en inspiratie’, zo blijkt, daar gaat het allemaal om.

En nee, het kringgesprek met de meisjes raakt het onderwerp politiek niet aan. Miles Mercera vraagt de kinderen naar hun toekomstdromen, en laat zich ondertussen uitgebreid filmen en fotograferen door mensen van zijn eigen ploeg. Het materiaal komt over een paar maanden ongetwijfeld van pas bij de verkiezingscampagne van Mercera’s nieuwe partij, Vishon (Visie). ‘Ik zou niet weten,’ zegt Akisha Albert, ‘wie de jeugd op Curaçao beter vertegenwoordigt dan Miles.’

Geen kind van Curaçao

Het zal moeten blijken. Feit is dat Curaçao deze week herdenkt dat het tien jaar geleden, op 10-10-10, een autonoom land binnen het Nederlands koninkrijk werd, net als Sint Maarten. (Aruba was het al.) Feit is ook dat na tien jaar de eilanden in een diepe financieel-economische, maar ook sociaalpolitieke crisis verkeren. Dan kun je analyserend terugblikken. Of je kunt vooruitkijken; aangeven hoe je het als jongere generatie beter denkt te doen.

En zo verschijnt Miles Mercera ten tonele. De afgelopen tien jaar gaf hij leiding aan Chata, de toerismeorganisatie van het particuliere bedrijfsleven op Curaçao. Hij kreeg er de nodige waardering voor. Toen opeens kondigde hij aan in de politiek te gaan en premier te willen zijn.

Goed, eerst maar eens drie redenen waarom hij dat níét zal zijn. Mercera is weliswaar een kind van Bonaireaanse en Curaçaose ouders, maar is in Amersfoort geboren en officieel dus geen ‘Yu di Kòrsou’, een kind van Curaçao, al staat hem wettelijk niets in de weg. ‘Ik woon al meer dan de helft van mijn leven hier,’ zegt hij, ‘de afgelopen tien jaar zelfs ononderbroken. Als je hart hebt voor een land, moet je dat land ook kunnen regeren.’

Maar het ontbreekt hem aan politieke en bestuurlijke ervaring. ‘Iedere politicus van de afgelopen tien jaar had bestuurlijke ervaring. En keek eens wat zij ervan gemaakt hebben. Heel weinig dus. Ik heb in mijn branche met 16 duizend mensen gewerkt en leiderschap getoond. Bovendien doe ik dit niet alleen, als partij zorgt Vishon ervoor dat we een sterk team bij elkaar krijgen. Van jongeren, maar ook mensen met meer ervaring.’

Bij het kantoor van Vishon, de politieke partij van Miles Mercera (rechts) wordt een grote bril geplaatst, als blikvanger voor de partij.Beeld Sabine van Wechem

Strijken van de vlag

Hij mag zich dan Curaçaos en ervaren voelen, Mercera is gay en zou om die reden op het overwegend katholieke en deels conservatieve eiland mogelijk niet voldoende stemmen trekken. ­Miles Mercera lacht. ‘Ja, dat argument heb ik ook gehoord. In ieder land heeft men de mond vol van gelijkwaardigheid, en vervolgens beginnen mensen nerveus met de vingers te trommelen als iemand gewoon uitkomt voor zijn geaardheid en dat ook helemaal niet als een probleem ziet. Mensen zullen er ongetwijfeld een issue van maken. Maar ik zie het niet als struikelblok. En binnen de partij ook niemand.’

Mercera zegt zich 10-10-10, het strijken van de Antilliaanse vlag, nog heel goed te herinneren. ‘Het was een emotioneel moment, de gevoelens van hoop waren bijna tastbaar. Nu hadden we onze eigen domeinnaam .cw op internet, nu zouden we gaan investeren in onze autonome ontwikkeling voor de komende dertig jaar. Maar wat bleek? De oude structuren, waarvan we wisten dat die niet werkten, kregen een nieuw jasje, maar bleven verder gewoon bestaan. Een eigen regering en een eigen overheid nu. Maar de competentie ontbreekt nog te vaak.’

De jongeren op Curaçao voelen dat vooral door de vaak belabberde kwaliteit van het onderwijs op het eiland. ‘Al zo’n twintig jaar’, vindt Mercera, ‘is niet geïnvesteerd in de werkelijke talenten van jonge mensen. En al helemaal niet als je vergelijkt hoe dat in Nederland gebeurt. Daarop moeten we ons dan ook vooral richten. Dat is ook een van de gebieden waarin we meer samenwerking met Nederland moeten zoeken. Want het moet niet gaan om autonomie per se, maar om autonomie bínnen het koninkrijk, om de meerwaarde daarvan: van vier landen die samenwerken en van elkaars kennis, cultuur en potentie profiteren.’

Hij moet weer verder, is al bijna te laat voor de volgende bijeenkomst. Charlysen Jansen, leeftijdgenoot en partijmedewerker, blijft nog even hangen. ‘Velen op Curaçao zijn heel goed in het elkaar kritisch naar beneden trekken. Wij willen juist positief zijn, maar ook eerlijk, en met het lef om zaken open te breken. Het zal ook moeten. De wereld dendert door en zal heus niet op Curaçao gaan wachten.’

Verder lezen

Een feest is ‘10-10-10’ nooit geworden voor Curaçao en Sint Maarten
Tien jaar zijn Curaçao en Sint Maarten nu autonome landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De hoop die met die verandering gepaard ging, is weg. Crises en bestuurlijke chaos hebben de eilanden in hun greep.Komt het nu goed?

Meer over