'De anderen zullen op mij moeten jagen'

Drie jaar geleden gaf niemand nog een stuiver voor de topsportcarrière van zwemster Inge de Bruijn. Nu geldt 'Inky' als groot kanshebster op Olympisch goud....

tekst Rolf Bos fotografie Peter Read Miller/Sports Illustrated/ABC

Op de hoek van 158th Avenue en Schendel Avenue in Beaverton, Oregon staat een in badpak gestoken en met goudverf bestreken vrouw. Zwemster Inge de Bruijn poseert tegen de buitenmuur van het zwembad voor de fotograaf van Sports Illustrated.

De equipe van het toonaangevende Amerikaanse sportblad is met groot materieel uitgerukt naar het Tualitin Hills Park, dat gelegen is in dit brave voorstadje van Portland. Fotograaf Peter Read Miller wordt bijgestaan door een aantal assistentes. Een visagiste houdt de goudkleur op buik, gezicht en haren van de Nederlandse zwemster op peil. De gopher, het manusje-van-alles, draait aan lampen, reflecterende schermen en de zwarte achterwanden en draagt op commando polaroids en flessen water aan.

De zon is verscholen achter grijze wolken, maar toch is het drukkend warm achter het zwembad. Uit de poriën van de zwemster druppelen gouden droppels. Geen klacht komt er over de lippen van De Bruijn die op het aangesleepte startblok allerlei triomfantelijke poses aanneemt.

In het Nederlands zegt ze: 'Dit is gaaf.' Ze zal de eerste Nederlandse sporter zijn die door het immer chauvinistische Sports Illustrated op deze kostbare wijze geportretteerd wordt, ten behoeve van een olympische special, waarin ook sporters als Marion Jones en Michael Johnson, ook met gouden huid, zullen figureren. De Bruijn: 'Met Michael Johnson in één nummer, wow, wat een eer.'

De fotoshoot zal uren in beslag nemen, maar De Bruijn ondergaat de sessie als een professional. 'Sinds ik op vier afstanden de wereldrecords bezit, ben ik in de vs een ster. NBC is de afgelopen weken al geweest, de The New York Times ook, en straks komt er nog een verslaggeefster van usa Today', zegt ze tijdens een korte pauze.

Vijftig meter verderop, aan een picknicktafel op een licht-glooiende heuvel, zit Paul Bergen, de Amerikaanse coach van Inge de Bruijn. Hij beziet het tafereel beneden zich, nipt aan een blikje cola en vraagt aan hulpcoach Don King: 'Denk je dat de prima donna vandaag nog aan trainen toekomt?'

Drie jaar geleden gaf niemand nog een stuiver voor de topsportcarrière van Inge de Bruijn. De zwemster uit Barendrecht, in 1991 al als 17-jarige succesvol op wk's en ek's, had in 1996 gedesillusioneerd afgezegd voor de Olympische Spelen van Atlanta. Ze was geplaatst voor dat evenement, maar in de voorbereiding legde ze onvoldoende trainingsijver aan de dag. De toenmalige bondscoach Ron Dekker zette haar uit de selectie, haar clubtrainer bij psv, Jacco Verhaeren, deed hetzelfde.

In 1997 zocht ze een vriend op in de Amerikaanse staat Virginia, die zwom bij een lokale club, waar Paul Bergen coach was. De internationale zwemwereld is klein, maar De Bruijn had nog nooit van de man gehoord. Vreemd misschien, want Bergen begeleidde al sinds de Olympische Spelen van 1972 topzwemmers.

Bergen, die bekend staat als een keiharde trainer, kende De Bruijn wel: 'Ik dacht dat ze een party-animal was. Maar ik zag haar daar in Virginia ook zwemmen en ze had onmiskenbaar talent.'

Het wonder geschiedde. De jonge vrouw die in het verleden soms moeite had met haar trainingsschema's, mocht van drill-sergeant Bergen een week kennismaken met zijn rigide schema's. De week werd een maand, en nu traint 'Inky' de Bruijn al drie jaar bij de Amerikaan, die haar van sub- tot wereldtopper zag uitgroeien. In 1998 en vorig jaar, tijdens de wk in Hongkong en de ek in Istanbul, volgde de doorbraak, dit jaar zwom ze, tot verbazing van zichzelf, maar niet van haar trainer, het ene na het andere wereldrecord.

Met haar psv-clubgenoot Pieter van den Hoogenband vormt ze sindsdien het boegbeeld van het Nederlandse zwemmen. Vanaf vandaag start ze op drie individuele zwem-onderdelen in Sydney, ook zal ze actief zijn tijdens twee estafettewedstrijden. 'Ik heb er geen moeite mee dat ik als favoriete van start ga. Ik bezit wereldrecords, de anderen zullen op mij moeten jagen. Dat vind ik een heerlijk uitgangspunt.'

In 1992 was ze al actief tijdens de Spelen van Barcelona, een voedselvergiftiging hield haar ver weg van het podium. In Catalonië was ze nog een 'jonkie', dat foto's schoot van Carl Lewis en Boris Becker in de eetzaal van het atletendorp, ditmaal is ze zelf een ster.

De band met haar coach is hecht. Toen Bergen van baan verwisselde en zijn club in Virginia verruilde voor de Tualitin Hills Swim Club in Beaverton, verhuisde de Nederlandse zwemster mee. Er waren aanpassingsproblemen in het meer introverte Oregon, onthult Bergen, 'ze had problemen met de andere meisjes hier, ze ontpopte zich als een prima donna. Zo wilde ik haar niet terug.'

De Bruijn paste zich gedwee aan, zoals ze ook al overstag was gegaan toen Bergen in 1998 een nieuwe zwemtechniek introduceerde ('hoofd boven ellebogen'). De zwemster wilde er niet aan, maar Bergen accepteerde de weigering niet.

'Al de andere meisjes veranderden hun techniek en dan kan het niet zo zijn dat binnen mijn club de topzwemster haar oude stijl handhaaft. Het was voor haar change or go home.' Bergen: 'Ook Inky veranderde haar techniek, ze had er in het begin moeite mee, later zwom ze haar toptijden.'

Bergen glimlacht minzaam aan zijn picknicktafeltje. Met zijn witte haren, rustige stem en het op zijn rechterarm getatoeëerde visje komt hij over als een zachtaardig mens.

Later die middag, tijdens een twee uur durende training in het Tualitin Aquatic Center (opschrift aan de wand: 'Vechten, ruziën, vloeken en racistische opmerkingen worden niet getolereerd') staat hij rustig aan de kant van het bassin, nimmer verheft hij zijn stem.

De Bruijn trekt haar talloze baantjes in de pool die, zo lezen we, 950 duizend gallons water bevat, terwijl ook de vele andere clubgenoten van de T-Hills zwemclub, jong en oud, hun trainingswerk verrichten.

Bergen converseert wat met zijn hulpcoaches, geeft af en toe een aanwijzing, maakt grapjes met de verslaggever: 'Saaie sport hè, dat zwemmen. Al die vervelende baantjes.'

Net als Inge de Bruijn was Paul Bergen een paar jaar geleden helemaal uitgekeken op het zwemmen. Ruim twintig jaar begeleidde hij als clubcoach en als nationaal coach van de vs en Canada zwemmers richting wereldkampioenschappen en Olympische Spelen.

Zwemsters als Tracy Caulkins en Jenny Kemp zwommen onder zijn hoede, maar na de Spelen van Barcelona was hij, zoals hij dat zelf omschrijft, burned out. 'Ik was moe. Had alles gezien, was toe aan verandering.'

Bergen, afkomstig uit de agrarische streek rond Mil waukee, Wisconsin, pakte een oude liefde op. 'Ik had in mijn jeugd de moderne vijfkamp beoefend, was veel met paarden in de weer geweest.' Hij ging in Noord-Californië en Virginia racepaarden trainen, met volbloeds als Sonny's Merit en Soda Canyon won hij grote prijzen.

Grote verschillen met het trainen van zwemmers zijn er eigenlijk niet, meent Bergen. 'Ja, zwemmers train je in groepjes, en je traint maar één paard. En nog iets: paarden klagen nooit, ze hebben bovendien geen lastige ouders...' De coach grijnst.

Paarden zijn veel atletischer dan mensen, vervolgt hij, maar de dieren zijn daarnaast ook kwetsbaarder. Dat laatste brak hem op. 'De paardensport is tough business, er wordt ongelooflijk veel gerotzooid. Om paarden op tijd weer voor een race gereed te hebben, worden ze met doping behandeld. Dat wilde ik helemaal niet, maar om mee te blijven doen, zou ik daar wel in mee moeten gaan. Ik besloot te stoppen.' Hij kon zo weer terecht als zwemcoach, eerst in Virginia, later in Beaverton.

Werd hij binnen de paardensport geconfronteerd met doping, bij het zwemmen kreeg hij opnieuw met deze gesel van de moderne sport te maken. Vooral nadat Inge de Bruijn eerder dit jaar het wereldrecord op de 100 meter vlinderslag met liefst 1.19 seconde had teruggebracht tot 56,69, gonsde het van de geruchten. (Het record is inmiddels, in Seattle, door De Bruijn al weer verbeterd: 56,64).

Concurrentes als de Australische Susie O'Neill ventileerden hun verdachtmakingen openlijk, beschuldigingen die overigens later - per e-mail - weer werden ingetrokken.

Bergen: 'Ik weet wat Inky er allemaal voor doet. Ze traint keihard, that's all. Ze gebruikt niets, zelfs een aspirientje gaat ze uit de weg. Er was net, bij de sessie van Sports Illustrated, wat goudverf in haar ogen gekomen, maar ze kijkt wel uit om oogdruppels te gebruiken. Je weet maar nooit wat erin kan zitten.'

Dat wonderful wereldrecord van 56,69 was achteraf gezien misschien niet zo gelukkig, beaamt hij. 'Het is een fantastische tijd, maar de marge met het vorige record was wel erg groot. Misschien was het beter geweest als ze binnen de 57 seconden was gebleven. Dan hadden we al die verdachtmakingen nu niet gehad.' Waarop hij nog maar eens wil benadrukken dat zijn pupil dit jaar al minstens twaalf maal door dopingcontroleurs is bezocht.

Het verdriet hem dat zijn landgenoten zo snel met de beschuldigende vinger priemen. 'Zo van: wij zijn het perfecte volk, als wij wereldrecords zwemmen, dan gaat dat zuiver. Als anderen het doen, dan is het verdacht. Zijn wij soms the only swimming people in the world? Maar hoe zit het dan met Florence Griffith-Joyner en hadden we zelf ook niet ooit een zwemster als Angel Martino die werd geschorst? Maar daar hoor je ze nooit over.'

Zelf zal hij nooit met ongefundeerde beschuldigingen komen. Zelfs in de jaren zeventig heeft hij als coach nooit iets gezegd van al die succesvolle ddr-zwemsters. 'Ze waren sterk, maar hadden een belabberde techniek. Nu weten we wat daarachter stak.'

De doping-idiotie neemt soms groteske vormen aan. In de vs wordt de naam van Inge de Bruijn zelfs in verband gebracht met Michelle Smith-De Bruin, de Ierse zwemster die in 1996, tot afgrijzen van veel Amerikanen, drie gouden medailles won. Bergen: 'Vragen ze of ze familie is. Stom, want de naam wordt al anders gespeld.'

Met Michelle Smiths echtgenote Erik de Bruin (de Nederlandse discuswerper, die in 1993 wel betrapt werd op dopinggebruik) is er geen verwantschap. Smith werd vorig jaar ook geschorst omdat ze een dopingmonster met whiskey zou hebben gemaskeerd, maar dat bewijst nog niet dat de Ierse in 1996 doping zou hebben gebruikt, zegt Bergen.

'Wat werd er tijdens die Spelen langzaam gezwommen. En Michelle Smith zwom gewoon iets minder langzaam. En dan win je goud, simpel. Met die tijden van Atlanta zou je in Sydney niet ver komen.'

Met anabole steroïden kun je vrouwelijke zwemsters binnen zes maanden op een hoog niveau brengen ('dat bleek wel in de ddr-tijd'), met orthodoxe, schone methoden heb je daar twee jaar voor nodig. 'Ik train Inky sinds 1997, vind je het dan gek dat ze nu pas met haar wereldrecords doorbreekt?'

Net als iedere andere zwemtrainer laat hij zijn pupillen vele kilometers in het water oefenen, maar daarnaast zijn ook zijn dryland-trainingen van groot belang. 'Ik laat mijn zwemsters hardlopen, mountainbiken. Ze doen push- en sit-ups, ze moeten aan de gewichten, ze klimmen, alleen met gebruik van hun armen, in de touwen.' En tweemaal per week gaat de muziek aan, dan mogen zijn zwemsters aan de tae bo. 'Ik gebruik de Billy Banks-tape. Ik ben op dat programma gekomen omdat de Amerikaanse zwemster Dara Torres er reclame voor maakt. Mijn zwemsters vinden het heerlijk.'

Het is avond in het Tualitin Hill Park. De lange werkdag voor Inge de Bruijn zit erop. Liefst vier uur duurde de fotosessie met fotograaf Miller Read, de vaste, uitputtende zwemtraining moest vervolgens ook nog eens worden afgewerkt, Bergen wenst niet van zijn schema's af te wijken - zelfs een bezoek van het gerenommeerde Sports Illustrated verandert daar niets aan.

De zwemster, op de parkeerplaats van het sportcomplex, met restjes goudverf nog in de oren, lange nagels met glittertjes: 'Man, soms ben ik zo moe dat ik al om acht uur in mijn bed tuimel. Om half vijf 's ochtends gaat de wekker alweer.'

Voordat het weer zover is, gaan we een hapje eten bij Souplantation & Sweet Tomatoes, zo'n tent waar je voor een paar dollar onbeperkt mag graaien in de Salad Bar: All You Care To Eat. Een lange rij te dikke Amerikanen schuifelt voor ons langs het buffet en Inge de Bruijn zegt: 'Het lijkt een mooi leventje zo, maar dat is het niet altijd. Ik leef vanuit een koffer. Oregon is saai, de mensen hier zijn mij te introvert, ik mis mijn vriend en familie. Maar laat ik niet klagen, ik heb er zelf voor gekozen.'

Dat die keuze niet altijd even gemakkelijk was, blijkt later aan tafel. De zwemster prikt in haar salade en vertelt dat 'coach Bergen', die rustig-ogende man, soms bikkelhard is. 'Mijn opa was overleden, maar ik was in de vs, zat vlak voor de kwalificaties van de wk. Coach Bergen vond het beter als ik niet naar de begrafenis zou gaan. Het emotionele effect van die gebeurtenis zou te groot zijn.'

De zwemster, normaal non-stop aan het woord, valt even stil en vervolgt dan: 'Ik ben niet gegaan. Daar had ik het reuze moeilijk mee, maar mijn familie begreep het achteraf wel.' De beslissingen van Bergen zijn doorslaggevend: 'Ik wilde ook naar het recente ek in Helsinki, net als de andere Nederlanders. Coach Bergen vond dat, met weer een jetlag, echter niet in de opbouw naar Sydney passen.'

Ze is afkomstig uit een familie van 'waterratten' - haar jongere broer Matthijs maakt in Sydney deel uit van het waterpoloteam. Op haar twaalfde zwom ze al op internationaal niveau, op haar zeventiende waren er mondiale medailles bij de senioren. 'Maar ik werd thuis nooit gepusht, ik moest niks. Ik werd nooit onder druk gezet.'

Toch had ze in 1996 de buik vol van het zwemmen. Ze was niet langer gemotiveerd, coach Jacco Verhaeren, nu haar vaste-vriend-op-afstand, zette haar uit zijn selectie. 'Dat was terecht. Ik had er even helemaal geen zin meer in.'

Later, gezeten voor de televisie en kijkend naar de Spelen van Atlanta, kwam de spijt. 'Stoppen was een grote fout geweest. Ik had er, wist ik, toch niet uitgehaald wat erin zat. Tijdens een vakantie in Amerika met mijn tweelingzus Jacqueline, leerde ik coach Bergen kennen. Het klikte, yeah. Met hem heb ik de draad weer opgepakt.'

Bergen haalde vervolgens krachten in haar naar boven, die ze zelf nooit had vermoed. 'In het begin vond ik het raar, al die droogtrainingen. Een zwemmer hoort toch in het water te liggen? Touwklimmen, met alleen gebruikmaking van je handen? Ik kon er niks van. En fietsen als training? Ik fietste als meisje naar school, daarna had ik het nooit meer gedaan. Nu weet ik dat die trainingsvariatie de sleutel van het succes vormt.'

Ze geeft toe dat ze in het begin van de sportieve relatie met haar nieuwe trainer weleens twijfelde: 'Ik kom toch uit Nederland. Als je daar aan topzwemmen doet, dan lig je in het water, punt uit. Hoogstens doe je nog wat met gewichten. In het begin dacht ik hier bij al die nieuwe oefeningen: ik kan het niet. Maar coach Bergen krijgt je toch waar hij je wilt hebben, hij maakt je tough.'

Ze wist dat ze een goede zwemster was - Europese top, ruimschoots binnen de toptien van de wereld - maar dat ze zo goed zou terugkeren op het hoogste niveau, nee, dat had ze nooit gedacht, never ever, no way. Ze heeft, zegt ze, zichzelf verrast.

'Ik had in 1996 reuze spijt dat ik de Spelen van Atlanta miste, maar achteraf gezien is het goed geweest zo. Als ik daar matig had gepresteerd was ik voorgoed gestopt, en had ik dit allemaal nooit meer meegemaakt. Dat jaar zonder zwemmen is dus ergens goed voor geweest. Uit iets slechts, komt altijd iets goeds voort. Voor mij schijnt de zon weer.'

Dan legt ze haar vork neer, het is tijd op te breken. Inge de Bruijn heeft beloofd vanavond nog wat handtekeningen uit te delen aan jonge zwemmers bij de Tualitin Hills Club, waarna ze weer bijtijds het dekbed over de oren wil trekken. Morgen rinkelt er om half vijf weer een wekker in een klein appartement in Beaverton, Oregon.

Meer over