interviews

De Afghaanse Sara demonstreert voor haar vijf dochters: ‘Wat hebben zij voor toekomst?’

Een vrouwelijke demonstrant in gesprek met een lid van de Taliban tijdens een protest in Herat op 2 september.  Beeld AFP
Een vrouwelijke demonstrant in gesprek met een lid van de Taliban tijdens een protest in Herat op 2 september.Beeld AFP

De Volkskrant belt regelmatig met Afghaanse burgers over de veranderingen in hun leven nu de Taliban weer aan de macht zijn. ‘Zodra ik ga praten, moet ik huilen.’

Noël van Bemmel

Sara uit Herat, onderwijzeres

‘Overal op straat staan nu weer Talibanstrijders met geweren’, zegt onderwijzers Sara in de grote westelijke stad Herat. De sfeer is volgens haar angstig en gespannen. De 42-jarige juf op een meisjesschool liep dinsdag mee in een grote demonstratie tegen de Taliban. Daarbij vielen twee doden door kogels, allebei goede bekenden van haar familie. Sara liep mee voor haar vijf dochters. ‘Wat hebben die nog voor toekomst als ze niet of nauwelijks nog mogen leren of werken?’ Ook is zij bang dat Talibanstrijders enkele dochters meenemen als oorlogsbuit.

‘Vanaf gisteren kun je niet meer met elkaar afspreken op straat. De Taliban gaan meteen slaan.’ Vorige week, toen Afghaanse vrouwen voor het eerst demonstreerden in Herat – de stad heeft op het gebied van protest een reputatie te verliezen – bleef Sara nog thuis.

Maar de korte audio-oproep van verzetsstrijder Ahmad Massoud afgelopen maandag, nadat diens Panjshirvallei was ingenomen door de Taliban, raakte ook haar. Massoud riep alle Afghanen in binnen- en buitenland op gezamenlijk in opstand te komen en geen genoegen te nemen met een leven van slavernij en onderworpenheid.

Nooit wilde Sara weg uit Herat, waar ze een fijn huis heeft in het centrum, een leuke baan en waar al haar familie woont, maar nu wil de onderwijzeres zo snel mogelijk naar het buitenland.

Juma Jalat uit Kabul, hulpverlener

Hulpverlener Juma Jalat (45) wachtte een week lang op kosten van Duitsland in het luxe Serena Hotel in Kabul op de beloofde evacuatie. In dienst van de Duitse ontwikkelingsorganisatie GIZ voerde hij jarenlang projecten uit in Uruzgan met Nederlands geld. Toen de laatste vlucht zonder hem vertrok, moest hij het hotel verlaten.

Op 2 september reed Jalat langs kantoor om wat spullen op te halen en werd hij klemgereden op de terugweg. Vier gewapende mannen openden het vuur. ‘Ik lag bloedend op de grond, kon niet meer bewegen en ik hoorde een van hen zeggen: Nee, hij is dood.’

De schutters namen zijn auto mee en lieten Jalat liggen. Ambulances rijden niet meer in Kabul. ‘Een omstander bracht wat water en vroeg of hij iemand kon bellen. Na een uur kwamen mijn broer en twee vrienden om mij naar een ziekenhuis te brengen.’ De schade viel mee: na een bovenbeenoperatie kon Jalat weer naar huis. Diens broer haalde de auto weer terug met behulp van een ingebouwde gps-tracker.

De recenste app van Jalat aan de Volkskrant: ‘Ik kon vannacht niet slapen vanwege de pijn, maar ook omdat ik het incident steeds herbeleef. Zodra ik ga praten, moet ik huilen.’

Akhtar uit Mazar-i-Sharif, winkeleigenaar

‘De mensen maken zich nu nog meer zorgen’, zegt winkeleigenaar Akhtar in de noordelijke stad Mazar-i-Sharif. Er was al geen werk en geen geld’ stelt hij, en nu is ook nog de hoop op een inclusieve regering vervlogen.

Niemand van zijn klanten of vrienden gelooft dat de interimregering van de Taliban verstand van zaken heeft. En of die inderdaad tijdelijk zal zijn. ‘Het zijn theologen met niet meer dan de koranschool, die weten niets van economie, onderwijs of gezondheidszorg .’ Op een enkele Oezbeek na, bestaat de regering volgens Akhtar louter uit leden van één etnische groep: de Pathanen. Zelf behoort de winkelier tot de Hazara-minderheid.

‘Als de internationale gemeenschap besluit deze regering te boycotten, worden de problemen van Afghanistan alleen maar groter.’

Klein lichtpuntje, stelt Akhtar, is dat de meeste banken weer open zijn; na heel lang wachten kan een burger maximaal 200 euro per week opnemen. Daarnaast is de stad, zoals eerder vermeld, veiliger geworden. De kans om beroofd of ontvoerd te worden is veel kleiner geworden. ‘Maar als je geen eten het, wat heb je dan aan veiligheid? Dan heb ik liever een beetje oorlog.’

Maryam uit Tarin Kowt, nu in Kandahar, schooldirecteur

De 41-jarige directeur Maryam van de grootste meisjesschool van Tarin Kowt in Uruzgan, is weer terug bij af. Zij reisde vorige week met haar gezin naar Kabul met hulp van de Nederlandse hulporganisatie Cordaid. De geplande evacuatie naar Nederland ging echter niet door.

Nu is zij weer terug in de zuidelijke stad Kandahar waar zij zich verstopt. ‘De Taliban zijn langs geweest bij mijn huis in Tarin Kowt om te zeggen dat ik terug moet naar mijn werk. Maar ik vertrouw ze niet, ik geloof niet dat de Taliban hun woord zullen houden, ik voel me daar niet veilig.’

Maryam is tevens oprichtster van een netwerk van 33 vrouwen die in Uruzgan opkomen voor vrouwenrechten. Volgens Maryam zijn sommige leden nog aan het werk als onderwijzeres, anderen hebben de conservatieve provincie verlaten. ‘Ik denk dat de vrouwen van Afghanistan moeten doorgaan met demonsteren. Voor het recht op onderwijs en om te werken.’ De directeur noemt buurland Iran, waar zij enige jaren woonde, als voorbeeld. Daar werken en studeren vrouwen wel, zonder dat iemand dat beschouwd als in strijd met de islam.

De namen van de geïnterviewden zijn gefingeerd op hun verzoek. Sommige telefoongesprekken vonden plaats via een tolk. Dit is de vierde aflevering in een serie over de veranderingen in het leven van gewone Afghanen.

Meer over