De andere smaak van Labour

HIJ ZAT er deze week precies één jaar. Maar het lijkt veel en veel langer...

Tony Blair, Leader of the Labour Party.

Van New Labour wel te verstaan.

Zelden heeft een kersverse leider van een democratische, westerse politieke partij kans gezien in zo korte tijd zoveel overhoop te halen dat gevestigd, vastgeroest en onomkeerbaar leek. Was het socialistische karakter van de partij al in de nadagen van Neil Kinnock enigszins verwaterd en tijdens het korte interim van John Smith nog verder verdund, onder Tony Blair heeft het mengsel ineens een andere smaak gekregen. De huidige Labourleider wil het woord socialistisch desnoods nog wel horen - als het per se moet - maar er gaan dagen, weken, zelfs maanden voorbij zonder dat hij het in de mond neemt.

Bij Blair is de klassenstrijd hopeloos gedateerd. Het aloude gevecht tussen Links en Rechts heeft nog slechts waarde voor historici en de allengs bejaarderen die er in hebben gevochten.

Labour moet een moderne partij worden die het 'radicale midden' van de Britse politiek bezet. Maar is er zo'n centrum? Kan het politieke midden wel qualitate qua geradicaliseerd worden, synoniem als het altijd was met schipperen en compromissen?

Tony Blair blijft onder deze logische vraag onverstoorbaar. Vorige week legde hij het nog eens uit, in het hol van de leeuw - op Hayman Island in de Stille Oceaan, ten overstaan van hem principieel vijandige Murdoch-hoofdredacteuren. 'Er zal', zegt Blair, 'onvermijdelijk een overlapping plaatsvinden van Links en Rechts in de politiek van de 21ste eeuw. Het tijdperk van de grote ideologieën, die alomvattend, al-overtuigend en totaal in hun oplossingen - en vaak gevaarlijk - waren, is voorbij. In het bijzonder is de strijd tussen de vrije markt en publieke sector over. Er zullen grensgeschillen zijn, maar geen oorlog.'

Daarom is Blair ook niet bereid alles wat de Conservatieven in de afgelopen zestien jaar hebben veranderd klakkeloos overboord te gooien. Vroeger had je in Groot-Brittannië de principiële kwestie die bij elke regeringswisseling opdook: nationalisering van de grote nutsbedrijven of die weer uit staatshanden geven. Deze rituele dans zal onder de nieuwe regisseur van het programma worden afgevoerd. De door Thatcher en Major doorgezette privatisering van spoorwegen en waterleiding zal niet worden teruggedraaid. In plaats daarvan belooft Labour betere controle op deze bedrijfstakken.

De befaamde Clause 4, die de staatscontrole (over geld, handel en industrie) tot zo'n groot dogma verhief dat Labourleden er zich via de desbetreffende tekst op hun lidmaatschapskaart desnoods dag en nacht aan konden laven, is niet meer. Blair perkt ook de macht van de vakbonden - Labour is uit de bonden voortgekomen - met hun 'blokstemmen' verder in. De vakbonden zullen in het vervolg meer als 'overtuigers' moeten leren opereren dan als instanties die het, als puntje bij paaltje kwam, voor het zeggen hadden. In het kader van die machtsontmanteling wil Blair ook van het instituut der door een vakbond 'gesponsorde' parlementsleden af.

Tony Blair voelt zich intussen ook niet te goed om het befaamde 'Nieuw Rechts' van de jaren tachtig aan een kritische blik te onderwerpen en er zelfs goede dingen in te ontdekken. Nogmaals uit zijn speech op Hayman Island: 'Nieuw Rechts leidde tot veranderingen in de politiek van de jaren tachtig. Het behield het initiatief. Het leiderschap van Thatcher en Reagan was het symbool. En er kwamen ontegenzeggelijk juiste dingen uit voort. Er werd meer de nadruk gelegd op het ondernemerschap. Succes werd beloond en niet bestraft.

'Gevestigde belangen werden niet ontzien. In die zin was mevrouw Thatcher een radicaal, geen Tory. Maar uiteindelijk bleek het een project dat vooral succesvol was in het vernietigen van een paar ouderwetse houdingen en voorschriften. Sommige economische problemen werden aangepakt, maar andere niet. Investeringen in capaciteit en mensen, infrastructuur, langdurige werkloosheid, de kwaliteit van het onderwijs, misdaad en sociale zorg bleven achter. Nieuw Rechts was veel te traag in het herkennen van de tekenen van het sociaal verval.'

Tony Blair heeft het prae dat de regering-Major onveranderd zwak blijft opereren. Het gedoe rond Majors aftreden als partijleider, zijn kandidaatstelling en zijn hernieuwde aantreden, heeft enkele weken later meer weg van een matige operette. Alom werd Major na die zonderlinge escapade aanbevolen nu dan toch eindelijk echt leiderschap te ontwikkelen. En wat deed de premier? Hij droeg een deel van zijn macht over aan Michael Heseltine. Zelf kondigde hij als eerste klapper aan: een grootscheeps sportplan dat schoolkinderen sterker, vrolijker en beter moeten maken.

Dat leverde natuurlijk schampere commentaren op. De Independent on Sunday schreef onder het kopje 'Stomme spelletjes spelen': 'John Major is weer in vorm. Neem een makkelijke kwestie - te veel wegopbrekingen, te weinig wc's langs de weg, gelal op straat bij het sluiten van de pubs, te veel falende sportlui - en Major levert een toespraak af waar bijna niemand het mee oneens kan zijn ('Elke wedstrijd levert een winnaar en een verliezer'). En dan kondigt hij een of ander slap ''initiatief'' aan dat niets verandert.'

Dat blijft het verschil. Majors Conservatieven - een uitgebluste status quo na zestien jaar bewind. Blairs Labour - de belofte dat het straks allemaal anders wordt. Het gaat in eerste en laatste instantie weliswaar om de kiezersgunst. Maar wie zo radicaal, in zo korte tijd een politieke partij weet te hervormen, moet meer in zijn mars hebben dan het leiden van Hare Majesteits Oppositie.

Henk Strabbing

Meer over