DE ANDERE MENEER BERTA

IN Het Parool stond een foto waar ik lang naar moest kijken. Het onderschrift luidde: 'Een sterk vermagerde Blokzijl in afwachting van zijn executie.'..

GIJS SCHREUDERS

Het was op 16 maart, toen in diverse kranten werd herdacht dat die dag vijftig jaar geleden een vuurpeloton op de Waalsdorpervlakte het eerste na-oorlogse doodvonnis voltrok aan de NSB-propagandist Max Blokzijl.

Op de foto staart de veroordeelde met holle ogen in het niets, maar het is niet de horror vacui van Blokzijl die de afbeelding aangrijpend maakt: het zijn de gezichten van de mannen in Nederlandse uniformen die achter hem staan.

Zij lachen. Zij gaan een verrader koud maken, blijkbaar een geweldige sensatie. Eentje lacht breeduit, smalend, de anderen hebben hun lippen enigszins gekruld in een grijns van triomf en voldoening.

Wat je ziet, is pure (machts)wellust. Vorige week zijn ook de, even beschamende, foto's gepubliceerd die Sem Presser in 1945 maakte in de interneringskampen voor foute Nederlanders. Naargeestige beelden, lang verborgen gehouden, omdat zij niet getuigen van een terugkeer van de rechtsorde, maar van haat en wraak.

Op de foto's van het kamp Vught dragen de verdachten dezelfde kampkleren als de gevangenen in de Duitse concentratiekampen - een pervers detail.

Het staat vast dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking op dat moment niet wakker lag van de behandeling van de gedetineerden en tevens van harte achter de executie van Blokzijl stond. De behoefte aan wraak was sterker dan de beschaving. Toch waren er uitzonderingen.

Zo protesteerde het links-socialistische weekblad De Vlam, voortzetting van het illegale verzetsblad De Vonk, fel tegen de (tijdelijke) herinvoering van de doodstraf. Niet in de eerste plaats omdat er een einde was gemaakt aan Blokzijls leven, dat menselijkerwijs zijn zin toch al had verloren. 'Erger is, dat dat schot een traditie van vrijwel een eeuw in flarden schoot.'

Ook als de doodstraf weer snel zou worden afgeschaft, aldus De Vlam, 'zullen wij de 16e maart 1946 blijven zien als een dag, waarop we gedwongen werden te beseffen, waartoe het nationaal-socialisme ons had gebracht.'

Maar weinig mensen konden het lef opbrengen een zo hoogstaand standpunt uit te dragen. Dr P.J. Meertens, redacteur van De Vlam en radicaal socialist, was hun voornaamste woordvoerder, als voorzitter van een comité tegen de doodstraf. Zijn afkeuring daarvan baseerde hij in de eerste plaats op christelijke gronden: de doodstraf sluit de mogelijkheid van bekering uit. Gevaarlijker dan de opgesloten NSB'ers vond Meertens 'de genazificeerde Nederlanders, die denken anti-nationaal-socialist te zijn. Hiertoe behoren allen die goedkeuren wat nu in Vught gebeurt. Hiertoe behoren allen, die nu over ''de Duitsers'' spreken, zoals dezen jarenlang over ''de joden'' spraken. Hiertoe behoren allen, die door de geest van willekeur, haat en bruutheid meer gelijkgeschakeld zijn dan zij zelf wel willen toegeven.'

Zie de foto in Het Parool.

Dezelfde Piet Meertens (overleden in 1985) heeft model gestaan voor Meneer Beerta in de pas verschenen, gelijknamige roman van J.J. Voskuil. Afgaande op de recensies wordt die meneer Beerta daarin uitgebeeld als een kantoorklojo, een zakkige directeur van een stoffig wetenschappelijk bureau, die zich onledig hield met interne machtsspelletjes. Maar als deze indruk uit de recensies klopt, liggen fictie en werkelijkheid wel heel ver uit elkaar.

Uit de geschriften van en over Meertens (onder andere van Jan Rogier en Ger Harmsen) komt namelijk een heel ander beeld naar voren: het beeld van een ethische, principiële en moedige figuur. Dit is overigens niet bedoeld als kritiek op de roman van Voskuil - een romanschrijver hoeft zich van geen andere werkelijkheid dan die van zijn eigen verhaal iets aan te trekken - maar als een eerbetoon aan iemand die in de verwarrende omstandigheden van na 1945 menselijker voelde en scherper zag dan de meesten.

Meertens behoorde dan ook tot de felste tegenstanders van de koloniale oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheid. In De Vlam vloog hij de regering aan die Nederlandse soldaten tot oorlogsmisdadigers maakte door hen naar Indonesië te sturen. Wat zou deze christen-socialist hebben gevonden van de oecumenische dienst die vorige week in de Arnhemse Sint Walburgiskerk werd gehouden?

Daar wierpen enkele honderden Indië-veteranen de last van hun verleden van zich af, aldus de kerkpagina van Trouw. Zij prikten briefjes met pijnlijke herinneringen op een ruwhouten kruis, om een bijbeltekst uit Kolossenzen 2, vers 14 te vervullen: 'God heeft al onze overtredingen vergeven. Hij heeft het bewijsstuk dat tegen ons was aan het kruis genageld.'

Daar is anno 1996 het in de kiem gesmoorde debat over het koloniale verleden op uitgedraaid: rituele therapie. Meertens zou dit, vermoed ik, geen huichelachtige, de-politiserende ceremonie hebben gevonden; het getoonde berouw zou hij eerder als spirituele transformatie hebben verwelkomd.

Meer over