'Dat Europa in de drek zwemt, is overdreven'

Een beerput is het niet, die het Comité van Wijzen in zijn noodlottige rapport heeft geopend. Maar, vindt de voormalige Europese ambtenaar E.P....

'WAANZIN. Dat ene zinnetje: ''Het ontbreekt iedereen in de Commissie aan politieke verantwoordelijkheidszin'', ik begrijp het niet. Zo'n algemene kwalificatie is onbehoorlijk, onverantwoordelijk. Als ik lid van de Commissie was geweest, had ik ook gezegd: ik ben morgen weg. Je kunt dan toch niet meer blijven zitten?'

Bijna tachtig jaar oud is hij inmiddels, E.P. Wellenstein, Europeaan in hart en nieren. Twintig jaar geleden was hij Nederlands hoogste ambtenaar in Brussel. Hij verbleef er 25 jaar en werd Europakenner bij uitstek. Nog spelt hij de Europese berichtgeving in binnen- en buitenlandse kranten en winnen ambtenaren van Buitenlandse Zaken regelmatig zijn advies in.

Wellenstein relativeert het tumult in Europa. 'Er zijn altijd zwakke plekken en een goede organisatie kent zelfreinigende processen. Ik vind het goed dat de Commissie op de fouten wordt aangesproken, maar dat er een beerput is opengetrokken en iedereen in Europa in de drek zwemt, is ongelooflijk overdreven. Laten we toch niet het hoofd verliezen.'

Een vergelijking met zijn tijd in Brussel wil hij niet trekken. De Unie kende toen maar zes lidstaten, de Commissie negen commissarissen. Het 'spinnenweb' is oneindig veel groter en complexer geworden, met zijn vijftien lidstaten, twintig commissarissen en ontelbaar vele medewerkers.

'Bureaucratisch? Natuurlijk, een klein land als Nederland is dat al. Kijk nou naar de Bijlmerramp, wat is daar niet allemaal over geschreven? De Commissie is een club van twintig collegiale bestuurders. Je kunt onmogelijk van ze eisen dat ze weten wat er in elk hoekje en gaatje gebeurt. Dat is een probleem, maar we hebben het wel met z'n allen zo gewild.'

De les is geleerd, voegt hij er snel aan toe, de organisatie moet strakker, rechtlijniger. 'De volgende voorzitter krijgt een enorme taak. Wie dat moet worden? Het is geen leuk beroep. Toen Santer werd benoemd, wilden de meeste lidstaten eigenlijk de Belg Dehaene. De Britten hebben die benoeming geblokkeerd en nu willen de Britten dat Santer vertrekt.

'Een voorzitter is iemand die ervaring heeft, op z'n minst een oud-minister. Iemand die een internationaal netwerk heeft. Het hoeft niet iemand uit een groot land te zijn. Premier Kok zou een uitstekende voorzitter kunnen zijn, maar ook Solana uit Spanje. De Italiaan Prodi wordt ook genoemd, een door en door kundig en integer bestuurder die de Unie kent. Bij zo'n benoeming gaat het echt om de kwaliteiten van een persoon, veel minder om het land waar hij vandaan komt.'

Maar wie er ook komt, het Parlement moet poot aan blijven spelen, zegt Wellenstein. Hij vindt het 'prachtig' en hij herinnert aan de dagen van de gekkekoeienziekte. De Commissie zag zich door het Parlement gedwongen beheer en controle in de landbouw te scheiden. Wellenstein: 'In Nederland trok dat niet zo'n aandacht, omdat het geen schandaal werd. Maar het was de eerste keer dat het Parlement tot op het bot heeft doorgevraagd.'

Winst noemt hij de gebeurtenissen ook voor het debat over Europa, dat in Nederland ver is weggezakt. 'In Frankrijk is wekenlang gebakkeleid over de kandidatenlijsten voor de Europese verkiezingen. Bij ons is er nauwelijks iemand in geïnteresseerd, wij kennen geen principiële oppositie zoals Frankrijk, Denemarken of Engeland. Europa is hier zo vanzelfsprekend geworden.'

Ooit zorgde Europa in de Tweede Kamer voor heftige debatten. 'Brussel' was nog omstreden. Een deel van de Kamer vond bij het vormen van de Unie dat Nederland met 'de verkeerde landen' in zee ging. Maar in de loop der jaren won de onverschilligheid het van de belangstelling.

Nu is er het gevoel, zegt de oud-ambtenaar, dat het tij keert. Dat in juni meer mensen naar de stembus gaan om het Europese Parlement te kiezen. 'Ik verwacht geen monsteropkomst, maar er valt nu wel ergens over te discussiëren. De Nederlandse burger heeft kunnen zien dat het Europese Parlement een nuttig ding is, dat de boel kan wakkerschudden als de regeringen niet ingrijpen.'

Meer over