Danscollage naar 15de-eeuws paneel

Dans..

Annette Embrechts

Fusion is het zeker niet. Het zou een belediging zijn voor de uitgekiende choreografie van Kader Attou waarin hij breakdance, Afrikaanse dans, acrobatiek en Indiase kathak samenbrengt door ze naast elkaar te laten bestaan. De nieuwste voorstelling van zijn zeventien jaar oude gezelschap Accrorap, Les Corps Etrangers, is geen mix maar een hecht bouwwerk van verschillende soorten stenen die - hoe divers ook van structuur - naadloos op elkaar aansluiten.

Terwijl de Indiërs Vaishali Trivedi en Prashant Shah met rechte rug hun voeten razendsnel rond laten gaan, schudt Clarisse Doukpe met haar boezem en achterste zoals in een Afrikaanse dans. Haar timing loopt geregeld synchroon met de tollende handstanden van de gedrongen spierbundel Hichem Sérir. Deze hiphopper krijgt op zijn beurt in trio's gezelschap van zijn vakbroeders Fouaz Bounechad en Thô Anathai. Dan slingeren ze hun lijven op de kop in een opwaartse schroef.

Tussen al deze draaiende bewegingen werken de Braziliaanse broers Luciano en Sankler Neres de Carvalho de hoogte in: een zetje met een hulpvoet en ze staan boven op elkaar. Of ze doen haasje over met de Indiase danseres. Of salto's met de hiphoppers. Het lijkt een circus maar is het niet. De sfeer is ingetogen, bij aanvang zelfs verstild. Halverwege breekt de schwung door, wanneer de tien dansers zich telkens om beurten vanuit het zijfront in duetten of kwartetten werpen. Later keert de beheersing terug en wordt de voorstelling voortgezet achter de verrijdbare en deels doorzichtige panelen van een beschilderd, podiumbreed negenluik.

Accrorap-voorman Gilles Rondot maakte een collage naar analogie van het schilderij Het Laatste Oordeel van de 15de-eeuwse Brusselse stadsschilder Rogier van der Weyden: Christus en aartsengel Michaël 'wegen' ook de zielen van iconen uit de herkomstlanden van de dansers zoals de heilige koe en de god Ganesh uit India, een kindsoldaatje uit Somalië en de vernederde Irakezen uit de Abu Ghraib-gevangenis.

De laatste tien minuten loopt de voorstelling een beetje weg. De gebaren worden te nadrukkelijk, de symboliek juist te diffuus. Dat doet echter niets af aan de kracht van het voorafgaande uur, waarin de muziek de dansers de weg wijst. Eerst door hen te laten dwalen op uitgestreken contrabastonen, dan door ze op te jutten met roffelende drums, vervolgens door de dansers tot rust te manen met panfluit en Arabische zang. Ieder benadrukt zijn roots zonder zich te isoleren.

Annette Embrechts

Meer over