Interview

Dansen met vallen en opstaan

Jefta van Dinther had succes met abstracte choreografieën. Tot een depressie hem velde. Nu waagt hij zich aan zijn eerste autobiografische voorstelling. Door Annette Embrechts

In Protagonist zoeken veertien dansers hun plek binnen de groep. Beeld
In Protagonist zoeken veertien dansers hun plek binnen de groep.Beeld

Het is zijn vroegste herinnering aan een optreden. De 7-jarige Jefta en zijn broertje staan verkleed als bloem op een stoep in Tokio. Ze hebben een afspraak met hun vader. Wanneer die, vermomd als God, hen aanraakt, zullen ze langzaam draaien en hun armen als bloemblaadjes openvouwen. Hun moeder speelt Satan. Een bewegend scheppingsverhaal op de Japanse straat.

De zendingsdrang van zijn strenggelovige ouders - baptisten - brengen hem en zijn twee broers en zus al vroeg in alle uithoeken van de wereld. Azië, Afrika en Europa. Hij groeit op met het woord van de Bijbel, in een geloof dat homoseksualiteit des duivels vindt. Laten nu drie van de vier kinderen uit het gezin Van Dinther homoseksueel zijn. Het is iets waarover hij nog steeds maar moeilijk met zijn ouders kan praten. Ze weten dat hij in Berlijn samenwoont met een vriend; die is welkom in hun woonplaats Stockholm, maar wordt niet erkend als liefdespartner.

Komende week presenteert Van Dinther (36) tijdens festival Julidans in Amsterdam zijn nieuwe grotezaalchoreografie voor het Cullberg Ballet; voor het eerst een autobiografische voorstelling, zelfs met voice-over. Deze staat in groot contrast met zijn conceptuele werk, waarmee hij snel naam vestigde als maker van hallucinerende, abstracte voorstellingen.

Van Dinthers levensverhaal leest als een roman. Geboren in Utrecht verhuist hij al snel met zijn ouders naar een christelijke commune aan de westkust van Zweden. 'Tweedehandskleren. Geen geld, auto's, magnetrons. Ik werd op school een mikpunt van pesterijen. Overal waar het missiewerk van mijn ouders ons bracht, was ik een outsider. Ik verbleef vaak in landen waarvan ik de taal niet sprak.'

Natuurlijk heeft hij zich verzet - hij heeft zich nooit laten dopen. Maar het geloof van zijn ouders is zo onwankelbaar dat Van Dinther terughoudend is geworden in wat hij met hen deelt. 'Onze relatie is moeizaam, maar zeker niet koud.' Na het gymnasium kiest hij voor een studie moderne dans aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. 'Dans mocht. Kunst komt van God.'

Protagonist

Jefta van Dinthers Protagonist gaat komende week in wereldpremière tijdens Julidans, het dansfestival dat vandaag begint. De voice-over in de voorstelling is van de Zweedse zanger Elias. 'De tekst gaat over mijn ergste nachtmerries', zegt Van Dinther. Ook zijn eerste grotezaalvoorstelling The Plateau Effect was op Julidans te zien, in 2013.

Als een speer

Daarna gaat Van Dinthers carrière als een speer. Als performer - hij danst onder anderen bij Xavier le Roy, LeineRoebana en Ivana Muller - maar vooral als choreograaf van conceptueel werk. Hij breekt door met zijn solo Grind (2011), waarin hij laat zien hoeveel beweging er in stilstand zit. Eerder maakte hij met Mette Ingvartsen een spannend duet op een trampoline (It's in the Air, 2008), een poging zwaarte- en sprongkracht te beheersen.

Het duet This is Concrete (2013), dat hij nog steeds danst met Thiago Granato (net als hij een fanatiek clubdanser), dampt van de aantrekkingskracht tussen twee mannenlichamen.

In 2013 toonde Julidans The Plateau Effect, zijn eerste grotezaalvoorstelling, waarin dansers van het Cullberg Ballet vruchteloos in de weer gingen met doeken en palen. 'Eigenlijk een religieuze bezigheid: ze bouwen een gemeenschap rond een totempaal. Alleen houdt die geen stand. Mijn werk gaat vaak over samenkomen en uitsluiten.'

Jefta van Dinther. Beeld
Jefta van Dinther.Beeld

Crisis

Zijn nieuwste werk, Protagonist, dat volgende week zijn première beleeft, behandelt dat thema expliciet: veertien uitgesproken dansers zoeken met vallen en opstaan hun plek binnen de groep. De chaos aan het begin verwijst naar de crisis die hij onlangs heeft overwonnen. Tijdens een artistieke residentie in Portugal kwam de klap. 'Alles stokte. Ik verdroeg geen mensen meer, werd depressief en ontwikkelde een sociale fobie. Ik dacht alleen nog destructief.'

Nu, na een jaar therapie, herkent hij trauma's. Zoals hij met het vele reizen als succesvol choreograaf zijn rusteloze jeugd reproduceerde. 'Ik vergat in het nu te leven. Behalve wanneer ik in een club danste.'

Zijn grootste zorg was of hij ooit weer creatief kon zijn. Het antwoord ligt in deze eerste choreografie sinds die zware crisis, met een persoonlijke tekst als voice-over, ingesproken door de Zweedse zanger Elias, waarvan hij de hit Revolution in de voorstelling gebruikt. 'Die tekst gaat over mijn donkerste nachtmerries. Protagonist is persoonlijk, maar de choreografie gaat over iedereen die een crisis doormaakt. Over het belang van contact.'

Luisterend oor

Curieus genoeg was het juist zijn vader die tijdens Van Dinthers depressie het contact aanhaalde. Geen stichtelijke telefoongesprekken, wel een luisterend oor. 'We weten dat we elkaar niet kunnen veranderen. Hij handelt in de naam van God, ik in de naam van kunst.' Zijn ouders blijven zijn werk volgen, behalve wanneer er naakt in zit, of homoseksualiteit. En dat gebeurt nogal eens.

Protagonist door Cullberg Ballet, choreografie: Jefta van Dinther, 7/7, Stadsschouwburg Amsterdam.

Kader: Tips Julidans

Julidans (30/6 t/m 10/7) opent vandaag met een ode aan de clubdans, gechoreografeerd door de Fransman Christian Rizzo, ooit zelf fervent clubdanser. Rizzo rolde per toeval de moderne dans in, toen hij een vriendin vergezelde naar een auditie, maar zelf werd aangenomen. Inmiddels heeft hij een punkperiode achter de rug, is hij modeontwerper geweest en rockt hij nog graag. In Le syndrome ian treffen disco en newwave elkaar op een goudkleurige dansvloer. 30/6 en 1/7, Stadsschouwburg, Amsterdam.

Angst en adem: beide reageren ze als alarmbellen afgaan. Danseres Lisbeth Gruwez laat ze rinkelen in We're pretty fuckin' far from okay. Met danser Nicolas Vladyslav balanceert ze op de grens tussen paniek en kalmte. Hun ademhaling resoneert in een 'adembenemende' geluidscollage van Maarten Van Cauwenberghe. 2 en 3/7, Bellevue, Amsterdam.

Een van de spannendste choreografen van dit moment, de Israëliër Hofesh Shechter, komt met het drieluik Barbarians, dat losjes is gebaseerd op de film The Good, the Bad and the Ugly. Zes goede engelen in maagdelijk wit gaan los op een barokke muziekscore, daarna volgt een duivelsdans en tot slot een schrijnend duet. 10/7, Stadsschouwburg Amsterdam.

Meer over