De 'adoptie-ouder van Transvaal' zal nooit populair worden

Als minister van Onderwijs verwierf Deetman de reputatie van kille bezuiniger. Als kamervoorzitter bleek hij een onvermoede anarchistische inslag te hebben....

JET BRUINSMA

WILLEM Joost Deetman (51) is niet het type politicus dat ooit populair zal worden, maar de nieuwe burgemeester van Den Haag is zeker geen onbekend lid van het CDA, zoals zijn voorganger Ad Havermans. Een enquête onder 600 Hagenaars van het huis-aan-huisblad De Posthoorn leverde Deetman 68 stemmen op: de derde plaats.

Als minister van Onderwijs in de kabinetten Lubbers 1 en 2 (1982-1989) verwierf Deetman de reputatie van kille bezuiniger. Met zijn benoeming tot voorzitter van de Tweede Kamer, in 1989, kreeg hij de gelegenheid zich van een meer ontspannen kant te laten zien. Maar soepel, speels en aansprekend is niet Deetmans stijl; ook niet als hij, zoals in zijn huidige functie, in kalm vaarwater verkeert.

Maar de schijn is bedrieglijk. Want Deetmans optreden mag dan weinig bezielend zijn, hij is een krachtig bestuurder, die houdt van het spel om de macht. Lang geleden - hij was bestuurder van de HBO-raad, het lobby-orgaan voor het hoger beroepsonderwijs - ontwierp hij een zo ingewikkelde stemprocedure voor die raad, dat geen mens er iets van begreep. Daardoor had het bestuur alle ruimte tot manipulatie. De herinnering aan die tijd doet Deetman nog steeds breed grijnzen.

Voor de goede zaak - het behoud van zoveel mogelijk christelijke scholen - was Deetman als minister tot veel bereid. Er waren scholen, die van plan waren 'buiten de deur' te fuseren, maar daarvan onder materiële druk van de minister afzagen. Deetman verloochende zijn afkomst niet: hij is Nederlands Hervormd, studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit en werkte vóór hij de politiek in ging, tien jaar bij de besturenraad van het protestants-christelijk onderwijs.

Deetmans daadkracht wekte ontzag. Maar er is een keerzijde: hij kan slecht delegeren. Zijn staatssecretarissen kregen geen millimeter ruimte voor een eigen beleid.

Deetmans trouw aan de zaak waar hij voor staat, maakte hem uiterst geschikt voor het ministerschap in de bezuinigingskabinetten Lubbers 1 en 2. Knarsetandend maar loyaal voerde hij zijn 'snoeitaak' uit. Maar een derde periode wilde hij niet meer. Voor een topfunctie in het CDA, het lijsttrekkerschap in 1998, was hij beschikbaar, ook al ambieerde hij die rol niet, zei hij eind vorig jaar. Met zijn benoeming tot burgemeester van Den Haag is de kans daarop echter praktisch tot nul gereduceerd.

Als kamervoorzitter bleek Deetman een onvermoede anarchistische inslag te hebben. Anders dan zijn voorganger Dolman schrikt hij er niet voor terug om debatten te laten uitlopen tot ver na elf uur 's avonds. Hij probeerde levendigheid en felheid in de discussies te brengen door het instrument van de mondelinge vragen op te waarderen, ondermeer door (hier wèl) een tijdslimiet te hanteren en het vragenuur te laten uitzenden op de tv. Zonder succes. Ook vindt Deetman het jammer dat kamerleden nooit 'boe' roepen, zoals hun Britse collega's. Zijn pogingen om parlementariërs te laten spreken aan de hand van aantekeneningen, in plaats van een dorre tekst voor te lezen, zijn eveneens mislukt.

Kamervoorzitter Deetman wordt veelvuldig uitgenodigd als gastspreker. Vorige maand hield de geboren Hagenaar Deetman bij de Haagse Kamer van Koophandel een lofrede op 'zijn' stad. Hij is sinds kort 'adoptie-ouder' van de wijk Transvaal, waar hij als kind naar school ging.

Den Haag is een armlastige gemeente. Als Deetman de kracht waarmee hij als minister bezuinigde gaat inzetten om bij het rijk meer geld los te krijgen voor zijn stad, gaat de residentie een zonnige toekomst tegemoet.

Jet Bruinsma

Meer over