De architect van Indurains succes

Op weg naar Luik brak Miguel Indurain met het beeld van de bedachtzame calculator dat hij in vier gewonnen Tour de Frances had opgebouwd en trok hij ten aanval....

IN DE LOBBY van een rustiek Frans hotel zit José-Miguel Echavarri en hij kijkt naar de televisie die een jonge man met een melancholieke uitdrukking toont. Af en toe verschijnt er een glimlach op zijn gezicht en na elk antwoord knikt hij goedkeurend. Echavarri kijkt naar een vriendelijke wielrenner die bijna verlegen opmerkt dat hij volgend jaar graag in Frankrijk terugkeert om voor de zesde keer de Ronde te winnen.

'Miguel Indurain is een grootheid geworden', zegt Echavarri. Hij ziet hem niet vaak tijdens televisie-optredens, maar als de ploegleider de kans heeft probeert hij zich voor te stellen hoe het is om als buitenstaander tegen Indurain aan te kijken. 'Dan keer ik terug naar mijn eigen jeugd en bedenk ik me hoe ik ooit heel beschroomd een handtekening vroeg aan Anquetil. Ik stond te bibberen op mijn benen, maar Anquetil bleek heel aardig, toonde geen kapsones.

'Later, toen Anquetil al in zijn nadagen was, werd ik prof in zijn ploeg. Daar zag ik hoe een groot kampioen toch een bescheiden mens kan blijven. Wie dat kan is pas een echte meneer. Toen ik ploegleider werd besloot ik te proberen om ooit een kampioen als Anquetil op te leiden. Miguel overtreft alle verwachtingen die ik daarover had.'

In het immer jakkerende peloton van ploegleiders is hij een nietige verschijning. Maar wee de chauffeur in de volgerskaravaan die José-Miguel Echavarri in de wielen probeert te rijden. De kleine man achter het grote succes van Miguel Indurain laat zich niet opzij drukken, nooit. Ploegleider Echavarri koerst lijnrecht naar zijn doel, zelfverzekerd en wilskrachtig.

Het overspannen gedrag dat zijn collega's kenmerkt, is hem vreemd. Echavarri stuurt zijn ploegleiderswagen nooit de koers in om scheldend en tierend zijn renners op hun plaats te wijzen. Hij is een Spanjaard zonder mediterraan temperament, een bedaarde organisator die de rust schept waarin Indurain optimaal gedijt.

Na jaren achtereen zorgvuldig doceren, kan Echavarri thans rustig achterover leunen in de stoel van de ploegleidersauto. 'Vroeger zei ik hem hoe de stand van zaken in de koers was en wanneer hij wat moest doen. Nu zeg ik alleen nog wat de verschillen zijn, waar zijn concurrenten zitten en dan beslist hijzelf wel wat hij doet. Dat typeert zijn ontwikkeling. Zo deed Merckx het, zo deed Hinault het en zo doet Miguel het.'

Indurain wint de Tour de France en dat is alles wat Echavarri van hem vraagt. Wat voor de ploegleider uit Pamplona niet wegneemt dat de erelijst van zijn oogappel nog fraaier zou kunnen zijn. 'Natuurlijk is Miguel in staat klassiekers te winnen. Luik-Bastenaken-Luik en Parijs-Roubaix kan hij makkelijk aan. Maar als hij zich daar op richt, komt zijn voorbereiding op de Tour de France in gevaar. En dat mag niet, want Indurain is geboren om de Tour te winnen.'

Eusebio Unzue, Banesto's tweede ploegleider, geldt als de ontdekker van het fenomeen Indurain, maar Echavarri, de eerste man, heeft het uitzonderlijke talent gekneed. Uiterst behoedzaam heeft hij zijn beschermeling gehard in de meedogenloze wielerwereld en hem pas op 27-jarige leeftijd naar voren geschoven als kanshebber voor de eindzege in de Ronde van Frankrijk.

De belangrijkste raad die Echavarri zijn lievelingsleerling meegaf was om zuinig met zijn krachten om te springen. Vier jaar achtereen vertrouwde Indurain daarom op zijn specialiteit, de tijdrit, om zich in de overige etappes te beperken tot het onder controle houden van zijn concurrenten.

Echavarri: 'Als je met een minimale inspanning kunt winnen dan moet je dat doen. Hoe meer krachten je spaart, des te beter het is. Een Tour de France is een verraderlijke wedstrijd. Elke renner beleeft wel eens een slechte dag. En één slechte dag kan drie mooie weken verpesten. De Tour win je niet op een goeie dag, maar door op een slechte dag iets minder slecht te zijn.'

In de jacht op zijn vijfde opeenvolgende zege etaleerde Indurain de voorbije drie weken een aanvalslust die niet past bij de Spaanse calculator uit de voorgaande vier edities. Al in de eerste week, de dag voor de eerste individuele tijdrit, geselde Indurain in een rit door de Belgische Ardennen zijn rivalen met een lange en machtige tempoversnelling.

Op weg naar Luik openbaarde zich ook voor Echavarri een 'nieuwe' Indurain. 'Maar dat wil niet zeggen dat ik verrast was. Iedereen binnen onze ploeg weet tot wat voor uitzonderlijke prestaties Miguel in staat is. Alleen uit tactisch oogpunt laat hij dat lang niet altijd zien. Maar zijn optreden die dag behaagde mij zeer, omdat hij daar brak met het beeld wat het publiek van hem heeft. En nog heeft hij niet alles laten zien.'

Jean-Marie Leblanc, directeur van de Société du Tour de France, had twee jaar terug schoon genoeg van de overheersing van zijn Ronde door een boerenzoon zonder enig charisma. Voor de Tour van 1993 zette hij daarom een parkoers met zoveel bergen uit dat de niet-klimmer Indurain wel moest bezwijken. Maar met vijf minuten voorsprong op nummer twee Tony Rominger bereikte de onverstoorbare titelverdediger dat jaar Parijs.

Voor Echavarri een bewijs van de grootheid van zijn kopman. 'Niemand in onze ploeg heeft ooit geklaagd over het parkoers en niemand van ons heeft ooit gezegd dat het geen pas geeft om te roepen dat de Tour een andere winnaar nodig heeft. Miguel al helemaal niet. Met prestaties heeft hij alle kritiek weerlegd. Het blijkt: hoe zwaarder de Tour, hoe makkelijker Miguel 'm wint. En bestaat geen parkoers dat hem de Tour kan doen verliezen.'

Een handvol renners deed evenzeer vergeefse pogingen Indurain van de troon te stoten. LeMond, Chiappucci, Bugno, Rominger en Berzin daagden de Zwijger van Villava uit, maar werden één voor één onschadelijk gemaakt. En volgens Echavarri dient het peloton ook volgend seizoen nog geduld te betrachten, alvorens van een machtsovername sprake kan zijn.

'Indurain heeft de generatie die boven hem zat overmeesterd, hij heeft zijn eigen generatie geëlimineerd en op dit moment weerstaat hij de jongste generatie ronde-renners. Berzin is een groot talent, maar zal nooit een Indurain worden.

'En nog altijd wordt Miguel sterker. Dit is de sterkste Indurain die ik gezien heb. Volgend jaar komt hij ook nog om te winnen, daarna is het afwachten.'

De toekomst zonder Indurain vervult de ploegleider geenszins met angstige gevoelens. Wanneer de wielerwereld afscheid heeft genomen van een van zijn grootste ronderenners zal Echavarri zich gaan toeleggen op de renovatie van Banesto. Wellicht dat hij dan niet eens naar de Ronde van Frankrijk komt met zijn equipe.

'De meeste ploegen lopen het hele voorjaar te verkondigen dat ze naar de Tour moeten omdat dat publicitair zo belangrijk is. Maar als ze er dan eenmaal zijn, presteren ze drie weken lang niets. Dat begrijp ik niet. Als ik geen ronde-renner in mijn ploeg zou hebben, was de Tour voor mij bijzaak.

'De concurrentie mag dan niet al te groot zijn, de Tour winnen is nooit een gemakkelijke opgave. We moeten altijd attent koersen. Voor ONCE heb ik wel respect, een fantastische ploeg die deze Tour interessant heeft gemaakt. Maar ik denk niet dat ONCE Miguel kan verslaan. Dat roepen ze ook steeds zelf en wie roept dat hij niet kan winnen, zal ook nooit winnen.'

José-Miguel Echavarri imponeert omdat hij zich ondanks zijn geringe gestalte overtuigend presenteert. Carlos Arribas Lazaro van het Spaanse dagblad EL Pais noemt hem 'een intelligente, buitengewoon slimme man. Echavarri verkoopt zichzelf, zijn renners en zijn sponsor bijzonder goed. Hij weet precies wat hij tegen wie moet zeggen. En let op: Echavarri zegt nooit iets voor niets. Zelfs als hij een grap maakt steekt er een diepere bedoeling achter.'

DE PLOEGLEIDER drukt zich bij voorkeur uit in metaforen. Als hem wordt gevraagd wat de Tour voor hem en Indurain betekent, antwoordt hij: 'De Tour is God, de etappes zijn de discipelen en Miguel en ik zijn godvruchtige mensen.' En wie hem wil verleiden tot een vergelijking van Indurain met die andere groten, Anquetil, Merckx en Hinault, krijgt te horen: 'Mijn vader danste de paso doble en mijn zoon swingt op rockmuziek. Wie danst er mooier en welke muziek is beter? Niemand kan het zeggen.'

Vraag hem of hij denkt of er ooit een opvolger van Indurain zal komen en hij antwoordt. 'Heeft Van Gogh ooit een opvolger gekregen?'

In de ogen van José-Miguel Echavarri is Indurain een genie. Daar dacht de Italiaanse sportprofessor Ferrari ooit anders over. Elf jaar terug meldden zich in diens kantoor op de universiteit van Ferrara coach Echavarri en zijn toen nog onbekende pupil. De ploegleider wilde een uitgebreide analyse van de fysieke mogelijkheden van de negentienjarige Indurain.

Ferrari oordeelde dat het hier geen uitzonderlijk talent betrof en dichtte de tiener slechts modale kwaliteiten toe. Echavarri negeerde het oordeel van de wetenschapper en ziet zijn koppigheid de laatste vijf jaar beloond. 'Het bewijst voor mij dat genieën zich niet wetenschappelijk laten ontleden. Die hebben hun eigen wetten.'

Toen Indurain in 1991 op het punt stond zijn eerste Tour te winnen, interviewde Jan Donkers hem voor het weekblad Nieuwe Revu. De verslaggever schreef dat hem bij het vertrek opeens te binnen schoot aan wie Indurain hem al die tijd had doen denken. 'Aan de langste van de gebroeders Dalton, Averell, die slome die altijd achteraan loopt en er nooit iets van begrijpt en het aarden potje van zijn ovenschotel opeet omdat hij dat zo'n heerlijk krokant korstje vindt.'

Donkers vindt zijn associatie onzinnig, maar toch ook weer niet. 'Zo'n Averell zou nooit gis genoeg zijn om de Tour de France met overmacht te winnen. Maar misschien heeft dat er wel iets mee te maken, die indruk die Indurain wekt, dat hij pas op zijn 27ste weet dat hij ze allemaal kan vermoorden, zijn concurrenten, als hij maar wil, en dat hij ze allemaal al jaren lang had kunnen vermoorden, als iemand het hem maar eerder verteld had, dat hij dat kon.'

Maar de suggestie dat hij Indurain veel eerder had kunnen overtuigen van diens vermogen de Tour te winnen, wijst Echavarri gedecideerd van de hand. De ploegleider vergelijkt zijn renners met vruchten op het veld. 'Die moet je niet plukken voor ze rijp zijn, want dan smaken ze niet.

'Akkoord, misschien had Miguel in 1990 de Tour de France al kunnen winnen. Nu, achteraf zou me dat niet verbazen. Fysiek was hij er toe in staat, maar geestelijk nog niet. En dat is waar het om gaat. Een renner moet zelf ontdekken dat hij de sterkste is. Ik heb alleen het proces bevorderd om hem dat te laten ontdekken. Ik heb hem bewust eerst in dienst laten rijden van Delgado, een man met veel ervaring, een grote persoonlijkheid en een sterke wil. Van hem heeft Indurain het gedrag van een kampioen kunnen afkijken.'

Tegen het einde van de Tour de France die in de laatste eindzege van Greg LeMond zou eindigen, kwam Indurain tot de conclusie dat ook in hem een Ronde-winnaar schuil ging. Die dag had hij de bergetappe naar Luz-Ardiden op zijn naam geschreven, door LeMond in een rechtstreeks duel te verslaan, en 's avonds meldde Indurain zich op de kamer van Echavarri en zei: 'Volgend jaar win ìk de Tour.'

Vanaf dat moment had Echavarri tot taak een ploeg te formeren die Indurain op zijn jaarlijkse Franse missie het best van dienst zou kunnen zijn. Om dat te bereiken liet de ploegleider zijn oog vallen op coureurs die ooit zelf getalenteerde ronderenners heetten, maar die de stress van het kopmanschap niet aankonden. Zoals Bernard en Rué.

Jaloezie en afgunst zijn in het Banesto-kamp onbekend. Echavarri: 'Bij het selecteren van renners let ik sterk op hun karakter. Daar slaag ik steeds beter in. U zult geen interview lezen waarin een renner of oud-renner van Banesto zich negatief uitlaat over onze ploeg. Omdat ze goed betaald worden, maar bovenal omdat ze weten dat hun werk nooit voor niets is. Het is immers dankbaar fietsen voor een kopman die altijd wint.'

Meer over