Dankzij Malevitsj haalde Sandberg voorhoede in huis

In 1958 sloeg Stedelijk Museumdirecteur Willem Sandberg zijn grootste slag: hij verwierf een collectie werken van Malevitsj. Daarmee legde hij de basis voor een belangrijke collectie van internationale avant-gardekunst....

ZELF zei Sandberg het altijd zo: dat 'de kunst' voor hem begon bij Mondriaan. In een van de interviews, die de kunstcriticus Paul Aletrino in 1970 en 1971 voor de VARA-radio maakte, zei hij: 'De wereld van Mondriaan en de architectuur van de Stijlgroep was eigenlijk veel meer mijn wereld dan het expressionisme en wat dies meer zij.'

Pas langzamerhand daagde bij Sandberg het besef dat 'er gelijktijdig met Mondriaans abstracte periode, in Rusland ook een hele sterke stroming was, die zich volmaakt onafhankelijk van de Stijlbeweging hier, ontwikkeld had.' En zo stuitte hij op Malevitsj.

Zijn adjunct-directeur, Hans Jaffé, die voor de Nederlandse overheid in naoorlogs Duitsland als 'kunstluitenant' oorlogskunst had gerecupereerd, attendeerde Sandberg op het bestaan van een grote collectie werken van Malevitsj in het bezit van de Duitse architect Hugo Häring. Bij Häring had Malevitsj in Berlijn in 1927 zijn collectie in bewaring gegeven, nadat hij terug was geroepen naar de Sovjet-Unie. Nooit zou Malevitsj weer terugkeren naar het Westen, nooit hoorde Häring meer iets van de Russiche kunstenaar.

Volgens de Mondriaan- en Malevitsj-expert Joop Joosten, reisden Sandberg en Jaffé in de lente van 1951 naar Duitsland, 'officieel om zich te oriënteren voor een te organiseren tentoonstelling (-) maar in feite om via München de man te achterhalen die een collectie Malevitsj-werken onder zijn beheer had.'

Häring was aanvankelijk niet onder de indruk van het bezoek van de twee Nederlanders. Maar Sandberg keerde talloze malen terug om te onderhandelen over een bruikleen en later een aankoop van de collectie. Er waren meer kapers op de kust. Häring kreeg aanbiedingen uit Duitsland en Verenigde Staten, maar hij sloeg deze steevast af door te zeggen dat hij de collectie niet mocht verkopen, omdat hij officieel geen eigenaar was van het werk.

Sandberg riep uiteindelijk de hulp in van de Russische constructivist Naum Gabo, die in de Verenigde Staten woonde, en van de Bauhaus-architect Mies van der Rohe. Zij stelden, met nog een paar andere prominenten, een brief op waarin zij Häring adviseerden zijn collectie aan Sandberg en het Stedelijk Museum af te staan. Häring ging in 1956 akkoord met een bruikleen van de 29 schilderijen, 7 gouaches, 15 tekeningen en 17 theoretische kaarten die hij in beheer had. Tegelijkertijd stelde zijn zwager, die notaris was, een verklaring op, waarin hij Haäing tot wettige eigenaar van de collectie bestempelde.

Häring was inmiddels ernstig ziek en besloot in 1958 tot verkoop van de Malevitsj-collectie. Hij stierf vlak daarna. Met de verwerving van de collectie-Malevitsj en die van de particuliere verzamelaar Regnault in hetzelfde jaar, werd het Stedelijk Museum in één klap een instelling met een ongeëvenaarde verzameling internationale avant-garde-kunst. Nog steeds vormen deze collecties de peilers van het museum. Om die reden wenste de in Russische verzamelaar Nikolaj Chardzjiëv dat zijn collectie Russische avantgarde-kunst bij het Stedelijk terechtkwam. Deze verzameling met liefst 150 tekeningen en gouaches van Malevitsj, ligt op het moment in het depot van het museum. Sinds het overlijden van de eigenaar in 1996, is ook het eigendom van deze Malevitsjen omstreden.

Meer over