De aarde danst traag van Pangea naar Novopangea

Europa verwijdert zich van Amerika. Dat gaat ongeveer even snel als een vingernagel groeit...

Sjaak Priester

Met Azië en Australië is het net zo. Een kwart miljard jaar geleden vormden de continenten nog één grote landmassa, Pangea. Tot zover hebben we het verhaal allemaal weleens gehoord, en de plaatjes waarop de continenten zich ontpoppen als puzzelstukjes van het supercontinent zijn algemeen bekend.

Maar het verhaal heeft een vervolg. Die extreem trage herschikking van het aardoppervlak gaat door tot de continenten, na een onvoorstelbaar lange tijd, elkaar aan de andere kant van de globe weer tegenkomen. Dan zal blijken dat de puzzelstukjes ook op een andere manier in elkaar passen en ontstaat een nieuw supercontinent, Novopangea.

En daarna is het afgelopen. Of niet? Nee, natuurlijk: het nieuwe supercontinent zal opnieuw in stukken breken, die zich met de snelheid van een groeiende vingernagel van elkaar verwijderen.

En zo begint het proces van voren af aan. De drift van de continenten is een cyclus: iedere 500 tot 750 miljoen jaar verenigen ze zich om vervolgens weer uiteen te vallen, als in een uitzonderlijk trage dans.

Dit verhaal nadert de grenzen van het voorstellingsvermogen van gewone stervelingen, die immers hooguit een eeuw terug of vooruit kunnen zien.

En niet alleen van gewone mensen: het heeft ook heel wat voeten in de aarde gehad voordat geologen de continentendrift accepteerden en, vooral, de cyclische aard ervan begrepen. De finesses van dit ‘imposantste patroon in de natuur’ worden, dankzij onder andere computersimulaties, nu pas echt duidelijk.

Ted Nield, voorlichter bij de Geological Society in Londen, heeft een boek geschreven over de tergend trage dans der continenten. Het is tegelijkertijd een excursie in de ‘diepe tijd’ en portrettengalerij van grote geologen.

Hoewel geologie ongetwijfeld een van de fascinerendste wetenschappen is, hebben haar beoefenaren nooit de grote publieke bekendheid genoten die de helden van biologie of natuurkunde mochten smaken.

Nield tilt mensen als Alfred Wegener, Alexander du Toit en John Joly op hun welverdiende voetstuk en zet en passant ook een Nederlander als Willem van Waterschoot van der Gracht in het zonnetje.

De geologie blijkt minstens zo veel heethoofden en excentriekelingen in haar geschiedenis te hebben als andere wetenschappen. Bovendien figureren in de marge allerlei interessante types uit andere takken van sport, uiteenlopend van Madame Blavatsky, via Lewis Carroll, tot H.G. Wells.

Sjaak Priester

Meer over