DDR was bang vingers te branden aan Van der Lubbe

De fractiewoordvoerder van de communistische PDS in de gemeenteraad van Leipzig is even stil en zegt dan: 'Gek ja, dat niemand op dat idee is gekomen.' Het plein voor het voormalige 'Reichsgericht', waar op 23 december 1933 de Nederlander Marinus van der Lubbe ter dood werd veroordeeld, mag niet langer...

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BONN

Het plein heeft nu even geen naam, omdat de gemeenteraad van Leipzig er niet uit komt. De PDS ligt dwars en staat op behoud van de naam Dimitrov, voormalig voorzitter van de Bulgaarse communisten en medeverdachte van de brandstichting in de Berlijnse Rijksdag in 1933. Dimitrov werd vrijgesproken. De tweede verdachte, de 24-jarige metselaar Marinus van der Lubbe uit Leiden, was volgens het gerechtshof de dader.

Op 10 januari 1934, om '07.28 uur en 55 seconden', werd Van der Lubbe in Leipzig onthoofd. Zijn stoffelijk overschot verdween circa twee meter onder de grond op het Südfriedhof. In de loop der jaren werden boven zijn kist de urnen begraven van acht gecremeerde burgers uit Leipzig.

Afgelopen woensdag besloot de gemeenteraad dat de Nederlander - hij was het eerste slachtoffer van de nazi-justitie - een waardig graf dient te krijgen. Daarmee, aldus de motie van de PDS, kan 'een onbetwistbaarverzuim van de DDR worden goedgemaakt en een minimum aan postume rehabilitatie worden bereikt'.

Want schuldig of niet (de historici hebben tot op heden de zaak Van der Lubbe niet bevredigend kunnen oplossen) het proces en de strafmaat waren juridisch niet in orde en de toenmalige president van het 'Reichsgericht' heeft zich door Hitler persoonlijk onder druk laten zetten. De DDR heeft nooit zijn vingers aan de affaire willen branden, al blijkt er in de jaren vijftig door de stedelijke universiteit naar de stoffelijke resten van Van der Lubbe te zijn gegraven.

Met een zekere gêne vanuit Oost-Berlijn gadegeslagen, waagde de West-Berlijnse justitie zich in 1967 aan een nieuw proces. Marinus van der Lubbe werd postuum veroordeeld tot acht jaar tuchthuis. Dit bizarre vonnis werd in 1980 weer opgeheven. De rechtbank van West-Berlijn sprak de Nederlander vrij, waarna het Openbaar Ministerie in beroep ging. Nog geen vier maanden later, in april 1981, werd Van der Lubbe alsnog veroordeeld wegens brandstichting. Hij kreeg opnieuw acht jaar onvoorwaardelijk.

Dit en nog veel meer weet Rudiger Ulrich, fractiemanager van de PDS in Leipzig. Samen met enkele andere communisten, onder wie de hobby-historicus en fractievoorzitter Pelman, stuitte hij op interessante documenten.

Eigenlijk was het speurwerk bedoeld om munitie te verzamelen tegen de naamswijziging van het Dimitrovplein. Al lezende raakte Ulrich ervan overtuigd dat zijn partij, de opvolger van Honeckers SED, iets had goed te maken en dat er tevens kon worden afgerekend met het West-Duitse vonnis uit 1981.

De motie, waarin een 'waardig graf' wordt verlangd, haalde het woensdag moeiteloos. De grootste partij, de SPD, stemde voor, evenals de Groenen. Alleen de CDU-fractie onthield zich collectief van stemming. Zogenaamd vanwege de gecompliceerde procedure waartoe is besloten. In werkelijkheid omdat de christen-democraten in principe altijd tegen PDS-moties stemmen. In dit geval zou afwijzing de CDU hebben geblameerd, vandaar stemonthouding.

Op 13 januari 1999, de negentigste verjaardag van Van der Lubbe, zal een 'klein monument dan wel grafsteen' op een braakliggend grasveld van het kerkhof worden geplaatst. In 2006, indien de 'rustplicht' van de laatste boven Van der Lubbe begraven burger is verjaard, wordt het graf van Van der Lubbe geopend en de inhoud overgebracht naar de nieuwe grafsteen.

En het naamloze plein voor het oude 'Reichsgericht'? 'Van der Lubbeplein' maakt volgens Ulrich nu geen kans meer. Hij vreest dat het Simsonplein wordt, naar de eerste rechtbankpresident uit de tijd van Bismarck.

Meer over