'De arbeider laat zich niet verheffen'

DE 75-JARIGE VARA heeft een bundel beschouwingen over de eigen geschiedenis samengesteld, want iemand moet dat toch doen. Het werd ook wel weer eens tijd....

Haar geschiedenis zit dan ook boordevol boeiende gebeurtenissen, scherpe discussies en kleurrijke personen. De overgang van een revolutionaire organisatie naar een keurige omroepvereniging in de jaren dertig, de bizarre oorlogsgeschiedenis, het rode familiegevoel van de jaren vijftig, het vernieuwend elan in de jaren zestig, de bijna dodelijke factiestrijd en de reorganisaties van de jaren zeventig en tachtig, het herboren familiegevoel van de jaren negentig en de private avonturen van het heden. Allemaal onderwerpen om rode koontjes van te krijgen.

Maar dat gevoel komt helaas nergens op bij het lezen van de door Balans prachtig uitgegeven jubileumbundel, waarin (oud-)VARA-medewerkers terugkijken en vooruit blikken. De verhalen zijn weer prachtig, maar de lacunes zijn enorm, elke context ontbreekt en de samenhang is ver te zoeken. Opvallend is wel de nostalgische hang naar de periode die lang om zijn saaiheid en fatsoenlijkheid is doodgezwegen.

De jaren vijftig en zestig zijn herontdekt als juist spannend en bijzonder. Toen stond de VARA tenminste nog ergens voor, is de teneur van vele bijdragen. Het waren de tijden van Jaap Burger, Jan Broeksz en Ary van Nierop, mannen die het rode familiegevoel vertaalden in een bovenfatsoenlijk programma, doordrenkt van verheffende idealen. Jean Dulieu moest Paulus de Boskabouter bessensap laten drinken in plaats van bessenwijn, want een arbeider die aan de hand van Fop I. Brouwer en Bert Garthoff de natuur in trok ('die groeit en bloeit en altijd weer boeit') werd geacht niet te drinken. Die zong elke dag een strijdlied, probeerde zich op een hoger plan te tillen met de Artistieke staalkaart en luisterde ademloos naar een keur van schoolmeesters en andere belerende radiocauseurs.

En terwijl zijn kinderen kwinkeleerden als Roodborstjes, vermaakte de verlichte VARA-arbeider zich met de Flierefluiters. Hij vond het latin-dansorkest van Malando al heel gewaagd en rockmuziek ronduit vulgair. Dat de VARA in 1959 Joop Söhne, Co de Kloet en Dick Duster liet beginnen met Tijd voor teenagers was dan ook alleen te danken aan Ary van Nierop, de beminnelijke radiobaas die de verontruste achterban trotseerde met het voor die tijd opmerkelijke standpunt: 'Laat die nozems hun gang maar gaan.'

Het doorsnee VARA-lid hield het liever gezellig, met een kop thee luisterend naar Dorus en meneer Cor Steyn. Hij verkneukelde zich in radiostrips waarin de arbeider niet vloekte, maar lachte om typetjes met een Utrechts of Amsterdams accent. Maar té volks was ook niet goed. Johnny Jordaan, Tante Leen en de Zangeres zonder Naam bijvoorbeeld verheerlijkten de niet te stelpen, zelfs mooi voorgestelde, ellende van krotwoningen, drankzucht, armoe en werkloosheid. Terwijl de VARA juist was opgericht om de arbeider zich aan die kapitalistische ellende te laten ontworstelen en te bouwen aan een nieuwe, betere wereld.

Dat waren overigens meer wensdromen dan keihard aantoonbare effecten, want de meeste arbeiders lustten wel een neutje en het deinde een stuk beter op Bij ons in de Jordaan dan op Avondrood. Zo richtte de VARA zich volgens Hans Kerkhoff, de chef Klassieke Muziek die in 1961 de Matinee op de vrije zaterdag begon, meer op de middenklasse dan op de arbeider: 'De arbeider laat zich niet verheffen, die wil dat niet.' En de arbeider verdween in de jaren zeventig dan ook massaal naar de TROS, de omroep die geen mooier doel zag dan de kijker te geven wat hijzelf graag wilde.

Zo kwam die oude VARA in een fatale spagaat terecht. Aan de ene kant de populistische concurrentieslag met de TROS, aan de andere kant de verwoestende strubbelingen met een nieuw-linkse generatie die het allemaal veel radicaler en vernieuwender wilde. Met als tragisch dieptepunt de uitzendingen op 30 april 1980, toen de VARA-radio vooral 'Geen woning, geen kroning' versloeg in plaats van oranje-vreugde. Het 'pedante activisme' (in de woorden van de met plaatsvervangende schaamte terugkijkende Jan Tromp) kostte de VARA meer dan twintigduizend leden.

In die jaren viel er weinig meer te lachen aan de Hilversumse Heuvellaan, hoewel in de jubileumbundel een paar hilarische verhalen staan van programmamedewerkers die binnen hun eigen winkel probeerden er het beste van te maken. Onder oud-vakbondsman André Kloos en dominee Albert van den Heuvel viel de VARA ten prooi aan een hevige identiteitscrisis. De leden konden met kunstgrepen als een gratis lederen kofferset of fraaie VARAgram-uitgaven nog maar net worden behouden, maar de VARA maakte toch een ellendige periode door, die slechts door harde, maar secuur uitgevoerde ingrepen van Marcel van Dam kon worden gekeerd.

Van Dam (voorzitter tussen 1986 en 1995) dreigde drie keer met opstappen, dreef de verdeelde troepen samen in een nieuwe kantoorkolos die was ontdaan van elk revolutionair elan, gooide een kwart van het personeel eruit en zette een nieuwe programmakoers uit waarin de grote en geldverslindende showprogramma's werden vervangen door cabaret. Alle troeven werden gezet op een paar VARA-gezichten en geleidelijk werd het woord 'kwaliteit' verrassend vaak in verband met de VARA-programma's gebracht.

De 'onafhankelijke omroep die progressief is in sociaal-maatschappelijk en cultureel opzicht' (aldus huidig voorzitter Vera Keur) ontwikkelde een nieuwe herkenbaarheid, die met een beetje goede wil te vergelijken is met het aloude rode familiegevoel. En gevoel heeft in onze tijd marktwaarde, zo merkte ook de VARA die de herkenbaarheid in het publieke bestel in het gedrang zag raken, nota bene door toedoen van de 'vrolijke PvdA-econoom' Rick van der Ploeg. De omroep die in de jaren vijftig nog door dik en dun werd gesteund door de PvdA en met hand en tand streed tegen de verderfelijke invloed van 'het bank- en bierkapitaal' op de omroep, raakte eind 1999 in gesprek met het commerciële SBS. Fons van Westerloo keek geilbekkend naar de kapitaalkrachtige VARA-achterban, waar, gelukkig voor hem, inmiddels geen arbeider meer te bekennen was. SBS was zelfs bereid de voor de VARA onacceptabele Peter R. de Vries uit de programmering van het beoogde VARA/NET-5 te schrappen.

Na aanvankelijk optimisme strandde de poging tot privatisering toch nog op de harde winsteisen van de Amerikaanse aandeelhouders, zodat de VARA toch weer door het kapitalisme het publieke bestel is ingedreven. Volgens Keur gaat de VARA daar verder werken aan een hoogwaardige en originele synthese van radio, televisie en internet. Met sterke partners in of buiten de mediawereld, dreigt Keur. Want gelouterd en zelfbewust zijn ze uit de omroepstrijd gekomen, daar bij de VARA. Zoals altijd, leert de geschiedenis. En zoals het een oud-socialistische omroep wellicht ook het meest betaamt.

Meer over