Column

De André Hazes onder de illusionisten

Hans Klok geeft Henk een lift.

null Beeld
Beeld

Hans Klok woont in het pand van een voormalig energiebedrijf in Bloemendaal, omgebouwd tot appartementencomplex met zwembad en gym. De weelde, het groen, de statige huizen: ik heb in Nederland geloof ik nog nooit door zo'n mooie buurt gelopen.

De deur van Hans' appartement staat al open als ik zijn gang oploop. Een jack russel met een grijs sikje staat me aarzelend op te wachten. Binnen zitten vier mannen aan de koffie, onder wie Hans, en Monique, zijn manager. De mannen zijn de kern van zijn enorme crew.

Met zijn 47 jaar is Hans - cowboylaarzen, T-shirt met een afbeelding van een indiaan erop - de jongste van de vier. Ook heeft hij vanzelfsprekend het meeste haar, al danst en golft het wat minder dan ik me had voorgesteld. Hij ziet er een beetje brak uit, en toch ook fris: het voorkomen van iemand die misschien net wat te weinig heeft geslapen, maar die, zojuist uit de douche gekomen, besloten heeft dat ook vandaag gewoon weer een succes wordt. Achter hem hangt een schilderij van hemzelf, waarop hij een sigaret rookt. Op de vloer ligt een kleed met zebraprint. Op twee plekken in de huiskamer staat een glazen pot met schelpen erin. Voor de sier, neem ik aan. Aan de muur hangt een enorme flatscreen, waarop de zender 100%NL is te zien. We drinken koffie en kijken naar Marco Borsato. Dan is het tijd om te gaan, want ook vanavond staat Hans in Carré, met zijn nieuwe show vol spectaculaire illusies: House of Horror.

Buiten op het gras, vlak bij zijn verlengde Mercedes, zitten twee vrouwen met een kind. Ze vragen Hans naar de show. 'Ik heb nog nooit zulke goede recensies gehad', zegt hij stralend als een jongetje. Waarop één van de twee dames direct opstaat om hem drie zoenen te geven.

In de Mercedes zitten we met drie mannen op de achterbank. Hans in het midden. Hij is een grote kerel. Een fanatiek sporter ook. 'Als ik niet fit ben, kan ik niet doen wat ik doe. Ik moet een vrouw boven mijn hoofd kunnen tillen.' Zijn schouder drukt warm tegen de mijne. Van dichtbij zijn de rimpels rondom zijn ogen te zien: ze verraden een leven van veel glimlachen, gezelligheid en plezier. 'Ik ben wel een beetje de André Hazes onder de illusionisten, hoor.' Hij bedoelt dat hij graag biertjes drinkt, graag naar de kroeg gaat. Uit het vak van de stoel voor me steken een paar lege flesjes.

Dat de show zo goed is ontvangen, doet hem vanzelfsprekend goed. 'Ik dacht: er moet een keer een dip in mijn carrière komen, dat ze me gewoon even niet meer moeten, maar dat is dus nog steeds niet het geval.' Al op zijn 11de was hij bezig met illusionisme. Een jongetje dat brieven stuurde naar wereldberoemde illusionisten. Ze gaven hem antwoord en in sommige gevallen, vele jaren later, na aanhoudend warm contact, zelfs het alleenrecht op enkele van hun beruchte trucs.

En zo verkoopt hij Carré nog altijd uit. Er echt aan gewend is hij nog steeds niet. 'Het is de magie van die plek. De artiesten die daar hebben opgetreden. De geschiedenis zit er in de muren.' Overigens treedt hij net zo lief op voor vrienden of familie op een braderie.

Aangekomen bij Carré stappen we uit. Hans stretcht een beetje en glimlacht ontspannen. Geen spoor te zien van zorgen. Maar misschien heeft hij die wel weggetoverd.

Meer over