Dank

De moeder van Ivo had een feestje georganiseerd, met speurtocht en een 8mm film van Disney en alle kinderen mochten blijven slapen....

In al die gevallen was er geen ontkomen aan: er moest een bedankbriefje geschreven worden.

Moeder: 'Heb je al...? Moet je wel doen, hoor' Afwezig ja knikken, nee denken.

Volgende dag. Moeder: 'Heb je dat nou nog niet gedaan? Weet je niet wat je moet schrijven? Onzin, je zegt dat je genoten hebt en hoe heerlijk de vruchtenpunch en de clowns onbedaarlijk (twee aa's lieverd) en bedank tante Jean-Marie en oom Paul en verder schrijf je lieve dingen die spontaan in je opkomen.'

Nog een dag later. Kind, nu zwaar onder druk: 'Jahaaa. Ik doe het wel. Als u niet steeds zo aandrong, was het allang gebeurd.' Kleine, tot mislukking gedoemde poging tot chantage. Zelf wist je ook dat zonder de aanhoudende ondervraging van moeder dat briefje er nooit was gekomen. Was dat trouwens zo'n ramp?

'En even opbellen dan?' Nee, even opbellen telde niet.

Misschien dat e-mail tegenwoordig uitkomst biedt, maar het idee blijft hetzelfde; er klinkt altijd iets afgedwongens en Noord-Koreaans mee in die bedankbriefjes van kinderen.

Een tijd geleden kreeg ik er een van mijn neefje: ik herkende meteen de symptomen. Het ernstig vergrote super-ego, de schallende stem op de achtergrond van de Grote Mensen, die dicteert en voorschrijft. Het kamermeisjes-syndroom: zeer veel dank dat u mij wilde dulden, terwijl ik als kind natuurlijk alleen maar vervelend voor uw voeten loop. En de gebruikelijke existentiële onzekerheid, die later leidt tot verslavingen van allerlei soort: ik moet de gedroomde gast zijn, ik besta pas in de goedkeurende blik van anderen, ik ben de mensen een extraatje verschuldigd, want anders moeten ze me niet.

Nu heb ik ook een neefje en een nichtje die daar godzijdank niet onder gebukt gaan. In het geheel niet. Ze komen een weekend bij je logeren, ze krijgen van alles en nog wat, vinden het 'vet' en daarna volgt er niets.

Helemaal niets.

Ik mopperen over die godvergeten vanzelfsprekendheid.

Wat wil ik: neurotisch dankbare kinderen, met een zo sterk empathisch vermogen dat ze zichzelf regelmatig verliezen. Of vrije, blije koters die er niet aan twijfelen of ze zijn God's gift to humanity? Ik vrees het ergste voor de eersten, maar toch zijn ze mij het liefst.

Meer over