Dat houdt Cuba niet vol, 20 obers voor 10 tafeltjes

Een willekeurige dag op een Cubaans overheidskantoor: vijf employés vijlen hun nagels en kijken toe hoe een zesde eveneens niets zit te doen....

President Raúl Castro gaf het onlangs schoorvoetend toe: er zit niet genoeg geld in de staatskas om de lonen van de ambtenaren te kunnen betalen. De alles overheersende Cubaanse overheidssector kampt met een personeelsoverschot van een miljoen personen. Een verschrikking: een op de vier mensen die werken voor de staat is overbodig. Natuurlijk stimuleert een gemiddeld maandsalaris van 15 euro de productiviteit niet. Maar de kwestie van de opgeblazen personeelsbestanden in overheidsbedrijven is zo mogelijk een nog ernstiger probleem.

Ruim vijftig jaar lang was volledige werkgelegenheid een stokpaardje van de Cubaanse revolutie, evenals gratis onderwijs en gezondheidszorg. Nu vormen de enorme overschotten aan ambtenaren een loden bal voor het eiland. Cuba verkeert in een moeilijke situatie ten gevolge van de mondiale economische crisis, de handelsboycot van de Verenigde Staten en de nasleep van de zogeheten Speciale Periode (begonnen na de val van hoofdsponsor de Sovjet-Unie). Maar wat het land vooral nekt, volgens economen, zijn de eigen structurele gebreken.

De paternalistische politiek van de Cubaanse staat is onhoudbaar. Zelfs regeringsgezinde waarnemers zeggen dat het absoluut noodzakelijk is dat de overbodige ambtenaren overstappen naar andere sectoren. Volgens Salvador Mesa, leider van de enige staatsvakbond CTC, zal de regering moeten zorgen voor een ‘geordende overplaatsing’ van overheidspersoneel naar landbouw, veeteelt en de bouwsector. Maar dat levert een nieuw probleem op: weinig kantooremployés willen zich laten omscholen tot boer of metselaar.

De Cubaanse schrijver Guillermo Rodríguez Rivera schreef onlangs een kritisch artikel dat werd gepubliceerd op de webpagina van de Nationale unie van auteurs en kunstenaars (UNEAC). ‘Om het publieke personeelsbestand effectief te laten leeglopen zal de regering elke professionele activiteit moeten toestaan, zolang het allicht niet om criminele zaken gaat’, aldus Rivera. De oplossing ligt voor de hand: meer mogelijkheden voor eigen initiatief.

Onder druk van de realiteit is de regering voorzichtig begonnen met wat experimenten in deze lijn. In veel wijken van Havana is het beheer van kapperszaken overgedragen op het personeel. De nieuwe eigenaren moeten een maandelijkse belasting van 34 euro betalen.

In 1968 nationaliseerde Fidel Castro per decreet ruim 90 procent van Cuba’s economie. Nu wordt particulier initiatief terecht gezien als de enige redding voor het eiland, al durft Fidels broer Raúl dat nog niet hardop te zeggen.

Meer over