'Dankzij Ceteco is de bestuurscultuur veranderd'

'Elke commissaris van de koningin of burgemeester kan maar beter een paar schietgebedjes doen. Morgen kan het ook hen overkomen....

Het overkwam Joan Leemhuis-Stout wél, dat ze gezien werd als de baas van Zuid-Holland. Zo heeft ze het zelf in ieder geval ervaren. Tot halverwege deze maand was ze commissaris van de koningin (CdK) in Zuid-Holland. De bankiersaffaire deed haar besluiten op te stappen. Na de Tweede Wereldoorlog was het voor het eerst dat een CdK tussentijds openlijk terugtrad.

Leemhuis maakte haar aftreden bekend in de Statenzaal van het Provinciehuis. Ze gaf er een college staatsrecht. 'Als ik terugkijk op de afgelopen maanden, ben ik vooral blij met mijn verhaal en dat het me gelukt is het met overtuiging te brengen.'

In haar college ging ze uitgebreid in op de beeldvorming. 'Ik merkte dat de media, maar óók leden van Provinciale Staten en anderen, een gemakzuchtig en oppervlakkig beeld hebben van de rol van de CdK. In mijn verhaal heb ik kunnen uitleggen hoe sober die rol feitelijk is. Dat was al decennialang niet meer gebeurd. Daardoor was er een heel verkeerd beeld ontstaan over de macht en invloed van de CdK.'

Er werd haar macht toegedicht die ze niet had. En ze merkte hoe groot de behoefte was de schuld meteen bij één persoon neer te leggen. 'We hebben over het algemeen de neiging zaken onmiddellijk te verknopen met personen. We discussiëren snel in een relachtige sfeer met elkaar en zien voorbij aan de echte inhoud van de zaak.'

Door haar optreden had menigeen de indruk dat ze zich niet verantwoordelijk voelde. 'Ik heb níet gezegd dat ik niet verantwoordelijk ben. Ik kon alleen niet de ultieme verantwoordelijkheid dragen voor het bankieren. Toen het college van GS daar eenmaal toe had besloten, móest ik als CdK wettelijk mijn handtekening zetten. Ook al was ik er tegen, ik had geen keus.

'Je vertrouwt erop in ons systeem van collegiaal bestuur dat een portefeuillehouder zijn zaken goed voor elkaar heeft en je handtekening het formele sluitstuk is. Ik tekende dus de leningen wel, maar had er geen overzicht van.

'Daar vroeg je ook niet naar. Je bemoeide je niet met elkaars portefeuille. Dat vind ik zo jammer aan deze hele zaak. Ik had mijn vertrouwen gegeven aan de portefeuillehouder. Dat heeft hij beschaamd. De manier waarop hij het bankiersbesluit heeft uitgevoerd, raakt kant noch wal.'

Net zoals Leemhuis over zichzelf praat als CdK, zo heeft ze het consequent over de portefeuillehouder financiën. Slechts één keer ontglipt haar zijn naam: George Brouwer. Hij was de gedeputeerde die in 1995 financiën in zijn portefeuille had, maar net uit de politiek was gestapt toen de affaire losbarstte.

Heeft ze stiekem wel eens gedacht: als Brouwer er nog had gezeten, had híj moeten opstappen en niet ik? 'Ach, allemaal irrelevante gedachten. Brouwer was weg, dus terugkijken heeft geen zin. Boos ben ik ook niet. Ik heb een gezonde realiteitszin.'

Maar heeft ze dan niet haar bekomst van collegiaal besturen? 'Op zich blijf ik het een goed systeem vinden. Ik geloof ook niet dat door deze affaire het wantrouwen tussen bestuurders is gegroeid. Wel merk ik dat sommige bestuurders leren van wat mij is overkomen. Die zetten nog eens heel goed op een rij wat hun verantwoordelijkheden zijn.

'Achteraf gezien had ik bij mijn aantreden in 1994 dat college staatsrecht moeten geven. En moeten zeggen dat de rol van CdK niet kan worden opgerekt zoals nu wel is gebeurd.'

'Maar de belangrijkste les die we uit deze affaire moeten leren, is dat we veel opener met elkaar moeten omgaan. We moeten verantwoording durven afleggen. Daar heb ik de afgelopen vijf jaar ook aan gewerkt, want ik trof een heel gesloten bedrijfscultuur aan op het Provinciehuis.'

Maar hoe kan een bestuurder in een Provinciehuis openheid bepleiten als sommige bestuurders uitstralen: bemoei je niet met mijn zaken? Leemhuis stelt vast dat 'vanaf het aantreden van het nieuwe college de sfeer opener was'. 'Eigenlijk ben ik Ceteco dankbaar voor het aanvragen van surséance van betaling. Daardoor komt er nu een grondige reiniging van de bestuurscultuur in Zuid-Holland.'

Meer over