De as van vulkaan Kelud is vettig en onontkoombaar

De Borobudur oogt nu alsof inpakkunstenaar Christo is langsgeweest: de stupa's van het tempelcomplex zijn ingepakt in plastic, ter bescherming tegen de as die sinds de vulkaanuitbarsting van donderdag half Java bedekt.

VAN ONZE CORRESPONDENT MICHEL MAAS

YOGYAKARTA - Even voorbij Magelang beginnen de ogen zachtjes te branden. Het hoesten begint iets later, vlak voor de Borobudur, en als het eenmaal begint is er geen houden meer aan. De vulkanische as is zelfs door de gesloten airconditioning van de auto naar binnengekomen. Het zit ineens als talkpoeder tussen je vingers, en in je neus, keel en ogen. Het stof is zo fijn dat je het pas ziet als je met je vinger over het dashboard gaat. Je vingertop is grijs, net als de auto, en net als de binnenkant van je longen als je niet snel je mondkapje opzet.

De as van de vulkaan Kelud heeft een lange reis gemaakt en wil niet gaan liggen zonder eerst nog maximale schade aan te richten. Yogyakarta ligt bijna 300 kilometer van de vulkaan, toch heeft de toeristenstad de volle laag gekregen: de stad lag precies midden in het traject dat de aswolk aflegde, en nu is Yogya volledig verlamd.

Het wordt er vroeg donker. Net als op een Hollandse wintermiddag gaan om drie uur de lampen al aan. De as aan de rand van de weg waait op bij elke beweging van de lucht, en verduistert daar de zon. Als gifgas trekt het door de stad: onzichtbaar, stiekem en onhoudbaar. Mensen stoppen alle gaten van hun huizen dicht met natte lappen, en zelfs dan nog komt het stof naar binnen en maakt het de kinderen ziek. Iedereen in Yogya hoest en snottert.

De vulkaan Kelud in Oost-Java is uitgebarsten, en een asregen heeft half Java getroffen. Java is het dichtstbevolkte eiland van Indonesië: op dit eiland alleen al wonen meer dan 135 miljoen mensen. De helft daarvan is een kleine 70 miljoen. Zoveel hebben er dus last van de as die donderdagavond 17 kilometer de hoogte in is geschoten. 90 duizend mensen zijn gevlucht en zitten in tenten, moskeeën en buurthuizen.

Dat zijn de feiten, maar al die cijfers betekenen in Yogya niets. Hier telt alleen het vettige stof dat met geen mogelijkheid meer uit de stad is weg te krijgen.

En hier tellen de toeristen, die nu wegblijven of proberen zo snel mogelijk weg te komen. In Yogya is niets meer te beleven. 'Bijna alles is dicht', zegt Shanty uit Adelaide (Australië). Ze wil haar vakantie niet kapotklagen en zegt opgewekt dat het 'een heel aparte ervaring is'. Ze moet nog een week.

Het is inderdaad weer eens wat anders om met een mondkapje op over de uitgestorven Malioboro te lopen, in normale tijden de drukke Kalverstraat van Yogyakarta. Een heel aparte ervaring is het ook te zien dat alle T-shirt-verkopers daar hun handel in stevig plastic hebben ingepakt om te voorkomen dat de shirts te vuil worden om te verkopen. 'Becak'-rijders poetsen hun driewielige fietstaxi, of gaan liggen wachten op toeristen - die niet komen.

De meeste winkels zijn dicht. De enkele die wel open zijn hebben hun deuren en luiken op een kier staan, om zoveel mogelijk van dat verdomde stof buiten te houden. Restaurants doen hetzelfde: de meeste sluiten, omdat niemand graag as tussen zijn tanden hoort knarsen, en andere openen één van de luiken net ver genoeg om een magere Indonesiër door te laten. Voor de duidelijk vermeldt een bord naast deze gleuf: 'Open'.

De asregen had niet harder kunnen aankomen. De internationale vliegvelden van Surabaya, de tweede stad van het land, van Solo en van Yogyakarta moesten worden gesloten. De steden werden daarmee half afgesloten van de buitenwereld. Winkels en scholen gingen dicht, het zakenleven viel stil. Treinreizen, bootreizen en autoritten van 10 uur en meer waren het enige alternatief voor een vluchtje van anderhalf uur. Duizenden nemen toch de trein, als dat kan: de intercity naar Yogya is twee dagen vooruit volgeboekt.

Half Java is dus half verlamd, maar langzaam begint er weer wat leven terug te keren. De luchthaven van Surabaya is al open, en ook het kleine lokale vliegveld van Semarang doet het weer. De omsingeling is doorbroken: van Semarang is het maar vier uur rijden naar Yogya. Zes, zeven uur van Jakarta tot Yogya is niet slecht. Het is een begin, maar nauwelijks meer dan dat. Zelfs als je weer in Yogya kunt komen, is de as daar nog niet weg.

Armada

De stad ligt in een gedwongen winterslaap. De parkeerplaats van de Borobudur is leeg. Op normale zondagen staat hier een armada van bussen en busjes en wemelt het daaromheen van opdringerige verkopers van souvenirs, maar deze zondag ontvangt het wereldvermaarde tempelcomplex geen bezoek. En op de komende zondag ook niet zegt Amri Susilo, woordvoerder van deze toeristische attractie. En vermoedelijk de eerste paar zondagen daarna ook niet.

De top en 77 'stupa's' (koepels) van het gigantische complex zijn ingepakt in grijs plastic, en het hele monument zit onder een laagje as dat eerst moet worden verwijderd voordat de bezoekers weer binnen mogen. 'Die vulkanische as bevat bestanddelen die de steen aanvreten', zegt Amri. Pas als de Kelud is gekalmeerd kan het plastic er weer af, en kan het schoonmaakwerk beginnen. In 2010, toen as van de 'eigen' vulkaan van Yogya, de Merapi, op de Borobudur neerdaalde, duurde dat drie maanden.

Een ander oudheidkundig wonder: het hindoeïstische tempelcomplex Prambanan is eveneens gesloten. En ook het kloppende hart van de stad, de ziel van Yogya, ligt er verlaten bij: het 'keraton', het paleis van de sultan. Alleen paleispersoneel mag het complex betreden, en allemaal moeten zij meehelpen met de grote schoonmaak. Zelfs de 'abdi dalem', de oude paleisbedienden, dragen mondkapjes.

Ook de schoonmaak van het keraton gaat tijd kosten, zegt de Nederlandstalige gids Ami Roellie. In het keraton moet eerst worden gebeden voordat iemand een museumstuk in handen mag nemen. 'Wij geloven dat alle spullen van de sultan mystieke krachten bezitten. Die moeten eerst behandeld worden met bloemen, en dan komt de mystieke dienst van de sultan erbij. Pas dan kunnen we gaan poetsen.'

Zonder keraton, zonder Borobudur, zonder Prambanan, zonder winkels, zonder restaurants en zonder Malioboro is Yogya niet meer dan een lege huls. De bewoners weten dat. Daarom bidt iedereen nu voor regen, zegt Ami Roellie. Een langdurige keiharde regenbui is het enige wat de stad kan redden. Zaterdagnacht heeft het in het naburige Solo geregend, en in Malang. Waarom regende het niet in Yogya?

Zondag regent het wel, maar niet lang en niet hard genoeg om de as van de daken te spoelen. Het buitje maakt het eigenlijk alleen maar erger. In plaats van stof zijn er nu overal vette vegen in de stad, en ook over de gezichten van de boeddha's van de Borobudur lopen nu vuile strepen. Het lijkt alsof zij hebben gehuild. Misschien hebben ze dat ook wel.

undefined

Meer over