De aal wordt onbetaalbaar

Spiering, paling en andere soorten zijn nog maar minimaal aanwezig in het IJsselmeer. Oorzaak: warmte en overbevissing. Niemand maakt zich er druk om....

Een week geleden besloot minister Veerman van visserij de vangst van spiering in het IJsselmeer te verbieden. De stand van de vissoort, die een centrale rol speelt in de totale visstand van IJsselmeer en Markermeer, bevindt zich op een historisch minimum. Bij een voortgezette visserij zou de spiering mogelijk een onherstelbare klap worden toegediend.

Ook met de paling gaat het dramatisch slecht. Nog nooit was de palingstand zo laag als nu. En over baars en snoekbaars in het IJsselmeer zijn de berichten nauwelijks beter. Ook de vissers beleefden daardoor vorig jaar historisch lage vangsten. Volgens de experts gaat het vrijwel ongemerkt bergafwaarts met 's lands grootste binnenmeer, maar niemand die zich daar druk over lijkt te maken.

Het vangstverbod op spiering is daarvoor misschien ook de verkeerde aanleiding, zegt bioloog en IJsselmeerdeskundige dr. Joep de Leeuw van het onderzoeksinstituut RIVO. De belangrijkste reden voor de historisch lage spieringstand is de extreem warme zomer van 2003. Spiering kan slecht tegen warm water en vorig jaar lag de gemiddelde watertemperatuur ruim een half jaar lang hoger dan normaal. Geschat wordt dat de stand zich momenteel bevindt op tiende van het normale niveau.

Los daarvan zijn er structurele bedreigingen voor het ecosysteem, waarvan er twee trouwens ook positief genoemd kunnen worden. Het IJsselmeerwater raakt steeds minder vervuild met fosfaten, wat goed is voor de waterkwaliteit maar de bron wegneemt voor voedsel waar veel vissoorten van profiteren. Ook is het aantal aalscholvers de laatste jaren sterk gegroeid. Natuurbeheerders zijn daar blij mee, maar feit is dat die vogel ook veel baars eet.

Van ernstiger aard is de visserijdruk; niet alleen op baars en snoekbaars maar ook op paling. Die druk is al twintig jaar 'hoger dan optimaal', formuleert De Leeuw voorzichtig. Er wordt veel te veel gevist in het IJsselmeer, waardoor de vissers langzaam hun eigen graf graven ondanks vrijwillige vangstbeperking. De extreem lage vangsten van afgelopen jaar zijn bijvoorbeeld aanleiding voor alweer een nieuwe saneringsronde.

In de voedselketen van het IJsselmeer speelt spiering een centrale rol. De kleine vis is voedsel voor baars en snoekbaars en voor verschillende visetende vogels (hoewel nauwelijks voor de aalscholver). Geschat wordt dat in normale jaren de visserij 20 tot 25 kilo spiering per hectare per jaar wegvangt. Dat is ongeveer evenveel als de visetende vogels nodig hebben. De roofvissen baars en snoekbaars happen ongeveer 40 kilo per hectare weg.

Volgens ecoloog drs. Marco Daal van de sportvisservereniging NVVS worden de ecologische effecten van de beroepsvisserij onderschat. Op het IJsselmeer en Markermeer is nog maar een kleine groep van zestig beroepsvissers actief. In de zomer vissen ze op aal (paling), in het voorjaar op spiering en in herfst en winter met staande netten op baars en snoekbaars.

Daal schat dat de beroepsvissers zo'n vierhonderd kilometer staand want (netten) hebben uitstaan en meer dan tienduizend enorme fuiken hebben uitgezet. Geen stukje van het meer blijft nog onbevist.

'Nu is de spiering op tien procent van zijn normale niveau en wordt de visserij stopgezet. Maar met paling is het nog veel erger, en de vangst daarop mag ongelimiteerd doorgaan. Ik vind dat onbegrijpelijk. Bij een vogel of een landdier zou men dit nooit accepteren.'

Alles bij elkaar is het IJsselmeer het meest overbeviste water ter wereld, chargeert de ecoloog. 'Slechts op de duizend palingen krijgt kans te ontsnappen om zich voort te planten. De ecologisch schadelijke bijvangst van jarige baars en snoekbaars in de fuiken is enorm. En we kunnen dat de beroepsvissers niet eens kwalijk nemen. De overheid reguleert dit met vergunningen. Het is dus het overheidsbeleid dat faalt.'

Ook Vogelbescherming Nederland raakte de afgelopen jaren in conflict met de beroepsvissers, zegt drs. Johan Thissen van de organisatie. De staande netten zijn onbedoeld fuiken voor watervogels zoals eenden. Tot voor kort verdronken er jaarlijks vijftigduizend vogels in, wat volstrekt onaanvaardbaar is voor een beschermd vogelgebied.

In de zomer van 2001 daagde de Vogelbescherming de IJsselmeervissers voor de rechter. Toen boden de vissers een convenant aan waarin de vogelschade vrijwillig zou worden teruggebracht tot tweeduizend per jaar. Maar bij een telling vorig jaar bleek dat doel lang niet gehaald. Nog steeds verdronken er dertienduizend watervogels in de netten.

Dit overleg duurt voort, zegt Thissen, en er zit warempel enige vooruitgang in. Door de stokken bij de netten, de zogeheten jonen, te markeren met felgekleurde vlaggen slaagden sommige vissers erin de vogelschade med 70 tot 80 procent te verminderen. Onduidelijk is echter of die beperking structureel is, en ook is onhelder hoeveel vissers echt aan het systeem willen meewerken. 'De enige te oplossing is dat driekwart van de vissers het bedrijf bedigt, en dat weet men zelf ook.'

Voor vissoort komt dat inzicht wellicht te laat: de paling. Zowel in Nederland als op Europese schaal gaat het buitengewoon slecht met deze vis, zegt RIVO-ecoloog drs. Willem Dekker die binnenkort op het onderwerp hoopt te promoveren. Met het huidige visserijbeleid is het economisch uitsterven van de vis een kwestie van tijd. Paling wordt dan zldzaam dat de visserij erop niet meer rendeert. Nu al wordt zeshonderd euro betaald voor een kilootje glasaal; jonge paling waarmee viskwekers aan de slag gaan.

Maar ook het te, het biologisch uitsterven is niet uitgesloten, denkt Dekker. 'Misschien bestaat er een ondergrens voor het voortbestaan van de populatie, en wellicht is die grens al overschreden. We merken dat nog niet omdat paling een lang levende soort is. Je komt nu nog vissen tegen die tien jaar geleden het gebied zijn ingetrokken.'

In het IJsselmeer zit slechts 5 procent van de Europese palingstand, maar de visserij erop is nergens zo intensief als daar. Dekker: 'Biologisch heeft het weinig zin om alleen de Nederlandse vangst te bedigen. Politiek gesproken wel, als signaal naar Brussel waar de Europese visserijpolitiek wordt bepaald.'

Meer over