Dansen, zingen en plunderen van vreugde

'Aristide is weg, Aristide is weg!' schreeuwen rebellen eenstemmig, elkaar omhelzend, zondag in Cap-Haïtien. De op een na grootste stad op Haïti is de uitvalsbasis voor de opstandelingen die begin februari de wapens opnamen om president Jean Bertrand Aristide van zijn troon te jagen....

Kort na de bekendmaking van het vertrek van Aristide, naar verluidt in het holst van zaterdagnacht, trekken in de hoofdstad Port-au-Prince honderden rebellen gewapend met oude geweren en pistolen op naar het Nationale Paleis. Er klinken schoten. Rookwolken stijgen op in de omgeving van het presidentieel onderkomen. Een enkeling gooit stenen naar het gebouw.

Chaos en anarchie heersen deze zondag in de Haïtiaanse hoofdstad. Bewoners zoeken dekking voor rondvliegende kogels. Gevangenisbewakers verlaten hun post, en ruim tweeduizend gedetineerden, onder wie zware criminelen, van 's lands grootste gevangenis lopen hun vrijheid tegemoet. Plunderaars bestormen politiebureaus, nemen politiepetten, helmen, T-shirts en tv-toestellen mee. Twee mannen versjouwen een gloednieuwe koelkast, nog in plastic verpakt. Zelfs deuren worden uit het politiebureau weggesleept. Korte tijd later slaagt de politie er weer in de controle over het bureau terug te krijgen.

De sfeer in de hoofdstad wordt in de loop van de dag steeds grimmiger. Er worden wegbarricades opgeworpen. Winkels worden geplunderd, mensen lopen met zakken rijst op hun rug over straat. Er is geen politieagent te zien. De enige agenten die deze zondag zijn gesignaleerd zijn aanwezig op het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar de president van het hooggerechtshof, Boniface Alexandre, tijdens een persconferentie laat weten voorlopig het presidentschap op zich te nemen.

Maar in Port-au-Prince wordt ook gefeest. 'We zijn erg gelukkig. We zijn nu voor niemand bang meer. We wachten op de komst van de internationale troepenmacht', zegt grafisch ontwerper René. Hij is een van de tientallen Haïtianen die kort na het nieuws over Aristide de straat is opgegaan. 'Ze moeten wel héél snel komen!' valt iemand hem bij. Sommigen lopen met een radio aan het oor door de straten, om de laatste ontwikkelingen te volgen.

Jean-Robert Auguste, een 38-jarige inwoner van het benoorden Port-au-Prince gelegen regeringsgezinde dorp St. Marc, heeft een brede grijs op zijn gezicht als hij zijn opluchting uitspreekt over het vertrek van wat hij noemt 'De Terrorist'. 'Hij (Aristide, red.) heeft te veel mensen vermoord. Hij verzamelde het uitschot van de samenleving en gaf hen wapens om alle sectoren van de maatschappij te terroriseren', zegt hij. Auguste zegt dat hij zoals veel Haïtianen in 1990 het wapengeweld van woedende soldaten had getrotseerd en op Aristide had gestemd. Hij hoopt dat er nu een einde is gekomen aan de op personen gerichte politiek op Haïti.

'We hadden ons vertrouwen gegeven aan Aristide, die een religieuze persoonlijkheid was, maar ons vertrouwen heeft geschonden. Het probleem was dat zijn woorden prachtig waren en hoop gaven, maar alles was een leugen.'

Meer over