Darwins verloren plantenfossielen

Bij de Britse geologische dienst doken oude microscooppreparaten van plantenresten op. Ze bleken van niemand minder dan Charles Darwin.

MARTIJN VAN CALMTHOUT

Echt spectaculair zijn ze niet, de twee dunne coupes van versteende plantenresten die deze week alle Britse media haalden - zelfs niet voor specialisten. De naam van de verzamelaar, met een diamantstift gegraveerd in het glas, is echter goed voor enige opwinding: C. Darwin Esq. Zie hier twee dungeslepen dwarsdoorsneden van plantenfossielen die natuurvorser Charles Darwin op het eiland Chiloé bij Chili vond, ten tijde van zijn fameuze reis met de Beagle. Het jaar was 1834, en het was er gruwelijk pokkenweer, noteerde Darwin in zijn later zo beroemd geworden dagboek. 'Chiloé is een miserabel gat.'

De twee coupes maken deel uit van een onlinetentoonstelling die de British Geological Survey sinds deze week heeft van de complete inhoud van een vergeten fossielenkabinet, dat vorig jaar in de depots in Keyworth is teruggevonden. Het zijn de dungeslepen fossielen die botanicus Joseph Hooker bijeen bracht toen hij in 1846 en 1847 even in dienst was van de geologische dienst.

Hooker (1817-1911) was een tijdgenoot en goede vriend van Charles Darwin en aangenomen om de collecties coupes van plantenfossielen te organiseren. Vele ervan had hij zelf gevonden tijdens een reis rond Antarctica met HMS Erebus in 1846. Het waren de begindagen van de paleopetrologie, de leer van de oerplanten en fossielen. Ze werden voor het eerst ook inwendig bestudeerd door de versteende resten in plakjes te zagen en die zo dun te slijpen dat ze met een microscoop bekeken konden worden.

Charles Darwin stuurde vanaf de Beagle in 1836 zijn versteende hout naar botanicus Robert Brown van het British Museum in Londen. Uit zijn verzamelde correspondentie blijkt dat hij en Hooker in 1844 plantenfossielen uitwisselden. Hooker voegde die bij zijn uitgebreide verzameling, nadat hij de naam van de vinder en de vindplaats erop had gegraveerd.

Howard Falcon-Lang van de universiteit van Londen vond vorig jaar in een depot van de BGS een houten kabinetkast met het label 'ongeregistreerde fossiele planten'. Een van de eerste objectglazen die hij eruit nam, was er een van Darwin. 'Een moment waarbij je je hart in je keel voelt bonzen', zei hij in Britse media.

In totaal omvat de hervonden collectie 314 geslepen coupes in doorgaans uitstekende conditie. Dat ze er zo'n 165 'kwijt' konden zijn, wijt directeur John Lidden van de BGS aan een ongelukkige samenloop van gebeurtenissen.

Joseph Hooker werkte aan het ordenen van de collectie maar vertrok daarna voor een nieuwe paleobotatische expeditie naar India en Tibet. Pas een jaar later werd een begin gemaakt met een formeel register van alle materialen in de depots. Daarbij is Hookers collectie niet ingeschreven, en vervolgens een aantal malen verhuisd naar andere vestigingen. Daarbij raakten de oorsprong en de betekenis ervan steeds verder uit beeld - laat staan de betrokkenheid van Charles Darwin.

De British Geological Survey zelf noemt Hookers collectie vooral van historisch belang, omdat die laat zien hoe wereldomvattend de Britse wetenschap begin 19de eeuw al was. Er zijn stukken uit Antigua, Australië, Egypte, India, Jamaica, het Verre Oosten, Nieuw-Zeeland. Verreweg de meeste komen van een stuk dichter bij huis uit kolenafzettingen in Bristol, Sommerset en Zuid-Wales - verzameld door Hooker zelf en talloze helpers, van wie velen amateurgeologen. De dwarsdoorsneden lijken soms zo uit de boom of plant gesneden. In werkelijkheid zijn ze gemakkelijk een paar honderd miljoen jaar oud.

undefined

Meer over